Hervorming vennootschapsbelasting: Verenigingen vragen budgetneutraliteit

De minister van Financiën heeft zijn hervormingsplan aangekondigd met als doel om tegen 2019 te komen tot een vennootschapsbelasting van 20 % in plaats van de huidige 33,99 %. Zonder compensatie zou deze maatregel een impact hebben op de gemeentefinanciën door de daling van de inkomsten uit aanvullende personenbelastingen. Update: minister Peeters heeft ons geantwoord op 20 september.

De gemeenten mogen geen aanvullende belasting op de vennootschapsbelasting heffen. Toch kijken de drie Verenigingen van Steden en Gemeenten met bezorgdheid naar deze hervorming.

Zoals de Hoge Raad van Financiën onderstreepte in zijn advies van juli 2016 betreffende de hervorming, moet de vennootschapsbelasting voor kleine vennootschappen, die economisch dicht bij de individuele onderneming staan, dicht bij de personenbelasting aanleunen, want anders zouden individuele ondernemingen van natuurlijke personen (die dus onderworpen zijn aan de personenbelasting) overschakelen naar een vennootschap. Een te groot verschil tussen de belastingtarieven zou een aanzienlijke weerslag hebben op de staatsbegroting.

Die overstap naar een vennootschap zou de gemeenten een deel van hun inkomsten uit personenbelastingen ontnemen.

Samen met onze zusterverenigingen schreef de VSGB een brief naar de betrokken federale ministers, om hun aandacht te vestigen op het effect van de daling van de vennootschapsbelasting op de gemeentefinanciën.

Wij vroegen daarbij een waarborg op het vlak van budgetneutraliteit met de personenbelasting. Eén van de mogelijkheden die de Hoge Raad van Financiën (HRF) daartoe aanreikt, is de compensatie van het effect van de overstap naar een vennootschap met de betaling van een belasting die de werkelijke inkomsten van de bedrijfsleiders weergeeft. De HRF noemt bijvoorbeeld de voorwaarde van een minimale vergoeding aan minstens één van de bedrijfsleiders.

Nu de lasten van de gemeenten alsmaar blijven toenemen (kosten van de politiezones en OCMW's, pensioenen van gemeentepersoneel, onderwerping aan de BTW, ...) en tegelijk hun inkomsten dalen, is het onaanvaardbaar dat daar voor de gemeenten nog het effect van deze hervorming zou bijkomen omwille van een daling van hun voornaamste inkomstenbron: de aanvullende personenbelasting.

Zie ook

Update: antwoord van de minister

Op 20 september ontvingen wij 2 antwoorden. Minister van Financiën Van Overtveldt bevestigde dat hij onze brief ontvangen heeft. Minister van Economie Kris Peeters van zijn kant stelde dat het dossier nog in de studiefase is en dat een van de mogelijke opties een antwoord zou bieden op onze vragen.

Wij volgen dit dossier dus verder.


« Terug

Auteur

Isabelle VINCKE
Publicatiedatum
26-09-2016
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links