Intercommunales en gemeentelijke vzw's: presentiegeld en afgevaardigd bestuurder

Het besluit van de Brusselse Regering van 7 september 2017, dat het maximumbedrag vastlegt voor het presentiegeld in de Brusselse lokale besturen, trad op 1 januari in werking. Minister-president Vervoort heeft onlangs een parlementaire vraag beantwoord over de toepassing van deze tekst, meer in het bijzonder over het geval van de afgevaardigde bestuurders van deze instellingen. Een goede gelegenheid om even te herinneren aan de geldende regels.

Minister-president Vervoort beantwoordde op 16 april jl. in de commissie Financiën en Algemene Zaken van het Brusselse Parlement een vraag over het statuut van de gedelegeerde bestuurders van de lokale overheden (intercommunale, gemeentelijke vzw, autonome gemeentelijke regie, ...).

Deze vraag weerspiegelde de bezorgdheid van de lokale overheden over de toepassing van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 september 2017 houdende uitvoering van artikel 5 van de ordonnantie van 12 januari 2006 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen, die op 1 januari 2018 in werking trad.

Overeenkomstig dat besluit mag het totale bedrag van de bezoldigingen - presentiegeld, voordelen van alle aard, representatiekosten en allerhande voordelen - van de leden van de raad van bestuur van de betrokken organen niet meer bedragen dan maximaal 2.400 euro bruto, aan een tarief van 120 euro bruto per vergadering van de raad van bestuur waaraan zij deelnemen, met een maximum van 20 vergaderingen op jaarbasis.

Een bijkomende bezoldiging van maximaal 1.200 euro bruto, tegen een tarief van 120 euro bruto per vergadering waaraan zij deelnemen, met een maximum van 10 vergaderingen per jaar, kan worden toegekend aan leden van de beperkte beheerorganen (bv. een uitvoerend bureau).

De ondervoorzitters en voorzitters kunnen evenwel een brutobezoldiging tot 12.000 euro ontvangen, tegen een tarief van 300 euro bruto per vergadering van de raad van bestuur of van het beperkt beheerorgaan waarin zij zetelen, met een maximum van 40 vergaderingen per jaar, voor alle organen samen.

Ten slotte wordt gepreciseerd dat het totale bedrag van de voordelen van alle aard en de representatiekosten voor de voorzitters en ondervoorzitters niet meer mag bedragen dan 25 % van de maximale jaarlijkse bezoldiging van laatstgenoemden, en dat alle in het besluit bedoelde bedragen gekoppeld zijn aan de index van de consumptieprijzen.

Er rees wel bezorgdheid over de behandeling van afgevaardigde bestuurders. Vaak besteden deze mensen een aanzienlijk deel van hun tijd, zo niet een voltijdse betrekking, aan deze taak. De tekst van het regeringsbesluit bepaalt echter niets over de gedelegeerd bestuurders, vandaar de interpellatie van verschillende Brusselse parlementsleden aan de minister-president.

Uit zijn antwoord blijkt dat de gedelegeerde bestuurders, aangezien zij een mandaat hebben en deel uitmaken van de raad van bestuur, geen ander statuut hebben dan de andere bestuurders. Zij zijn dus onderworpen aan dezelfde beperkingen qua bezoldiging als alle andere bestuurders die onder het regeringsbesluit vallen.

Personen die "gedelegeerd bestuurder" worden genoemd en geen mandaat hebben in de raad van bestuur maar wel een arbeidsovereenkomst, vallen daarentegen niet onder het decreet en hun bezoldiging wordt bepaald door de genoemde arbeidsovereenkomst.

Natuurlijk kunnen de twee hoedanigheden gecombineerd worden: het is perfect mogelijk om (afgevaardigd) bestuurder te zijn in de raad van bestuur en een arbeidsovereenkomst te ondertekenen binnen de betrokken overheidsinstelling.

Het kan dan ook raadzaam zijn dat lokale overheidsinstanties die zich ervan willen vergewissen dat de bezoldiging van de afgevaardigde bestuurder in verhouding staat tot zijn investering in het betrokken orgaan, hem benoemen tot ondervoorzitter van de raad van bestuur en hem daarnaast eventueel een arbeidsovereenkomst aanbieden als directeur van het orgaan, afhankelijk van het scala aan taken dat hij uitvoert en de begroting waarover het betrokken lokale overheidsorgaan beschikt.

Info

  • Besluit van de Brusselse hoofdstedelijke regering van 7 september 2017 houdende uitvoering van artikel 5 van de ordonnantie van 12 januari 2006 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen - Inforum 313828
  • Mondelinge vraag van Benoit Cerexhe, Integraal verslag, Bru. Parl., 2017-2018, zitting 16-4-2018, Commissie Financiën Algemene Zaken, p. 16-22

« Terug

Auteur

Hadrien DASNOY
Publicatiedatum
27-04-2018
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links