Afwijking op OCMW-beroepsgeheim bij terreur vergt waterdichte regeling

Persbericht van de 3 Federatie OCMW’s

Terreur is maatschappelijk zo belangrijk dat ook de OCMW's moeten meewerken aan de bestrijding ervan, maar uitzonderingen op de wettelijke geheimhoudingsplicht moeten zeer goed geregeld worden, restrictief worden toegepast en evenredig zijn in functie van het doel. Het recente wetsvoorstel van o.a. volksvertegenwoordiger Valerie Van Peel laat op dat vlak - ook na amendering - nog vragen open. De afdelingen OCMW’s van de Vlaamse, Waalse en Brusselse verenigingen van steden en gemeenten vragen de parlementsleden het wetsvoorstel aan te passen.
Dit wetsvoorstel, waarover het Parlement binnenkort zal stemmen, legt alle instellingen van sociale zekerheid (d.w.z. OCMW's, maar ook ziekenfondsen, vakbonden, kinderbijslagkassen, Fedasil, …) twee verplichtingen op die van deze instellingen versterkte actoren maken in de strijd tegen terrorisme.

Vooreerst worden de instellingen van sociale zekerheid in het kader van onderzoeken betreffende terreurdaden verplicht om de noodzakelijke administratieve inlichtingen mee te delen aan de Procureur des Konings. Personen die weigeren de gevraagde inlichtingen mee te delen, kunnen strafrechtelijk gesanctioneerd worden.
Ten tweede wordt er een actieve informatieverplichting ingevoerd waarbij de personeelsleden van de instellingen van sociale zekerheid, die uit hoofde van hun beroep kennis krijgen van één of meerdere informaties die ernstige aanwijzingen kunnen uitmaken van het bestaan van een terroristisch misdrijf, daarvan aangifte moeten doen.
De OCMW’s van Vlaanderen, Wallonië en Brussel maken zich zorgen over deze nieuwe uitzonderingen op het beroepsgeheim en het feit dat ze niet duidelijk geformuleerd zijn.

Zo vinden de OCMW’s dat de vraag om inlichtingen te verschaffen enkel van het federale Parket mag komen dat als enige bevoegd is voor terrorismedossiers, en dus niet van de procureur des Konings. Het is ook belangrijk dat het personeel niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld als ze die informatie niet doorgeven, wel de instelling zelf.

Het kan ook administratief veel eenvoudiger: waarom zou de Procureur des Konings bij de instellingen van sociale zekerheid administratieve inlichtingen moeten inwinnen die reeds raadpleegbaar zijn via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid? Aan Justitie toegang verlenen tot de gegevens van de Kruispuntbank zou een administratieve vereenvoudiging betekenen en zou vermijden dat mechanismen gecreëerd worden die weinig aangepast zijn aan het terrein.

Het wetsvoorstel verplicht het OCMW-personeel ook om actief mee te werken aan een terreuronderzoek. Dat legt opnieuw de verantwoordelijkheid bij het personeel van de instellingen van sociale zekerheid.

Maar kunnen zij inschatten of de informatie relevant is in het kader van een terreuronderzoek? Vanaf wanneer is iemand een potentiële terrorist? Wat als ze zich vergissen? Wie zal de verantwoordelijkheid nemen als er onterechte beschuldigingen geuit worden en wie zal de schade vergoeden die berokkend wordt aan onschuldigen? Over welke inlichtingen gaat het precies?

Een actieve informatieverplichting overstijgt de individuele verantwoordelijkheid van personeelsleden en is een verantwoordelijkheid van het OCMW als instelling.

Op dit moment kan het beroepsgeheim al doorbroken worden in geval van een noodsituatie, nl. als het verzwijgen van inlichtingen kan leiden tot een ernstige bedreiging van de fysieke integriteit van een derde en de hulpverlener bijgevolg schuldig verzuim zou plegen. Het voorliggend wetsvoorstel gaat echter veel verder en dreigt de grondslagen van het maatschappelijk werk en de bijstand aan personen op de helling te zetten en de rechtszekerheid in het gedrang te brengen.

Het wetsvoorstel houdt ook geen rekening met de voornaamste opmerkingen van de Raad van State. De Raad van State stelt heel wat vragen bij het toepassingsgebied van de actieve informatieoverdracht: slaat de actieve meldingsplicht op alle terroristische misdrijven, met inbegrip van voorbereidingshandelingen? Op alle inlichtingen die kunnen bijdragen tot het voorkomen van eender welke terroristische actie? Op alle personeelsleden van de instellingen van sociale zekerheid of enkel op bepaalde functies? …
Voor de Raad van State staat de actieve meldingsplicht die in het wetsvoorstel vastgelegd wordt, in bepaalde gevallen niet meer in verhouding tot het vooropgestelde doel en brengt ze de door het beroepsgeheim beschermde basisrechten en waarden in het gedrang.

Dat de OCMW's principieel vasthouden aan het beroepsgeheim heeft alles te maken met hun rol: zij zijn het laatste vangnet voor wie uit de boot dreigt te vallen. Voor veel kwetsbare mensen is de drempel om hulp te vragen vaak (te) hoog. Een maatschappelijk werker onderzoekt alle financiële en sociale facetten van het leven van de hulpvrager en grijpt er op in. Wie hulp vraagt bij het OCMW, moet erop kunnen vertrouwen dat de informatie over zijn persoonlijke levenssfeer niet buiten de muren van het OCMW gaat.

Pas wanneer hogere maatschappelijke waarden in het gedrang zijn, is een afwijking verantwoord. Dat geldt al voor kindermisbruik en huiselijk geweld; dat kan ook voor terrorisme maar dan binnen een duidelijk en afgebakend kader.

Contact

  • Michel COLSON (0478/49 26 55) ou Jean SPINETTE (0498/58 87 51), Covoorzitters van de Federatie van Brusselse OCMW’s
  • Luc VANDORMAEL (0475/38 12 99), Voorzitter van de Afdeling OCMW van UVCW
  • Rudy CODDENS (02.211.55.27), Voorzitter van de Afdeling OCMW van VVSG
« Terug

Auteur

Marie WASTCHENKO
Publicatiedatum
03-02-2017
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links