Federale taxshift: loodzware gevolgen voor Brusselse gemeentefinanciën

De gemeenten ontvingen een raming van de impact van de federale taxshift op hun financiën voor 2016 tot 2021. In totaal verliezen de Brusselse gemeenten nagenoeg 23 miljoen euro, zijnde ongeveer 10 % van hun inkomsten uit aanvullende personenbelastingen. De VSGB vraagt compensaties.

In december ontvingen de Brusselse, Vlaamse en Waalse gemeenten van de FOD Financiën een raming van de impact van de federale taxshift op hun financiën van 2016 tot 2021.

Die impact is bijzonder zwaar voor de Brusselse gemeenten (zie tabel) en zal tegen 2021 een jaarlijks verlies aan inkomsten van nagenoeg 23 miljoen euro teweegbrengen, zijnde ongeveer 10 % van hun inkomsten uit aanvullende personenbelasting, als alle andere factoren ongewijzigd blijven.

De impact moet gemoduleerd worden in functie van de verhoopte positieve effecten, die evenwel nog niet gevalideerd werden, van de taxshift op de gemeenteontvangsten dankzij de gehoopte economische heropleving en de verhoogde werkgelegenheid, maar ook de eventuele negatieve weerslag van besparingsmaatregelen die het uitgavenpatroon van gezinnen en bedrijven kunnen beïnvloeden.

De daling van hun ontvangsten als gevolg van de federale taxshift zal de komende jaren aanzienlijke financiële problemen teweegbrengen voor de Brusselse gemeenten, terwijl die het allemaal financieel zeer moeilijk hebben, bovenop andere federale maatregelen die ook negatieve gevolgen hebben voor de financiën van de lokale besturen - en dus de burgers - met name de belastingen op intercommunales, het gebrek aan geld voor het grootstedenbeleid, de federale onderfinanciering van de Brusselse politiezones, de verhoging van de responsabiliseringsbijdrage voor de pensioenen van de lokale besturen, de vertraging in de inkohiering van de personenbelasting en de onroerende voorheffing.

Er moeten dringend compensaties gevonden worden. Anders zullen bepaalde gemeenten hun belastingen moeten optrekken, om het door de taxshift veroorzaakte inkomensverlies al was het maar gedeeltelijk te compenseren, of hun dienstenaanbod aan de burger terugschroeven.

Anderzijds is het onaanvaardbaar dat de gemeenten financieel gestraft worden door de vertraging in de doorstorting van de belastingen die de federale overheid voor hen int. Federaal zou er een permanent doorstortingssysteem ingevoerd moeten worden, zodat de gemeenten niet langer afhangen van de onregelmatige inkohieringen voor de opmaak van hun begrotingen en rekeningen.

Wij zijn verheugd dat de federale overheid de BTW op schoolgebouwen van 21 naar 6 % teruggebracht heeft. Dat is goed, maar onvoldoende. Ze moet de contractanten van de lokale besturen dezelfde verlaagde werkgeversbijdragen doen genieten als de loontrekkenden uit de privésector (non-profit inbegrepen), terwijl uiteraard een alternatieve financiering voor onze sociale zekerheid gewaarborgd moet blijven. Dat zou de lokale besturen wat zuurstof geven, die de federale taxshift gedeeltelijk compenseert, en discriminatie voorkomen tussen openbare en privé-werkgevers die vaak actief zijn in dezelfde domeinen (rusthuizen, dienstenchequebedrijven, gezinshulp, …).
« Terug

Auteur

Marc COOLS
Publicatiedatum
11-01-2016
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links