Omzetting van richtlijnen 2014/24-25/EU i.v.m. overheidsopdrachten in Belgisch recht

De VSGB vestigde nogmaals de aandacht op haar advies betreffende het voorontwerp van wet vóór de indiening in het Parlement.

Wat voorafging


De Vereniging werd geraadpleegd door de Brusselse regering met betrekking tot de teksten over de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijnen in verband met overheidsopdrachten vóór hun indiening in het Parlement.

Actie VSGB


De Vereniging maakte op 19 januari een advies over aan de Brusselse minister-president.

Advies VSGB


In de eerste plaats wezen wij erop dat wij doorheen de werkzaamheden van de federale commissie overheidsopdrachten aangedrongen hebben op een minimale omzetting van de richtlijn en een soepel en minder dwingend stelsel onder de Europese bekendmakingsgrens. Wij hadden overigens een brief geschreven naar de Kanselarij waarin we dat standpunt toelichtten. Tijden onze ontmoeting op 1 juni 2015 met de eerste minister hadden wij de garantie gekregen op dit fundamentele punt gevolgd te zullen worden. We hebben een reeks punten aangestipt die een impact kunnen hebben op de lokale besturen, die we reeds aangekaart hadden in vermelde brief aan de Kanselarij.

Wij zijn verheugd dat het in de Kamer ingediende ontwerp zodanig gewijzigd werd dat enkele van onze eisen ingelost werden.

Een greep uit de voornaamste punten:
- De (nieuwe) principes van vertrouwelijkheid van de offertes en integriteit van de gegevens zouden het gebruik van eenvoudige elektronische middelen zoals mail of fax bemoeilijken. Wij hebben de toevoeging gevraagd van een uitzondering voor de overheidsopdrachten bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking onder de Europese grenzen.
- Voor de concurrentiële procedure met onderhandeling, in de logica van een minimale omzetting, hebben wij aangestipt dat er een gedifferentieerd stelsel onder de Europese normen nodig is, nl. dat onder de drempels geen BAFO (‘best and final offer’) geëist moet worden. Dat geldt ook voor de rechtstreekse onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, aangezien die procedure zelfs niet uit de richtlijn voortvloeit omdat het een Belgische procedure is.
- Voor de rechtstreekse onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking vroegen wij een hogere drempel (gelijk aan de Europese drempel van 5.186.000 euro of minstens de helft ervan) voor opdrachten voor werken wat betreft het gebruik van deze procedure.
- Voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking vroegen wij niet onder de verplichting te vallen om de toewijzingscriteria te preciseren. Aangezien het gaat om een ‘gedeformaliseerde’ procedure, vinden wij dit ‘formalisme’ ongepast. Wij zijn verheugd dat de voorgestelde tekst voorziet dat van de verplichting afgeweken kan worden als er slechts één economische operator geraadpleegd kan worden of in geval van hoogdringendheid.
- Wij vroegen een bepaling die de kwestie van de spontane offertes regelt.
- Wij zijn tevreden dat de ingediende tekst rekening houdt met de hypothese van de opportuniteitsaankoop onder de Europese drempels.
- Betreffende de kaderovereenkomsten - aangezien een dergelijke begrenzing niet door de richtlijn opgelegd wordt - wilden wij dat de duur van de opdrachten gebaseerd op kaderovereenkomsten niet meer beperkt zou zijn in tijd en de 4 jaar kan overstijgen mits motivering. Bovendien vroegen wij dat onderhandelingen toegelaten zouden zijn voor de toekenning van opdrachten gebaseerd op een kaderovereenkomst voor zover die in de documenten van de opdracht vermeld zijn.
- Wij betreurden dat het voorontwerp geen melding maakt van de begrippen opties, opdracht in schijven en verlenging. Deze mechanismen worden vaak door aanbestedende overheden gebruikt: ze zouden dus in de wet vastgelegd moeten worden, aangezien de modaliteiten niet alleen betrekking hebben op de uitvoering van de opdracht maar ook op de vorming. Wij wijzen erop dat begin februari een amendement ingediend werd met de vraag om invoeging van een beschikking betreffende de schijven en de verlenging.
- Betreffende de verplichting voor de aanbestedende overheid met betrekking tot de opsplitsing van de opdracht in kavels en de motivering als beslist wordt niet te verdelen, vroegen wij het die voor werken te aligneren op de Europese bekendmakingsdrempels voor werken (5.186.000 €) en niet op die voor opdrachten voor leveringen en diensten bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2014/24/EU (134.000 €).
- Wat de aankoopcentrales betreft, moet het systeem door de lokale besturen gebruikt kunnen worden ten behoeve van andere lokale besturen. Het is cruciaal om de mechanismen voor centralisering van de opdrachten te ondersteunen waarvan de vele voordelen gekend zijn. Het permanente van de centrale moet geen voorwaarde zijn onder de Europese drempels.

Voor de vragen die niet in aanmerking genomen werden, blijven wij de parlementaire werkzaamheden volgen om de belangen van de lokale besturen zo goed mogelijk te behartigen.


Meer info


« Terug

Auteur

Isabelle VINCKE
Publicatiedatum
04-03-2016
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links