Opheffing van het beroepsgeheim? Wie voor engel wil spelen …

Verschenen in dagblad La Libre Belgique van 21 april 2017

Een N-VA-voorstel en een wetsontwerp betreffende het beroepsgeheim zijn momenteel in bespreking in het Parlement. Het N-VA-voorstel wil de sociale zekerheidsinstellingen (OCMW, ziekenfondsen, vakbonden, …) verplichten om bepaalde inlichtingen aan de procureur des Konings over te maken. Die verplichting zou tweeledig zijn. Passief: de procureur antwoord geven op gegevens die als administratief beschouwd worden. Actief: informatie aanbrengen die kan wijzen op terroristische activiteiten. Die tweede verplichting zou geen strafrechtelijke sanctie inhouden. Het ontwerp van de minister van Justitie legt wel een strengere sanctie op voor de schending van het beroepsgeheim en voorziet een concept dat vergelijkbaar is met een gedeeld beroepsgeheim bij overleg van gevallen zonder aan de basisbeginselen ervan te raken.

Waarom bestaat het beroepsgeheim? Het waarborgt de bescherming van de gebruiker en zijn private levenssfeer. Het is een onmisbaar instrument voor professionals om degelijk werk te leveren. De vertrouwelijkheid ligt aan de basis van het vertrouwen van de gebruikers in die professionals. Tot slot beschermt het de samenleving. Er zijn plaatsen nodig waar iedereen vertrouwelijke informatie kan delen zonder dat zijn uitspraken tegen hem kunnen gebruikt worden.

Het is essentieel maar niet absoluut. De noodtoestand met name maakt een opheffing van het beroepsgeheim mogelijk. Die wordt beoordeeld op basis van het proportionaliteitsbeginsel: de houder van het geheim kan het opheffen na de waarden die spelen beoordeeld te hebben, in geval van een ernstig en imminent gevaar dat niet anders vermeden kan worden dan door de schending van het beroepsgeheim. Het wordt dus geval per geval beoordeeld. Het verwijst naar een waardenconflict: het geheim en de stilte respecteren of het geheim schenden om een hoger belang te vrijwaren.

Drie argumenten worden aangehaald door degenen die willen dwingen tot de opheffing van het geheim. Het voornaamste is de bescherming van de bevolking tegen mogelijke terreurdaden. Sommigen beweren ook dat dit niets zou veranderen, maar dat het duidelijker zou zijn voor de maatschappelijk werker. Anderen suggereren dat OCMW's informatie zouden achterhouden.

Dat laatste argument is het zwakste. Momenteel is er maar één geval genoemd. Als dat bevestigd wordt, moeten we dan een uitzonderingsregime invoeren of waken over een evenwichtige toepassing van de basisregels, waaronder de noodtoestand?

De schending opleggen om de strijd aan te binden tegen terrorisme? Met die strategie dwaalt de federale overheid in verschillende opzichten.

Ten eerste, zoals de Raad van State stelt in het advies van 24 juni 2016, is het "niet duidelijk waarom vertrouwelijke inlichtingen in het bezit van OCMW-leden en personeel dusdanig pertinenter en noodzakelijker zijn in de strijd tegen het terrorisme dan vertrouwelijke inlichtingen in het bezit van andere vertrouwenspersonen."

Ten tweede hebben terroristen vandaag uiteenlopende trajecten. Sommigen waren doodgewone gasten, onopvallend, jan met de pet. Zelfs personen die OCMW-hulp kregen en betrokken waren bij bloedige aanslagen, vertoonden geen enkel bijzonder teken. Die 'mutatie' werd aangekaart door Anne Giudicelli. “Aangezien het toezicht toegespitst blijft op de radicale islam en de verschillende uiterlijke voortekenen daarvan, zou de volgende fase logischerwijs een generatie individuen kunnen opleveren die deze kenmerken niet vertonen, met een maagdelijk verleden, sociaal omringd, 'perfecte' medeburgers, landgenoten die niet voortijdig opspoorbaar waren en een geheel innerlijke discretie kennen”, “landgenoten wiens enige uiterlijke tekenen die van normaliteit zijn”.

Ten derde wordt er een cultuur van achterdocht aangewakkerd die de reeds zware stigmatisering nog zal versterken.

De overgrote meerderheid van de Belgische moslims leidt een vredig leven. Dat moet gezegd worden. Ook al werd hij niet gehoord, Kofi Annan had het aan het rechte einde: "De mensenrechten negeren mag niet de strijd tegen terrorisme dienen. Integendeel, het vergemakkelijkt de verwezenlijking van het doel van de terrorist, door aan hem het bepalende gebied van de moraal over te laten en door spanningen te creëren, haat en wantrouwen ten aanzien van de overheid, in het bijzonder onder de bevolkingsgroepen waar hij het makkelijkst nieuwe aanhangers zal kunnen vinden." . Die stigmatisering bevordert de rekrutering van degenen die de tekst beweert te bestrijden.

De hervorming zou niets veranderen. Het zou duidelijker worden! Echt? Een OCMW-werknemer of -mandataris is geen tipgever noch profiler. De maatschappelijk werker heeft sowieso al tijd te weinig. Zo stelde Lucien Nouwynck, advocaat-generaal bij het Brusselse Hof van Beroep: "Als de maatschappelijk werker zou werken zoals de politie, zou hij dezelfde vaststellingen kunnen doen als die laatste, maar dan zou hij gepercipieerd worden als iemand die onderzoek voert 'tegen' en zou elke vorm van vertrouwensrelatie in het gedrang komen”. Dat is een breuk in het hart van het sociaal werk. Op niveau van de OCMW's creëert men hier een nieuw beroep dat uiteraard niet compatibel is. De minister van Maatschappelijke Integratie kondigt overigens aan dat hij de maatregel wil uitbreiden van terroristische activiteiten tot de ernstigste misdaden. En morgen, tot sociale fraude?

De tekst is alles behalve helder. Wat zijn administratieve inlichtingen? Hoe worden ernstige aanwijzingen gedefinieerd wetende dat het initiatief gericht is op de strijd tegen terrorisme en niet tegen radicalisme? Wie zou er bij het OCMW komen pochen dat hij een aanslag beraamt? Wat gebeurt er als een personeelslid zijn bevoegdheid te buiten gaat? Hoe staat het met de strafrechtelijke en de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de mandatarissen, leidinggevenden en werknemers die eruit voortvloeit indien aanwijzingen van terrorisme niet aangegeven worden of er ongegronde of foutieve inlichtingen doorgegeven worden? Moet de OCMW-medewerker boeten in geval van een aanslag? Is deze beknibbeling van het beroepsgeheim van de maatschappelijk werkers geen slecht voorteken voor andere vormen van geheimhoudingsplicht die beknot zouden kunnen worden, zoals voor advocaten, artsen of journalisten? Fundamenteler, moet er niet gezocht worden naar de structurele en politieke oorzaken van de radicalisering van jongeren?

Dat alles belooft niet veel goeds. Voor personen die het moeilijk hebben, maar aarzelen om bij het OCMW te gaan aankloppen. Voor maatschappelijk werkers die al lijden onder te veel stress. Voor de democratie. De strijd tegen terrorisme is een legitiem doel en ieder moet ertoe kunnen bijdragen met respect voor de fundamentele waarden voor onze democratie. Dat doel kan bereikt worden zonder zo'n duidelijke schending van de private levenssfeer of onze sociale rechten. Er bestaan middelen, maar die worden nog steeds niet gebruikt of blijven miskend.

Toch een lichtpunt in dit sombere plaatje. Door Abdennour Bidar . In een schitterend essay roept deze filosoof op tot wevers (“Tisserands"). Mensen die banden herscheppen met zichzelf, anderen en de natuur. Hij schrijft "dat men over geradicaliseerde jongeren niet mag denken dat het alleenstaande gevallen zijn. Het is weliswaar een extreem voorbeeld, maar het toont wat onze jeugd tegenwoordig fel mist: iets groots waaraan ze hun leven kunnen wijden, idealen die sterke overtuigingen tot stand brengen, grote verhalen die hun bestaan verwarmen, die hoop en zin geven, die broederschap creëren. In plaats daarvan zitten we met een totaal gebrek aan projecten ter bevordering van de beschaving, die mensen samenbrengen." In deze tijden van groeiende terrorismedreiging hebben we nood aan wevers en boeiende projecten die de toekomst openen en verlichten. Samen! Iets anders! Men mag geen austeriteitsbeleid en precariteit aan sommigen opleggen, terwijl men de schaamteloze plutocratie van anderen aanvaardt.

Ondertekenaars


Sébastien Alexandre, Directeur Fedito Bxl,
Meyrem Almaci, partijvoorzitster en federaal parlementslid - Groen
Nicolas Bernard, hoogleraar aan de Université Saint-Louis
Jean Blairon, RTA (vzw)
Joost Bonte – Straathoekwerk Oost- en West-Vlaanderen
Jan Buelens, professor aan de Universiteit Antwerpen en advocaat bij Progress Lawyers Network
Jean-Pierre Buyle, advocaat en voorzitter van de orde van de Franstalige en Duitstalige balies
Ann Bryssinck, arts
Manuela Cadelli, voorzitster 'Association syndicale des magistrats'
Marie-Thérèse Casman, sociologe
Michel Colson, medevoorzitter van de Federatie van Brusselse OCMW's
Guy Crijns, nationaal secretaris CSC – overheidsdiensten
Bruno Dayez, advocaat
Vanessa De Greef, onderzoekster bij de ULB en ondervoorzitster van de Liga van de Mensenrechten
Marie-Pierre Delcour, directrice Infor-Homes (vzw)
Jean Marc Delizée, federaal parlementslid – burgemeester van Viroinval
Rémy Demeester, arts interne geneeskunde infectioloog
Béatrice Derroitte, directrice, en alle lesgevers van het Institut Cardijn - HELHa, Département social LLN
Alexis Deswaef, advocaat en voorzitter van de Liga van de Mensenrechten
Cis Dewaele – Straathoekwerk Vlaanderen en SWAN
Muriel Di Martinelli, federaal secretaris ACOD Brussel
Dune (vzw) & Diogènes (vzw)
Yves Dupuis, SETCa-FGTB BHV
Bernard Dutrieux, hoogleraar aan de HE2B (Haute École Bruxelles-Brabant)
Jacques Fierens, hoogleraar aan UNamur, ULg, UCL en advocaat
Jean-François Funck, rechter bij de rechtbank van Brussel
Malou Gay, codirectrice CIRE
Manu Gonçalves, coördinator 'Le Méridien'
Arnaud Gorgemans directeur Christelijke Mutualiteit Sint-Michielsbond
Malvina Govaert, geëngageerd burger
Sébastien Gratoir, Ecole en Colère
Mejed Hamzaoui, hoogleraar ULB
Daniel Hanquet, maatschappelijk werker in een OCMW sinds 40 jaar
Yves Hellendorff, nationaal secretaris non-profit CNE
Denis Hers, voorzitter van de vereniging van diensten voor psychiatrie en geestesgezondheid UCL
Anne Herscovici, sociologe,
Zakia Khattabi, medevoorzitster Ecolo
Francoise Kemajou & Denis Stokkink, afgevaardigde bestuurders van de think-and-do-tank 'Pour la Solidarité'
Jean-Pascal Labille, algemeen secretaris van de socialistische mutualiteiten Solidaris
Jean Louis Linchamps, adjunct-directeur ISFSC en de hoogleraars sociale wetenschappen van Haute Ecole ICHEC-ISFSC
Christine Mahy, algemeen en politiek secretaris RWLP (Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté)
Thierry Marchandise, magistraat
Yves Martens, coördinator 'Collectif Solidarité Contre l'Exclusion'
Eric Massin, parlementslid en voorzitter van het OCMW van Charleroi
Jan Naert – voorzitter vzw Lejo en assistent vakgroep orthopedagogiek Ugent
Jacinthe Mazzocchetti, hoogleraar aan de UCL
Jacques Moriau, onderzoeker aan het CBCS
Maxime Mori, voorzitter FEF
Céline Nieuwenhuys, algemeen secretaris FdSS-FdSSB
Olivier Nyssen, algemeen secretaris 'CGSP Admi' en burger-militant
Catherine Petit, arts
Plate-forme Action Sociale en Danger
Jean-François Ramquet, gewestelijk interprofessioneel secretaris van de FGTB Liège-Huy-Waremme
Stéphane Roberti, voorzitter van het OCMW van Vorst
Michel Roland, voorzitter 'Médecins du Monde'
Jean-Marc Rombeaux, economist en burger zonder grenzen
Patricia Schmitz, hoogleraar aan de Haute Ecole Libre de Bruxelles - Ilya Prigogine
Pierre Schoemann, ondervoorzitter FASS (Fédération des associations sociales et de santé)
Smes-B (Santé mentale & exclusion sociale – Belgique)
Jean Spinette, medevoorzitter van de Federatie van Brusselse OCMW's
Kris Stas – Stafmedewerker Steunpunt Algemeen Welzijnswerk
Sylvie Toussaint, Bureau du Comité de vigilance en travail social
Christelle Trifaux, directrice van de dienst jongerenrecht
Gilles Vanden Burre, federaal parlementslid Ecolo
Luc Vandormael, voorzitter van het OCMW van Borgworm
Véronique van der Plancke, advocate en medewerkster bij JURI (UCL)
Stefaan Van Hecke, federaal parlementslid - Groen
Marco Van Hees - federaal parlementslid
Christine Vanhessen, directrice 'Fédération des maisons d'accueil et des services d'aide aux sans-abri'
Pierre Verbeeren, algemeen directeur 'Médecins du Monde'
Dominique Vossen, arts, directeur 'SSM D'ici et d'ailleurs'
Jerry Werenne, arts, Centre Lama et Réseau Hépatite C
Arnaud Zacharie, algemeen secretaris CNCD

« Terug
Publicatiedatum
21-04-2017
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links