Titel VIII : Rechtsgedingen (art. 270 tot 271)

Art. 270. - Bij elke tegen de gemeente ingestelde rechtsvordering treedt het college van burgemeester en schepenen als verweerder op. Het stelt de vorderingen in kort geding en de bezitsvorderingen in; het verricht alle handelingen tot bewaring van recht of tot stuiting van verjaring en van verval.

Alle andere rechtsvorderingen waarbij de gemeente als eiser optreedt, mogen door het college slechts worden ingesteld na machtiging van de gemeenteraad.

[In de meergemeentezones, oefent het politiecollege ten aanzien van de politiezone de bevoegdheden uit die krachtens het eerste lid aan het college van burgemeester en schepenen zijn toegekend. De in het tweede lid bepaalde machtiging wordt door de politieraad gegeven (W. 7.12.1998, B.S. 5.1.1999)].

Art. 271. - [Par. 1. - Wanneer het college van burgemeester en schepenen niet in rechte optreedt, kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordelingen die mochten worden uitgesproken.

De gemeente kan ten aanzien van het geding geen dading treffen zonder medewerking van de inwoner of de inwoners die het geding in haar naam hebben gevoerd.

Par. 2. - Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, is de bevoegdheid bedoeld in par. 1 afhankelijk van de machtiging van de bestendige deputatie van de provincieraad die oordeelt of de zekerheid toereikend is.

In geval van weigering staat beroep open bij de Koning, indien het gaat om een van de gemeenten van het Duitse taalgebied, en bij de Gewestexecutieve indien het gaat om een van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].

[Art. 271bis. - De burgemeester of de schepen waartegen een vordering tot schadevergoeding is ingesteld voor het burgerlijk gerecht of het strafgerecht, kan de Staat [, het Gewest (Ord. 17.7.2003, B.S. 7.10.2003)] of de gemeente in het geding betrekken.

De Staat of de gemeente kan vrijwillig tussenkomen (W. 4.5.1999, B.S. 28.7.1999)].

[Art. 271ter. - Behalve in geval van herhaling, is de gemeente burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboeten waartoe de burgemeester en de schepen(en) veroordeeld zijn wegens een misdrijf dat ze hebben begaan bij de normale uitoefening van hun ambt.

De regresvordering van de gemeente ten aanzien van de veroordeelde burgemeester of schepen(en) is beperkt tot de gevallen van bedrog, zware schuld of lichte schuld die bij hen gewoonlijk voorkomt (W. 4.5.1999, B.S. 28.7.1999)].

Laatste bijwerking

09.07.2007
Verwante documenten
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links