Ontwerpbesluit ivm elektronisch versterkt geluid: advies van VSGB en gemeenten

Op verzoek van het Gewest analyseerde de VSGB het ontwerpbesluit ivm elektronisch versterkte muziek in voor het publiek toegankelijke inrichtingen en tijdens een informatievergadering werden de adviezen van de gemeenten gebundeld. De analyse werd op 17 mei 2016 verzonden naar Leefmilieu Brussel en naar Milieuminister Céline Fremault.

Na een uitgebreide raadpleging van de sector en de andere Gewesten heeft Leefmilieu Brussel een ontwerp van nieuwe regelgeving klaar om het publiek te beschermen tegen hinder veroorzaakt door inrichtingen die elektronisch versterkte muziek spelen.

Aangezien het KB van 24 februari 1977 onvoldoende aangepast is, wordt het in de praktijk niet toegepast.

De andere regelgeving maakt het niet mogelijk de bezoekers en het personeel van de inrichtingen doeltreffend te beschermen.

Momenteel beogen de rubrieken van de ingedeelde inrichtingen (waarvan de exploitatie een milieuvergunning of –aangifte vereist) niet specifiek de inrichtingen die versterkt geluid spelen.

134

Danszaal

Inrichting met een danszaal, met een totale oppervlakte

a) tussen 100 m² en 200 m²

Klasse 3

b) hoger dan 200 m²

Klasse 2

135

Spektakels

Bioscoopcomplexen, schouwburgen, operagebouwen, music-halls, bowling

Klasse 2

Feestzalen, zalen waar spektakels plaatsvinden, met een totale oppervlakte van
meer dan 200 m²

Klasse 2

Studio's waar geluidsopnamen gemaakt worden

Klasse 2


Actie van de VSGB


Op vraag van Leefmilieu Brussel hebben wij op 15 maart een infosessie georganiseerd in de lokalen van de VSGB, bijgewoond door een dertigtal personen (milieudienst, politiezone, …). Na die vergadering stelden een tiental gemeenten een advies op, dat voor analyse overgemaakt werd aan Leefmilieu Brussel.

Aansluitend werd de volgende analyse op 17 mei naar Brussels minister van Leefmilieu Céline Fremault gezonden.

Analyse


De Brusselse regering keurde het ontwerpbesluit in eerste lezing goed op 11 februari 2016.

De principes van het besluit zijn:
  • Inrichtingen die elektronisch versterkte muziek spelen – binnen of in open lucht – moeten bijzondere voorwaarden naleven in functie van hun categorie geluidsniveau.
  • Als een inrichting bovendien na middernacht versterkte muziek wil spelen, moet ze over een milieuvergunning beschikken. De klasse daarvan hangt af van het geluidsniveau en de frequentie van de evenementen.

Nieuwe rubriek 135


a) Toneelzalen, bioscoopcomplexen, schouwburgen, operagebouwen, variététheaters, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale oppervlakte van meer dan 200 m² en die een totale capaciteit hebben van 3.000 personen of minder.

Klasse 2

b) Toneelzalen, bioscoopcomplexen, schouwburgen, operagebouwen, variététheaters, feestzalen, discotheken, concertzalen met een totale capaciteit van meer dan 3.000 personen.

Klasse 1B

c) Andere inrichtingen toegankelijk voor het publiek, ongeacht de toegangsvoorwaarden, die zijn ingericht of uitgerust met een permanente of tijdelijke installatie voor het spelen van elektronisch versterkte muziek, waarvan de uren waarop de muziek wordt gespeeld volledig of gedeeltelijk liggen tussen 00.00 uur en 07.00 uur en het equivalent geluidsdrukniveau LAeq, 15 minuten, glijdend 95dB(A) of minder is.

Klasse 3

d) Andere inrichtingen toegankelijk voor het publiek, ongeacht de toegangsvoorwaarden, die zijn ingericht of uitgerust met een permanente of tijdelijke installatie voor het spelen van elektronisch versterkte muziek, waarvan de uren waarop de muziek wordt gespeeld volledig of gedeeltelijk liggen tussen 00.00 uur en 07.00 uur en het equivalent geluidsdrukniveau LAeq, 60 minuten, glijdend hoger dan 95dB(A) en lager of gelijk is aan 100dB(A) voor meer dan 10 dagen per jaar.

Klasse 2

e) Andere inrichtingen toegankelijk voor het publiek, ongeacht de toegangsvoorwaarden, die zijn ingericht of uitgerust met een permanente of tijdelijke installatie voor het spelen van elektronisch versterkte muziek, waarvan de uren waarop de muziek wordt gespeeld volledig of gedeeltelijk liggen tussen 00.00 uur en 07.00 uur en het equivalent geluidsdrukniveau LAeq, 60 minuten, glijdend hoger dan 95dB(A) en lager of gelijk is aan 100dB(A) voor 10 dagen per jaar of minder.

Klasse 3


Het besluit zal een rechtstreekse impact hebben op de gemeenten, omdat het voorziet in:
  • een wijziging van de lijst van de ingedeelde inrichtingen voor alle inrichtingen die na middernacht elektronisch versterkte muziek spelen, wat wijzigingen inhoudt op het niveau van het beheer van de milieuvergunningen door de gemeenten.
  • Voor bepaalde evenementen in open lucht is er gepland om een systeem te organiseren van afwijkingen op de besluiten ivm buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen, onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Er is voorzien dat bij ontstentenis van beslissing binnen de 45 dagen, de beslissing beschouwd wordt gunstig te zijn. Deze stilzwijgende afwijking roept vragen op.
Het voordeel van het ontwerp is dat het een geschikter wettelijk kader schetst.

Toch creëert het ook aanzienlijke moeilijkheden voor gemeenten en politiezones:
  • De identificatie a priori van de klasse van milieuvergunning is niet gemakkelijk. Het wordt bepaald door het verwachte geluidsniveau en de frequentie van de evenementen. Het berust uiteindelijk op de intenties van de exploitant maar die zijn moeilijk te controleren nadien.
  • Heel wat kleine inrichtingen, zoals cafés, kunnen eronder vallen. Het zal niet evident zijn deze complexe wetgeving inzichtelijk te maken voor uitbaters van kleine inrichtingen die geen professionals zijn wat het spelen van versterkte muziek betreft.
  • Stilzwijgende uitzonderingen vormen een groot risico voor de bescherming van omwonenden en hun klachten, omdat er geen beoordeling mogelijk is, geval per geval, van hun schadeloosheid. De wettigheid van het mechanisme lijkt ons twijfelachtig, rekening houdend met de Europese wetgeving en de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
  • Bij de uitvoering van deze nieuwe regelgeving zal het personeel van gemeenten en politiezones begeleid moeten worden. Een vademecum, procedures en vormingen zouden dus nuttig zijn, maar dat zal niet volstaan als er geen personeelsuitbreiding komt.
  • Het beheer van nieuwe vergunningen voor inrichtingen die elektronisch versterkte muziek spelen, wordt immers een aanzienlijke klus die bijkomend personeel zal vergen.
  • In dat opzicht stippen wij aan dat het personeel van gemeenten al ingekrompen is door de schrapping van gewestelijke subsidies voor de aanwerving van bijkomend personeel voor milieuzaken, wat nochtans nog steeds voorzien is door het Besluit van de Brusselse Regering van 17 maart 1994 betreffende het toekennen van toelagen aan de gemeenten om opdrachten uit te voeren bedoeld in de ordonnantie van 30 juli 1992 betreffende de milieuvergunning.
  • Wat de controle betreft, dringen wij erop aan dat het gewestpersoneel het gemeente¬personeel zou ondersteunen. Een evenwichtige taakverdeling kan vastgelegd worden in het kader van samenwerkingsakkoorden tussen Leefmilieu Brussel en de gemeenten.
  • Controles na middernacht, wellicht de belangrijkste, kunnen moeilijk ten laste genomen worden door de politiezones, omdat dit soort interventie niet behoort tot de prioritaire taken van de politiediensten in de specifieke context van de versterking van de veiligheid in Brussel.
  • Wat betreft versterkte muziek na middernacht blijven heel wat vragen onbeantwoord aangaande de manier waarop de uitbaters en de politie zullen kunnen nagaan of een inrichting geluid verspreidt boven de 85 dB(A). Noch politie noch gemeentepersoneel beschikken over geluidsmeters, terwijl er geen enkele affichage voorzien is als de inrichting verklaart muziek onder de 85 dB(A) te spelen.
  • Wij hebben vragen bij de relevantie van de milieuaangifte klasse 3. Uit de ervaring blijkt dat deze procedure niet bijzonder aangepast is voor de doeltreffende omkadering van een activiteitensector die een potentieel hoog aantal inrichtingen betreft. De aangiften kunnen niet van de ene houder op de andere (in tegenstelling tot milieuvergunningen) doorgegeven worden. Ze zijn geldig zonder tijdsbeperking, wat de mogelijkheden van een periodieke evaluatie beperkt. Bovendien kan de uitbating van start gaan voordat de voorwaarden door de gemeente vastgelegd zijn.
« Terug

Auteur

Olivier Evrard
Publicatiedatum
18-05-2016
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links