Nieuwe regelgeving inzake overheidsopdrachten

Nieuwe wet betreffende de overheidsopdrachten: wat verandert er voor de gemeenten?

Op 14 juli verscheen de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten in het Belgisch Staatsblad. De nieuwe wet zet de Europese richtlijnen 2014/24 en 2014/25 om, teneinde de overheidsopdrachten doeltreffender te maken, de KMO's ruimere toegang te bieden tot overheidsopdrachten en de aanbesteders de mogelijkheid te bieden de overheidsopdrachten beter te gebruiken als instrument ten dienste van gemeenschappelijke maatschappelijke doelen, en tegelijk de rechtszekerheid te verbeteren.

Een overzicht van de voornaamste wijzigingen vanuit de invalshoek van de lokale besturen:

1. De onderhandelingsprocedure

 

De aanwending van de onderhandelingsprocedure wordt globaal gemakkelijker.

2. Verdeling van de opdracht in percelen

 

Voor opdrachten van leveringen, diensten en werken waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger dan de herzienbare Europese drempel voor Europese bekendmaking (135.000 euro), moeten alle aanbestedende overheden de verdeling in percelen overwegen. Als ze beslissen om het niet te doen, moeten zij de voornaamste redenen daarvoor vermelden in de documenten van de opdracht.

3. E-procurement

 

Overheidsopdrachten via elektronische weg worden de regel. Er zijn echter uitzonderingen vastgelegd. Het begrip 'elektronisch middel' is overigens zeer ruim gedefinieerd. Het verplichte gebruik van de elektronische middelen treedt in werking voor opdrachten hoger dan de Europese drempels vanaf 18 oktober 2018, behalve voor aankoopcentrales (18 april 2017). Voor de opdrachten die onder de drempel blijven, treedt de verplichting pas in werking op 1 januari 2020.

4. De plaatsingsprocedures

 

De benamingen van de plaatsingsprocedures wijzigen, per sector, maar uiteindelijk verandert er niet veel. Zo verdwijnt de aanbesteding en wordt het enige criterium het economisch meest voordelige aanbod, maar dat verhindert niet dat een opdracht enkel op basis van de prijs toegewezen kan worden.

In de klassieke sectoren bestaan voortaan de volgende procedures:

  1. Open procedure
  2. Beperkte procedure
  3. Mededingingsprocedure met onderhandeling (komt overeen met de huidige onderhandelingsprocedure met bekendmaking)
  4. Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking (w komt overeen met de huidige vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking)
  5. Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking (komt overeen met de huidige onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking)
  6. Concurrentie-gerichte dialoog
  7. Innovatie-partnerschap

5. Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)

 

Om na te gaan of de uitsluitings- en selectiecriteria nageleefd werden, volstaat het voortaan dat de kandidaten of de inschrijvers een UEA voorleggen. Dat is een bijgewerkte eigen verklaring op erewoord die door de aanbestedende overheid wordt aanvaard. Dit document dient a priori als bewijs ter vervanging van de door overheidsinstanties of derden afgegeven documenten of certificaten die bevestigen dat de betrokken kandidaat of inschrijver aan alle selectiecriteria voldoet en zich niet in een geval van uitsluiting bevindt.

6. Corrigerende maatregelen

 

Aansluitend bij het vorige punt kan elke kandidaat of inschrijver die zich in een geval van uitsluiting bevindt, corrigerende maatregelen nemen. Zo kan hij bewijzen leveren om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft, volstaan om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks het bestaan van een relevant uitsluitingsmotief. Als de aanbestedende overheid vindt dat die bewijzen volstaan, wordt de betrokken kandidaat of inschrijver niet uitgesloten uit de plaatsingsprocedure.

7. De strijd tegen sociale dumping

 

De verplichte naleving van het sociaal, milieu- en arbeidsrecht, d.w.z. de strijd tegen sociale dumping, werd grondig herwerkt en verruimd. Voortaan geldt de verplichting in eender welk stadium, ook de plaatsing. De operatoren moeten de verplichting ook doen naleven door hun onderaannemers of elke persoon die personeel ter beschikking stelt. En het gaat om alle verplichtingen die van toepassing zijn in het domein van het sociaal, milieu- en arbeidsrecht, ongeacht of die afkomstig zijn uit het Europees recht, het nationaal recht of internationale bepalingen of conventies.

8. Uitsluiting van juridische diensten

 

De nieuwe wet sluit de juridische diensten uit het toepassingsgebied van de overheidsopdrachten uit. Dit verhindert evenwel niet dat de algemene beginselen van het administratief recht blijven gelden.

9. Uitzondering 'in-house' en 'publiek-publieke' samenwerking

 

De Europese rechtspraak over de uitzondering 'in house' werd opgenomen maar ook gewijzigd in de regelgeving.

  • We spreken van 'gewone in-house' bij een opdracht tussen een aanbestedende overheid en een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon.
  1. Ten eerste moet de aanbestedende overheid op die rechtspersoon toezicht uitoefenen zoals op haar eigen diensten. Hij moet op deze persoon dus een beslissende invloed uitoefenen, zowel op de strategische doelstellingen als op de belangrijke beslissingen. Dat toezicht kan ook indirect zijn.
  2. Ten tweede moet meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde persoon verricht worden in het kader van de uitvoering van taken toevertrouwd door de aanbestedende overheid of andere rechtspersonen die hij controleert.
  3. Ten derde is er geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.

  • De wetgeving behandelt nu ook de 'reverse in-house': dit betreft het geval waarin de gecontroleerde rechtspersoon een opdracht toekent aan de aanbestedende overheid die deze controleert
  • en de 'collaterale in-house', d.w.z. wanneer de gecontroleerde rechtspersoon een opdracht toekent aan een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende overheid gecontroleerd wordt (zusterentiteit).
Beide gevallen vallen ook onder de uitzondering 'in-house'.

  • Als de aanbestedende overheid geen toezicht uitoefent op een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, maar samen met andere aanbestedende overheden een analoog toezicht uitoefent dan op hun eigen diensten, en voor zover de andere voorwaarden betreffende de gewone in-house uitzondering vervuld zijn (drempel van 80 % en geen rechtstreekse participatie van privékapitaal in principe), vormt deze 'verruimde in-house' ook een uitzondering. In dat geval is er echter geen 'reverse in-house' of 'collaterale in-house'.

Een opdracht die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende overheden (publiek-publieke samenwerking) afgesloten wordt, is ook uit het toepassingsgebied van de wet uitgesloten als het een samenwerking tot stand brengt tussen deze aanbestedende overheden met het oog op het waarborgen dat de overheidsdiensten waarvan zij de uitvoering moeten verzekeren, uitgevoerd worden met het oog op de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen. De uitvoering van die samenwerking mag enkel het openbaar belang nastreven en de deelnemende aanbestedende overheden nemen op de open markt minder dan 20 % van de activiteiten voor hun rekening waarop de samenwerking betrekking heeft.

Op 14 juli verscheen ook de wet betreffende de concessieovereenkomsten in het Belgisch Staatsblad. Deze wet vult een leemte. Wij zullen er later nog dieper op ingaan.

De inwerkingtreding van beide nieuwe wetten moet nog bij KB bepaald worden, maar wordt pas vanaf voorjaar 2017 verwacht.

Wettelijke basis

 

  • Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten (I) (BS 14.07.2016, Inforum 298344)
  • Wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten (I) (BS 14.07.2016, Inforum 300961)

« Terug

Auteur

Matthias DE COCK
Publicatiedatum
28-07-2016
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links