Projectoproep "begeleide rijen" : FAQ

  1. Wat houdt deze projectoproep precies in?
  2. Waarom deze projectoproep? 
  3. Tot wie is deze projectoproep gericht?
  4. Welke gemeentediensten kunnen bij de projectoproep betrokken worden?  
  5. Wanneer moeten de projecten geïmplementeerd worden?
  6. Waar worden de begeleide rijen georganiseerd?
  7. Welke vormen kunnen deze voetgangersrijen aannemen?
  8. Opleiding van de begeleiders van voetgangersrijen?
  9. Vorming van de leerlingen die zich inschrijven? 
  10. Vorming van de begeleiders van fietsrijen?
  11. Vanaf welke leeftijd kan men begeleider worden?
  12. Hoeveel uur mag een PWA'er maximaal per maand werken?
  13. Hoe staat het met de vrijwillige begeleiders?
  14. Moet er een overeenkomst afgesloten worden met de vrijwilligers? 
  15. Welke materiële hulp biedt het Gewest?
  16. Aan welke voorwaarden moeten de deelnemers voldoen? 
  17. Waaruit bestaat het kandidaatsdossier?
  18. Hoeveel bedraagt de subsidie per project en hoe wordt ze toegekend?
  19. Voor welke soorten uitgaven?
  20. Procedure voor de projecten georganiseerd in 2016
  21. Welke verzekeringen zijn noodzakelijk? 
  22. Is het echt niet mogelijk om projecten die reeds geïmplementeerd werden in een gemeente voor te stellen voor deze oproep?
  23. Wordt de oproep ondersteund met een communicatiecampagne? 
  24. Wat is de geolocatiekaart? 

1. Wat houdt deze projectoproep precies in?


De projectoproep wil de gemeenten en scholen van het Brussels Gewest aanmoedigen en financieel ondersteunen bij de organisatie van begeleide fietsers- en voetgangersrijen:

  • naar school
  • naar schooluitstappen
  • naar buitenschoolse activiteiten
  • naar huis

2. Waarom deze projectoproep?


Dit beleid sluit aan op de principes van het Iris II-plan en wil de verplaatsingen te voet in het Brussels Gewest aanmoedigen om tegen 2018 het autoverkeer met 20% te doen dalen.

Uit een onderzoek (door Timenco, in 2011) is trouwens gebleken dat het autoverkeer tijdens het spitsuur voor 20% toe te schrijven is aan woon-schoolverplaatsingen terwijl 45% van de leerlingen op minder dan 1 km van hun school woont en 67% op minder dan 2 km. Toch gaan de meeste leerlingen van de basisschool met de auto naar school tegenover slechts 29% te voet en 2% met de fiets.

Buiten het feit dat deze verkeersopstopping in vele opzichten schadelijk is, veroorzaakt dit ook verkeersveiligheidsproblemen in de omgeving van de scholen.

De projectoproep richt zich tot dit percentage van de ouders.

3. Tot wie is de projectoproep gericht?


De projectoproep richt zich tot de 19 gemeenten en alle lagere en secundaire scholen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De gemeente neemt de rol van projectleider op zich en staat in voor de uitwerking van het project.  De gemeente wordt verzocht om een dienst aan te duiden die verantwoordelijk is voor het project, evenals een projectcoördinator.

4. Welke gemeentediensten kunnen bij de projectoproep betrokken worden?


Het project is een oproep tot transversaliteit binnen het gemeentebestuur. Aangezien het project gekoppeld is aan meerdere gemeentelijke bevoegdheden, zoals  mobiliteit, onderwijs en preventie, wordt de projectcoördinator verzocht om samen te werken met alle betrokken diensten:

  • mobiliteit 
  • gemeenschaps- en preventiewachten 
  • buitenschoolse activiteiten 
  • onderwijs 
  • duurzame ontwikkeling 
  • vrije tijd 
  • ...

De gemeente zal de scholen die begeleide rijen willen organiseren, daarbij helpen.

Het initiatief is bedoeld voor lagere en middelbare scholen van alle netten.

De doelgroep van de rijen zijn de leerlingen van het lager en secundair onderwijs, ongeacht de cyclus.

5. Wanneer moeten de projecten geïmplementeerd worden?

De rijen gaan bij voorkeur van start gedurende de Week van de Mobiliteit (vrijdag 16 tot donderdag 22 september 2016) en worden gedurende het hele schooljaar georganiseerd.

6. Waar worden de begeleide rijen georganiseerd?

 
In de 19 Brusselse gemeenten: vanaf de woonplaats van de leerlingen, een verzamelplaats, naar de school toe en omgekeerd. Uitstappen tijdens de schooluren kunnen ook een goede gelegenheid zijn voor een begeleide fietsers- of voetgangersrij.

Bepaalde rijen kunnen op het grondgebied van een andere gemeente passeren. In dat geval wordt aanbevolen dat de gemeentelijke coördinator contact opneemt met de buurgemeente om deze op de hoogte te stellen.

7. Welke vormen kunnen de rijen aannemen?

 
De rij wordt georganiseerd op het woon-schooltraject van de leerlingen, vanaf een verzamelplaats of de school of naar een sport- of vrijetijdscentrum.

De rij mag natuurlijk door meerdere gemeenten trekken, indien nodig.

Het traject mag twee of meerdere scholen (alle schoolnetten samengenomen) aandoen als zij in elkaars buurt liggen.

De afstand tussen het begin- en eindpunt van de rij mag niet langer zijn dan 1 km voor voetgangersrijen. Het traject mag niet langer dan 30 minuten duren.

De afstand tussen het begin- en eindpunt mag niet langer zijn dan 5 km voor de fietsrijen. De rit mag niet langer dan 30 minuten duren.

8. Opleiding van de begeleiders van voetgangersrijen?


Dit is een subsidiabele uitgave. De theorieles en de praktische vorming op het terrein worden gegeven door alle zones, naar gelang van de ligging van de gemeente die erom vraagt, voordat de rijen van start gaan. De globale organisatie is in handen van de gemeentelijke coördinator van het project.

De gemeenten kunnen een EHBO-opleiding van het Rode Kruis opnemen in hun project, die aan de toekomstige begeleiders gegeven wordt.

Ter info: de ONE organiseert gratis opleidingen. De volledige brochure kan gedownload worden op de website van de ONE: www.one.be en voor bijkomende inlichtingen kan men terecht bij Anne-Marie ROMERO op het nummer 02/542.15.6202/542.15.62.

Nog een link naar ONE: klik hier. Nog een andere link: klik hier.

Ook de vereniging Ruebambelle verschaft praktische informatie via haar website www.ruebambelle.be.

De gemeenten kunnen ook de begeleiders van voetgangersrijen ook een psychopedagogische vorming doen volgen. Deze uitgave komt ook in aanmerking in het kader van de projectoproep.

9. Vorming van de leerlingen die zich inschrijven voor een fietsrij?

 

De school die een fietsrij wil inrichten moet - indien de leerlingen de vorming voor het fietsbrevet nog niet gevolgd hebben - Brussel Mobiliteit informeren over de mogelijkheden die zij overweegt om na te gaan of de leerlingen de gevaren in het verkeer voldoende kunnen inschatten en fietsvaardig genoeg zijn.

10. Vorming van de begeleiders van fietsrijen?

 

De gemeenten moeten de begeleiders van fietsrijen een vorming doen volgen bij de vzw Pro-Velo. Die uitgave komt in aanmerking in het kader van de projectoproep 'begeleide rijen'.

Scholen die een fietsersrij willen organiseren, kunnen ook een beroep doen op een reeds bestaande fietserspool in de gemeente. De 9 gemeenten die reeds een fietserspool hebben, zijn Anderlecht, Etterbeek, Evere, Vorst, Elsene, Schaarbeek, Ukkel, Watermaal-Bosvoorde en Sint-Lambrechts-Woluwe.

Contactpersoon bij Pro-Velo:
 Christophe WINKEL, verantwoordelijke EDUC
Tel. 02 517 17 68
GSM: 0485 86 45 84
E-mail: c.winkel@provelo.org

Meer info www.provelo.org

11. Vanaf welke leeftijd kan men begeleider worden?

 

Elke begeleider van de rijen moet meerderjarig zijn.

12. Hoeveel uur mag een PWA'er maximaal per maand werken?

 

Een PWA'er mag maximum 70 uur werken per maand voor scholen.

Goed om te weten: Alle toegelaten PWA-activiteiten die voor scholen verricht worden, moeten beschouwd worden als "activiteiten ten behoeve van onderwijsinstellingen", ongeacht de persoon die de PWA-cheques er effectief voor betaalt. De school moet echter ingeschreven zijn als gebruiker, zodat de PWA kan controleren - aan de hand van PWA-formulier 1B - of het gaat om een toegelaten activiteit bij een onderwijsinstelling. Het toelatingsnummer van de school moet vermeld worden bij de bestelling van de PWA-cheques.

Voorbeeld

Voor- en naschoolse opvang in de gemeenteschool: de gemeenteschool schrijft zich bij het PWA in voor deze activiteit. Het is mogelijk dat de gemeente de PWA-cheques bestelt en betaalt met het toelatingsnummer van de school (code 30). 

13. Hoe staat het met de vrijwillige begeleiders?

 

Het is perfect mogelijk om een structuur te creëren om het vrijwilligerswerk te ondersteunen in uw gemeente en een beroep te doen op vrijwilligers voor de begeleiding van de rijen.

www.levolontariat.be/public/files/2012/DOCUMENTS/guide_elus_projet_def_mail.pdf

Dezelfde mogelijkheid bestaat voor jongeren die een burgerdienst willen leveren.

www.service-citoyen.be

Verschillende projecten doen een beroep op senioren of vrijwilligers. Die kunnen niet vergoed worden met PWA-cheques, maar wel met geschenkcheques (bv. Club). Deze uitgave komt in aanmerking, maar het Gewest moet bewijsstukken zien.

14. Moet er een overeenkomst afgesloten worden met de vrijwilligers?

Iealiter wel, maar de gemeente moet nagaan of die modaliteiten nodig zijn of niet. Ter informatie, er bestaat een gratis dekking voor vrijwilligerswerk via de Franse Gemeenschapscommissie (www.cocof.irisnet.be).

15. Welke materiële hulp biedt het Gewest?

 
Het Gewest, meer bepaald Brussel Mobiliteit, zal de winnaars van de oproep het volgende ter beschikking stellen:

  • fluo-hesjes voor kinderen
  • helmen voor kinderen die meefietsen
  • de woonplaatsenkaart van de leerlingen
  • een informatiefolder
  • een modeldocument voor de communicatie over het project

16. Aan welke voorwaarden moeten de deelnemers voldoen?

 
Deze voorwaarden staan in het document van de projectoproep 2016/2017 (pdf).

17. Waaruit bestaat het kandidaatsdossier?

 
> Download het kandidaatsdossier (doc)

18. Hoeveel bedraagt de subsidie per project en hoe wordt ze toegekend?

 
De subsidie bedraagt maximaal 15.000 euro per geselecteerd project.

De subsidie wordt aan de gemeenten uitbetaald via een besluit. De gemeenten dienen aan Brussel Mobiliteit (BUV) uiterlijk op 30 september 2017 de bewijsstukken over te maken met betrekking tot de uitgaven die ze gedaan hebben voor de uitvoering van de activiteiten die voorzien waren in het kandidaatsdossier.

De betaling gebeurt in 2 schijven van 50 : de eerste bij de ondertekening van het besluit en de tweede in 2017 na ontvangst van het eindverslag en de vereiste bewijsstukken.

19. Voor welke soorten uitgaven?

Soorten subsidiabele uitgaven:

  • De kosten van de begeleiders (PWA-personeel, gemeenschapswachten, opvoeders, ouders, gepensioneerden, studenten, ...)
  • Aanvullende verzekeringen
  • De kosten voor de organisatie van een evenement om over het project te communiceren (met uitzondering van de maaltijden
  • Maaltijdkosten voor een evenement bij de start van de rij
  • Diverse uitrustingen (behalve wat door Brussel Mobiliteit geleverd wordt, zie "Communicatie")
  • Prestaties van externe leveranciers (bijdrage van het verenigingsleven)
  • Werkingskosten
  • Benodigdheden voor de verspreiding van informatie of voor de sensibilisering (cd, dvd, folder, ...)
  • De aankoop van het nodige materiaal voor de organisatie van de rij, de werking en het onderhoud

Soorten niet-subsidiabele uitgaven:

  • De personeelskosten van de coördinator
  • De kosten die reeds gedekt worden door een andere financiering

20. Procedure voor de projecten georganiseerd in 2016?

  • De subsidie bedraagt maximum 15.000 € voor bestaande projecten die verruimd of uitgebreid worden.
  • Voor de projecten die ongewijzigd blijven, wordt de subsidie verlaagd tot 75 % van het bedrag.

21. Welke verzekeringen zijn noodzakelijk?

 
> Download onze praktische fiche (pdf) van Ethias.

Ter informatie: het is mogelijk om de vrijwilligersactiviteiten gratis te laten dekken door de Franse Gemeenschapscommissie (www.spfb.brussels)

22. Is het echt niet mogelijk om projecten die reeds geïmplementeerd werden in een gemeente, voor te stellen voor deze oproep?

 
Het begeleidingscomité van de projectoproep wil dat deze reeds bestaande initiatieven blijven bestaan en niet opgegeven worden voor de oproep. Maar het is mogelijk om een uitbreiding van bestaande projecten voor te stellen. De gemeente kan zich baseren op een initiatief dat zichzelf al bewezen heeft, en dit uitbreiden in het kader van de projectoproep.

23. Wordt de oproep ondersteund met een communicatiecampagne?

De VSGB zal op haar website informatie over de geselecteerde projecten verspreiden.

Communicatie door de gemeenten: de gemeenten waarvan de projecten geselecteerd worden, worden gevraagd om via diverse lokale kanalen (gemeentelijke bladen, websites,...) te communiceren over hun initiatief.

24. Wat is de geolocatiekaart?

 
Met deze volledig anonieme kaart kan de projectcoördinator de woonplaats van elke leerling lokaliseren. Zo zullen de zones bepaald kunnen worden met een sterke concentratie van woonplaatsen van leerlingen.

> download de kaart (pdf)

Contact

Barbara DECUPERE

Laatste bijwerking

14.03.2016
Verwante documenten
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links