Subsidies en toelagen ten gunste van de Brusselse lokale besturen

Raadpleeg de databank


>> Meer info over de inhoud van de databank

<<
LIFE (2014 - 2020)
Subsidiërende overheid
Europese Unie
Begunstigde(n)
Gemeenten, OCMW, Instellingen van openbaar nut, Intercommunales
Materie(s)
Groene ruimten, Leefmilieu en duurzame ontwikkeling
Voorwerp
LIFE is het financieel instrument voor het leefmilieu (en voortaan dus ook voor het klimaat) van de Europese Unie (EU) voor de periode 2014-2020.

LIFE is het enige Europese programma dat 100% gewijd is aan het leefmilieu, ook al kunnen milieuprojecten tevens in andere Europese programma’s voorkomen. 

80% van de middelen van het LIFE-programma wordt gebruikt voor de subsidiëring van acties in het kader van projecten (in tegenstelling tot de subsidiëring van werkmiddelen voor NGO’s). Het betreft dus een actiegericht programma: het is de bedoeling om de gedragingen en de praktijken van de consumenten, producenten, managers en beleidsmakers te doen evolueren.


Financieringsmogelijkheden

LIFE 2014-2020 is een programmakader bestaande uit 2 subprogramma’s die elk onderverdeeld zijn in
3 prioritaire domeinen (cf. tabel, infra). De projectoproepen worden georganiseerd per prioritair domein.
Het programma financiert verschillende soorten maatregelen :
- de zgn. « traditionele » projecten
- de « voorbereidende projecten » voor welbepaalde specifieke behoeften op het gebied van de ontwikkeling
  en de uitvoering van het Europees beleid en de Europese wetgeving inzake milieu en klimaat
- de « geïntegreerde projecten » voor de uitvoering van een strategie op een grote territoriale schaal met de
  betrokkenheid van de bevoegde instanties (Gewest en zelfs federale staat)
- projecten voor « technische bijstand » om de geïntegreerde projecten voor te bereiden
- de projecten inzake « capaciteitsopbouw » voor de nieuwe lidstaten


In aanvulling op de subsidies heeft de Europese Investeringsbank (EIB) 2 innoverende financiële instrumenten (mechanisme leningen/garantie) ontwikkeld, momenteel in testfase, in het kader van het LIFE-programma :
1) « Private financiering voor energie-efficiëntie » (PF4EE) : voor rendabele investeringen in projecten voor energie-efficiëntie met leningen van 40.000 euro tot 5 miljoen euro (voor max. 20 jaar).  Deze financiering zal in België via een leningsprogramma van 75 miljoen euro verstrekt worden door Belfius, in partnerschap met de EIB. Het zal daarentegen vnl. gericht zijn op bedrijven.

2) « Financieringsmechanisme van het natuurlijk kapitaal » (NCFF): voor projecten inzake behoud, restauratie, beheer en uitvoering van het natuurlijk kapitaal van 5 tot 15 miljoen euro. Deze projecten moeten echter ofwel inkomsten genereren ofwel voor kostenbesparingen zorgen (om de lening terug te betalen). Het kan hierbij o.m. gaan om de ontwikkeling van groene infrastructuren zoals zones ter voorkoming van overstromingen.

Traditionele projecten


Zijn vnl. relevant voor de gemeenten : de « traditionele projecten » en eventueel (naargelang de onderwerpen die jaarlijks bepaald worden in de projectoproepen) de voorbereidende projecten (zoals het geval was in 2015).

Deze fiche informeert dus over de « traditionele projecten », ook al zijn sommige regels horizontaal voor heel het programma.

Er bestaan tevens verschillende soorten « traditionele projecten » naargelang het betrokken prioritair domein.

Subprogramma’s

Prioritaire domeinen

Soorten traditionele projecten

Milieu
(75% van het budget)

Milieu en efficiënt hulpbronnengebruik

Demonstratie- en proefprojecten

Natuur en biodiversiteit

Projecten i.v.m. uitwisseling van goede praktijken, demonstratie- en proefprojecten

Informatie-, bewustmakings- en verspreidingsprojecten

Klimaat
(25% van het budget)

Mitigatie van de klimaatverandering

Projecten i.v.m. uitwisseling van goede praktijken, demonstratie- en proefprojecten

Aanpassing aan de klimaatverandering

Projecten i.v.m. uitwisseling van goede praktijken, demonstratie- en proefprojecten

Klimaatgovernance en informatie

Informatie-, bewustmakings- en verspreidingsprojecten

NB : de « milieu »-projecten mogen een onderdeel « klimaat » hebben en vice versa, en de klimaatprojecten mogen geen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. De keuze van het subprogramma hangt dus af van de centrale doelstelling van het project.

Niet-subsidiabele projecten

Opgelet, LIFE financiert NIET :
- de bouw van grote infrastructuren (meer dan 500.000 euro)
- onderzoeksactiviteiten [cf. fiche HORIZON 2020 (2014-2020)].

Onderzoeksactiviteiten komen enkel in aanmerking indien ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project, op voorwaarde dat kan aangetoond worden dat de bestaande wetenschappelijke kennis onvolledig is en dat de onderzoeksresultaten zullen gebruikt worden voor de uitvoering van de acties.


Bovendien zal de toepassing van de resultaten van de Europese onderzoeksprojecten meer gewicht geven in de evaluatiecriteria (infra).

Thematische prioriteiten


Bijlage III van de Verordening Life (infra) bepaalt de thematische prioriteiten voor elk domein binnen de grenzen van de projectoproepen.

Het meerjarig werkprogramma 2018-2020 (infra) bepaalt de prioritaire onderwerpen (topics) die het mogelijk maken om meer punten te verkrijgen voor de evaluatie voor het subprogramma Milieu.

Toekenningsvoorwaarden
Geografische reikwijdte

Het LIFE-programma staat open voor de 28 lidstaten van de Europese Unie. Maar elke projectoproep kan specifiëren of er eventueel andere landen (buiten de EU) in aanmerking komen.

De activiteiten van het project moeten op het grondgebied van een lidstaat plaatsvinden, maar het is uitzonderlijk mogelijk om enkele activiteiten te financieren buiten de Europese Unie en in gebieden overzee indien de coördinator van het project in de Europese Unie gevestigd is en indien kan bewezen worden dat de activiteiten die buiten de EU worden uitgevoerd onontbeerlijk zijn om de doelstellingen te bereiken (bv. voor de bescherming van trekvogels).

In aanmerking komende begunstigden


Komen in aanmerking : de openbare entiteiten, commerciële privé-organisaties, organisaties zonder winstoogmerk (waaronder de vzw’s). De kandidaten moeten kunnen aantonen dat ze over een operationele capaciteit en financiële draagkracht beschikken.

Cf. definitie van « public body » en « public authority » in de drietalige woordenlijst van de Europese projecten.


Een project wordt ingediend door een « coördinerende begunstigde » die één of meerdere « medebegunstig-den » kan hebben. Opgelet, de medebegunstigden moeten ook technisch en financieel bijdragen aan het project.  Bovendien mag een begunstigde geen taak uitbesteden aan een andere begunstigde aangezien de regels van overheidsopdrachten dwingend zijn.

De Europese commissie aanvaardt de deelname van entiteiten verbonden met privé-begunstigden, op voorwaarde dat de voorwaarden van het subsidieakkoord en de administratieve en financiële richtlijnen gerespecteerd worden. Dit is niet mogelijk voor openbare begunstigden.

Europese dimensie

Er bestaat echter, in tegenstelling tot de meeste Europese programma’s, geen minimum aantal begunstigden (het is dus mogelijk om alleen te postuleren), maar de transnationaliteit wordt aangemoedigd

De projecten moeten steeds een « Europese toegevoegde waarde » aantonen, hetgeen als volgt wordt
 bepaald :
- de bijdrage aan de specifieke doelstellingen van het bedoelde prioritair domein
- de multifunctionele doelstellingen, mogelijke synergiën of integratie met andere Europese beleidsterreinen
- de reproduceerbaarheid en overdraagbaarheid van het project naar andere locaties door de ontwikkeling
  van een geïntegreerde strategie voor de replicatie en transfer
- het veelvuldig gebruik van « groene overheidsopdrachten » of de algemene verspreiding van de resultaten
  van de onderzoeksprojecten die gefinancierd zijn door de EU (Horizon 2020)

In aanmerking komende acties

Bovenop de implementatie per se van de acties van het project, moeten de projecten verplicht volgende dimensies bevatten :
- opvolging van het project en de impact van de acties van het project (door gebruik te maken van de
  prestatie-indicatoren van het programma)
- communicatie / bewustmaking van het grote publiek en verspreiding van de resultaten (voor de betrokken
  belanghebbenden met een meer technisch profiel), netwerken (o.m. met andere projecten)
- beheer van het project en toezicht op de tenuitvoerlegging

Activiteiten die gestart werden voor de aanvang van het project komen niet in aanmerking. Uitzonderlijk kan het project gericht zijn op de herhaling van vroegere activiteiten (voortzetting van een vroeger LIFE-project) , op voorwaarde dat men kan bewijzen deze activiteiten niet kunnen uitgevoerd worden in afwezigheid van een LIFE-project.

Bedrag en betaling
Subsidiebedragen

Er geldt geen minimaal of maximaal bedrag voor de projecten. Ter informatie, de traditionele projecten verenigen dikwijls 1 tot 5 begunstigden, met een budget tussen 500.000 euro et 1,5 miljoen euro voor 2 tot 5 jaar.

Het cofinancieringspercentage van het programma bedraagt gemiddeld 60% van de subsidiabele kosten, en zelfs 75% indien het project betrekking heeft op het behoud van prioritaire gebieden of habitats (voor meer dan 50% van de kosten).

De subsidie werkt volgens het principe van terugbetaling van de werkelijke kosten na de start van het project en het indienen van de bewijsstukken.  Een voorfinanciering van 70% van de subsidie (via 1 of 2 uitbetalingen naargelang de datum van het project) is mogelijk.

Subsidiabele kosten

Komen onder meer in aanmerking :
- de personeelskosten verbonden aan het project op voorwaarde dat de timesheets worden ingevuld en
  de regel van 2% wordt gerespecteerd voor de publieke entiteiten (infra)
- de verplaatsingskosten
- de kosten voor verbruiksgoederen en benodigdheden
- de afschrijvingen van duurzame goederen verworven tijdens het project (en niet ervoor) onder volgende
  voorwaarden :
  * infrastructuur : tot 25% van de kosten voor de aankoop (maar de kost van één enkele infrastructuur mag
     max. 500.000 euro bedragen)
  * uitrustingen : tot 50% van de totale kosten voor de aankoop
  * prototype : tot 100% (niet voor « Natuur en Biodiversiteit » en « Milieubeleid en informatie »)
- er gelden uitzonderingen voor « Natuur en Biodiversiteit » (cf. fiche)

- de aankoop van een terrein of de leasing op lange termijn of compensaties voor het gebruik van een terrein
  verbonden aan de tenuitvoerlegging van het project onder bepaalde voorwaarden
- de niet-aftrekbare BTW onder voorwaarden
- de kosten voor externe bijstand (uitbesteding) – max. 35% van het budget


De regel van 2% vereist dat de bijdrage van de publieke entiteit aan het project min. 2% hoger moet zijn dan de salariskosten ten laste van het project voor de niet-additionele werknemers.  Voor alle duidelijkheid: de vaste personeelskosten worden niet ten laste genomen en de cofinanciering van het project door de gemeente moet ten minste gelijk zijn aan: « de vaste personeelskosten toegewezen aan het project » + 2% van de kosten (en in dat geval mag de LIFE-subsidie minder dan 60% van de kosten dekken). Opdat de personeelskosten zouden ten laste worden genomen, kan een gemeente echter (na de aanvang van het project of de ondertekening van de overeenkomst) bijkomend personeel aanwerven of het contract van een persoon vernieuwen door het specifiek en uitsluitend toe te wijden aan het project.

Het is aangeraden om voor elk project een voltijdse projectbeheerder te voorzien. Er wordt van de coördinator verwacht dat hij deze verantwoordelijkheid op zich neemt. In goed gemotiveerde gevallen is het mogelijk deze taak uit te besteden op voorwaarde dat de coördinator een directe controle behoudt. Opgelet, er mag max. 35 % van het budget aan externe bijstand besteed worden.  De groene overheidsopdrachten moeten tevens gebruikt worden.

Komen onder meer niet in aanmerking :

- de opgegeven kosten in het kader van een ander project ondersteund door de EU
- de bijdrage in natura van derden zoals vrijwilligerswerk
- de bouw van zware infrastructuur (eenmalige investering van meer dan 500.000 euro, tenzij gemotiveerd in
  uitzonderlijke gevallen die bijdragen aan de doelstellingen van LIFE)
- de kosten voor fundamenteel onderzoek
- de kosten gelinkt aan mitigatie-acties of vergoedingen voor schade aan het milieu of aan de biodiversiteit
- de niet-aftrekbare BTW voor acties die geleid worden door openbare entiteiten in het kader van hun
  soevereine bevoegdheden


Om ongewenste overlappingen te vermijden, moeten de aanvragers motiveren waarom ze een LIFE-financiering wensen te bekomen eerder dan een andere financiering van de Unie in het geval dat deze tevens vergelijkbare projecten of acties ondersteunt.
Het oriëntatiedocument (infra) kan helpen bij het bepalen welk Europees programma het meest geschikt is.
Procedure
De projectoproepen voor de traditionele projecten en de voorbereidende projecten worden meestal in de lente op de LIFE-website gepubliceerd .

De kandidaten moeten het “ kandidatuurdossier “ (enkel in het Engels) specifiek voor hun projectoproep gebruiken en aandachtig de daarbij horende gids lezen.

Voor de traditionele projecten moeten de kandidaten de « E-proposal »-tool gebruiken om het formulier
en de bijlagen in te vullen en in te dienen (een « EU login » is noodzakelijk, zie vademecum inschrijving « EU Login »).

Het dossier mag voor de deadline zo vaak als men wil elektronisch gewijzigd, gevalideerd en « ingediend» worden (« submitted » in het Engels). Enkel de laatste versie die voor de deadline ingediend wordt zal geanalyseerd worden. Om technische problemen op het laatste moment te vermijden en om op voorhand technische knelpunten te identificeren, is het aanbevolen om regelmatig uw dossier in te dienen. Het is ook aanbevolen om ofwel Firefox ofwel Google Chrome te gebruiken.
 

Naast het formulier, moeten de publieke entiteiten een specifieke verklaring indienen, maar ze moeten geen financiële bijlage indienen (« simplified financial statement annex »). 

Het kandidatuurdossier moet beknopt zijn. Er mogen kaarten geleverd worden, mais er moeten geen brochures, CV’s en andere niet noodzakelijke documenten toegevoegd worden.

Kalender

Cf. rubriek « procedure » in elke projectoproep.

Praktische inlichtingen
Europese commissie

Het Directoraat Generaal (DG) Milieu is verantwoordelijk voor de grote richtsnoeren van het subprogramma Milieu en het DG Klimaat van het subprogramma Klimaat.

Het uitvoerend agentschap voor het midden- en kleinbedrijf (EASME) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma.

Alle vragen moeten echter gericht worden aan het nationaal « Contactpunt » (infra).

Louter technische vragen betreffende het gebruik van de tool « e-proposition » mogen per mail gesteld worden aan: env-clima-life-helpdesk@ec.europa.eu.

Belgisch contactpunt

De Europese Commissie beveelt de kandidaten aan om het contactpunt te contacteren om zich ervan te vergewissen dat het onderwerp niet door een andere kandidaat is gekozen en indien nodig, om in contact te worden gebracht met personen die aan hetzelfde onderwerp werken.

Subprogramma Milieu, behalve Natuur & Biodiversiteit en Subprogramma Klimaat

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu (site)

Algemene directie Milieu - Internationale en horizontale aangelegenheden
Victor Horta-plein, 40 bus 10
1060 Brussel

Mevr. Stefanie Hugelier (Senior attaché) - Tel 02 524 96 88 - stefanie.hugelier@health.fgov.be

Subprogramma Natuur & Biodiversiteit et Subprgramma Klimaat

Agentschap voor Natuur en Bos
Centrale Diensten
Koning Albert II-laan, 20 bus 8
1000 Bruxelles

Mevr. Els MARTENS - Tel 0478 55 12 16 - els.martens@vlaanderen.be


Brulocalis - Vereniging Stad & Gemeenten van Brussel


De leden van Brulocalis (gemeenten en OCMW’s van het BHG) die geïnteresseerd zijn in dit programma kunnen een beroep doen op de cel Europese projecten voor begeleiding bij het tot stand brengen van Europese projecten. Gelieve een e-mail te sturen naar het contactpunt voor al uw vragen of voor meer informatie.
Wettelijke en reglementaire bronnen
Meer informatie over het programma is te vinden op de Life-website van de Europese commissie, o.m. volgende documenten (in het engels):
- een oriëntatiedocument om te kiezen tussen het Life-programma en andere Europese programma’s
- de link naar de tool « eProposal »
- de projectoproepen (in het Engels) (cf. selectie in de gegevensbank subsidies)
- de financiële en administratieve richtlijnen
- de communicatietools en de tools voor het projectverslag

12.02.2018 Uitvoeringsbesluit 2018/210/EU van de Commissie betreffende de vaststelling van het meerjarige werkprogramma Life voor 2018-2020 (P.B.E.U., 13.02.2018, L39/11).
Gecoördineerde tekst : zie http://eur-lex.europa.eu
Meer info in Inforum : zie document nr 318955


11.12.2013. Verordening (EU) Nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007
(P.B.E.U., 20.12.2013, L347/185).
Gecoördineerde tekst : zie http://eur-lex.europa.eu
Meer info in Inforum : zie document nr 285368
Commentaar
FAQ

Een FAQ-rubriek is, in het Engels, beschikbaar op deze webpagina.

Informatie en praktische tips verleend tijdens de informatiesessie LIFE van 15/06/2015


Aangezien er veel concurrentie bij het selecteren van LIFE-projecten (slagingspercentage van ongeveer 20 tot 30%, minder in 2014) is het aanbevolen om :
1) bij de voorbereiding van het kandidatuurdossier
- de documenten van de kandidatuursdossiers goed te (her)lezen alsook de financiële en administratieve
  richtlijnen (infra)
- na te gaan of LIFE wel het geschikte programma is voor het project, cf. oriëntatiedocument (infra) (voor de
  gemeenten: begeleiding mogelijk van de VSGB)
- tenminste aan de doelstellingen van het prioritair domein voldoen en zo goed mogelijk aan de prioritaire
  onderwerpen (cf. fiches projectoproepen)
- rekening houden met alle uitzonderingen die van toepassing zijn (voor de gemeenten in het bijzonder de
  BTW-regels en de 2%-regel)
2) bij het opzetten van een project
- het project ontwerpen rond een logische volgorde « problemen > activiteiten > doelstellingen > resultaten »
  en de resultaten kwantificeren
- de verwezenlijkingen van de te bereiken doelstellingen onderscheiden (het project moet niet streven naar
  het opstellen van een brochure)
- een goede kennis hebben van de uitgangssituatie
- aan de duurzaamheid van het project denken
- de Europese meerwaarde van het project duidelijk aantonen en o.m. activiteiten (of tijdens de activiteiten)
  inlassen om de reproduceerbaarheid en de overdraagbaarheid te vergemakkelijken
3) andere praktische tips
- ervoor zorgen dat de fondsen goed gebruikt worden (verhouding kosten-baten)
- voldoende personeel voorzien en de betrokkenheid van iedereen in de activiteiten duidelijk omschrijven
- een budget voorzien voor de vertaling aangezien de financiële en technische rapportage in het Engels
  moeten geschreven zijn
- een bufferperiode voorzien voor onverwachte omstandigheden (o.m. in geval van de aankoop van een
  terrein)
- voor projecten met meerdere partners, niet de partners « begunstigden » vermenigvuldigen, maar de
  deelnemende partijen erbij betrekken (zonder dat ze noodzakelijk « begunstigden » zijn)
- de regels inzake overheidsopdrachten respecteren

Inspiratiebronnen : gegevensbank LIFE-projecten

De gegevensbank met eerdere Life-projecten kan als inspiratiebron dienen (in het Engels).


Datum van de laatste update
17-05-2019

Nieuwe fiches


U kan zich abonneren op onze RSS-feed Nieuwe subsidies om verwittigd te worden telkens als er een subsidie  toegevoegd of gewijzigd werd in de database.

Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links