Opcentiemen op de onroerende voorheffing - einde van de omerta?

Zes arresten van 13 oktober 2017 van de Raad van State annuleren de weigering van de federale overheid om aan bepaalde gemeenten documenten over te maken ter staving van de ontheffing van onroerende voorheffing.

Gemeentelijke bevoegdheid

De wet staat uitdrukkelijk toe dat gemeenten opcentiemen op de onroerende voorheffing mogen heffen. Concreet keurt de gemeenteraad jaarlijks een reglement goed betreffende de aanvullende belasting, die vastgelegd wordt op een percentage van de aan de Staat verschuldigde hoofdbelasting.

Momenteel is de FOD Financiën belast met de inkohiering, de invordering en de geschillen met betrekking tot de uiteindelijke inning van de onroerende voorheffing.

Beroepsgeheim

Artikel 337, 1e lid, van het WIB 1992 legt ambtenaren van de belastingadministratie een beroepsgeheim op.

Daardoor heeft FOD Financiën zich vele malen achter dit artikel verscholen om te weigeren de identiteit van de debiteuren en het bestaan van een geschil aan de gemeenten bekend te maken.

Die stilte van de FOD Financiën is echter een bron van problemen. In geval van geschillen verliest de gemeente, als de belastingbetaler een ontheffing van de hoofdbelasting verkrijgt, haar inkomsten en komt zij in een delicate financiële situatie terecht.

Brulocalis reageerde op dit probleem door minister-president Vervoort te sensibiliseren per brief.

De Vereniging benadrukte dat de gemeente niet als derde partij beschouwd mag worden, maar als openbare en belastingheffende dienst, net als de federale overheid. Het federale argument van het beroepsgeheim kon derhalve niet aangevoerd worden.

Raad van State

 

Met zijn vernietigingsbesluiten (inforum 314711) lijkt de Raad van State dezelfde logica te hebben gevolgd als onze Vereniging.

Zij hebben immers de argumenten van de FOD Financiën, die weigerde administratieve documenten aan de gemeenten over te maken, een voor een weerlegd.

De Raad van State besloot meer bepaald:

  • dat de federale Staat handelt voor rekening van de gemeenten en dat het derhalve in de aard van deze relatie ligt dat de gemeenten hem kunnen verzoeken rekenschap af te leggen over de wijze waarop die taak uitgevoerd werd;
  • dat de gemeente niet als derde beschouwd mag worden in het kader van belastingaanslagen;
  • dat de FOD Financiën zich niet kan beroepen op artikel 337, 1e lid, van het WIB 1992 om de geheimhoudingsplicht tegenover de gemeente te rechtvaardigen;
  • dat de toegang tot het belastingdossier de gemeente in staat moet stellen zich ervan te vergewissen dat de beschikking tot ontheffing regelmatig is, ook al blijkt die definitief te zijn.

Tot slot wordt de FOD Financiën opgeroepen om in volledige transparantie aan de gemeenten rekenschap te geven over de wijze waarop zij de vestiging en de invordering van aanvullende gemeentebelastingen uitvoeren.

Daarom stellen wij dat het wenselijk zou zijn de gemeenten op te nemen in artikel 337, 2e lid, van het WIB 1992 als overheid die in geval van een geschil over alle nodige informatie kan beschikken.

Info

Zie ook


 

« Terug

Auteur

Sacha LEFEVRE
Publicatiedatum
31-10-2017
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links