De Vereniging overlegt met de minister van Financiën

Op 13 mei pleegde de VSGB samen met haar zusterverenigingen VVSG en UVCW overleg met federaal minister van Financiën Johan Van Overtveldt. De VSGB zal de vooruitzichten die er besproken werden, nauwgezet opvolgen.

De Verenigingen belichtten de meeste problematische dossiers voor de gemeenten die aansluiten bij de bevoegdheden van de minister, waarvan enkele al aan bod kwamen in het gemeenschappelijk memorandum van 2014.

Onderwerping van de intercommunales aan de vennootschapsbelasting

 

De Verenigingen onderstreepten hun principiële bezwaren tegen de onderwerping aan de vennootschapsbelasting, een beslissing van de regering die bekrachtigd werd in de programmawet van 29 december 2014, en hun verzet tegen een retroactieve heffing uit de reserves die de intercommunales opgebouwd hebben. Tot slot pleitten zij ervoor dat de intercommunales van de non-profit sector uit het toepassingsgebied van de wet uitgesloten zouden worden.

De minister wijst erop dat er bijna een akkoord bereikt werd binnen de regering voor een herstelwetgeving. Dit akkoord zou eind mei in de ministerraad goedgekeurd moeten zijn.

Wat voorafging

De Verenigingen kanten zich reeds lang tegen de onderwerp aan de vennootschapsbelasting.
Zie ook “Geen vennootschapsbelasting voor intercommunales: brief aan de regering” [12.10.2012]

Context

Toelichting bij de context is te vinden in de slides van onze vorming van 2 maart 2015 “Intercommunales: rechtspersonenbelasting of vennootschapsbelasting? Een uitdaging voor intercommunales en gemeenten” [04.03.2015]

Wordt vervolgd

Het Bureau en de Raad van Bestuur van de VSGB zouden in hun vergadering op 3 juni 2015 een standpunt ingenomen moeten hebben aangaande deze problematiek voor de intercommunales.

Aanvullende personenbelasting

 

De gemeenten vroegen in het federaal memorandum van de Vereniging een structureel voorschottensysteem voor de aanvullende belastingen die het federaal hun verschuldigd is, en de schrapping van de 1 % administratiekosten die telkens afgehouden worden.

De minister bevestigt dat die voorschotten een goed idee zijn, al was het maar omdat het tegemoetkomt aan de eis van responsabilisering van de deelentiteiten, waaronder de gemeenten, die voortvloeit uit de ESR-normen. Het krijgen van voorschotten voorkomt immers kastekorten, wat vervolgens een weerslag heeft in de gemeenteboekhouding. Hoewel de minister open staat voor deze structurele oplossing, pint hij zich niet vast op een precieze timing.

Zie ook

Het federaal memorandum [13.03.2014]

Kadastraal inkomen

 

In dat kader worden diverse problemen aangekaart: de regels voor de bepaling van het kadastraal inkomen van nieuwe en gerenoveerde gebouwen zijn onduidelijk, alsook de verdeling van de taken van de betrokkenen terzake. Daarenboven lijden de gemeenten onder de ontoereikende behandeling door de federale administratie van de informatie die zij leveren, en die het mogelijk zou maken de kadastrale inkomens aan te passen. De financiële impact voor de gemeenten is aanzienlijk.

Korting op onroerende voorheffing

 

De weigering van de fiscale administratie om de gemeenten te informeren over de toekenningen van korting op onroerende voorheffing is een groot probleem.

De minister onderstreept dat de herziening van de kadastrale inkomens een complex dossier is, maar is verrast te vernemen dat er nog problemen zijn ... een uiterst nuttige uitwisseling dus.

Zie ook

Hoofdstuk 4 van het federaal memorandum behandelde het probleem van het kadastraal inkomen [13.03.2014]

VSGB-voorzitter Marc Cools wees de minister op het feit dat de gemeenten geen opcentiemen op de onroerende voorheffing kunnen heffen op handelszaken in stations. Dat inkomstenverlies vloeit voort uit de vrijstelling van onroerende voorheffing voor de NMBS. Nu heel wat openbare operatoren geliberaliseerd worden, is dat voordeel voor de NMBS niet langer gerechtvaardigd, te meer daar het in grote stations handelszaken laat vestigen.

Toepassing van de BTW in de gemeenten

 

De toepassing van de BTW op de gemeenten blijft vrij recent. En de gebruiken van de federale registratiekantoren die bevoegd zijn voor de controle voor de verschillende regio's, zijn nog onduidelijk. Daarom vragen de Verenigingen een toelichtingsomzendbrief.

De minister antwoordde dat die gepubliceerd zal zijn in juni 2015, voor een inwerkingtreding op 1 januari 2016. Hij belooft ook infosessies voor de gemeenten – wat de Verenigingen verheugt – omdat de materie bijzonder complex is.

De Verenigingen pleiten voor structureel overleg met de administratie van financiën. De minister heeft bevestigd dat hij streeft naar een degelijke wetgeving en dat hij bereid is na te denken over de modaliteiten.

Wat voorafging

De VSGB had reeds een infosessie georganiseerd voor de ontvangers op 24 november 2014. De minister had er in primeur een omzendbrief aangekondigd … die in werking zou treden in juli 2015!

De documenten van dit colloquium zijn te vinden in “Gemeenten, OCMW en BTW” [05.12.2014]

Ontvangers van de registratie

 

Als een gemeente een goed wil kopen of verkopen, moet zij er vooraf een schatting van vragen aan de ontvanger van de registratie of aan het aankoopcomité. Sinds de recentste staatshervorming zijn die laatste echter geregionaliseerd, terwijl de administratie van de registratie weigert nog ramingen te doen voor de lokale besturen.

De Verenigingen hebben aan de minister gevraagd dat de gemeenten nog een beroep zouden kunnen doen op de ontvangers van de registratie.

Maar de minister heeft geweigerd en verwijst door naar de Gewesten, die het personeel en de budgetten recupereren die toegekend waren aan de aankoopcomités, die momenteel nog niet over de nodige middelen beschikken.

De gemeenten vragen spoedig een oplossing, federaal of regionaal. De VSGB zal deze kwestie aan haar beheerorganen voorleggen.

« Terug

Auteur

Philippe DELVAUX & Vincent DEWEZ
Publicatiedatum
26-05-2015
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links