Openbare netheid : model van belastingsreglement

De VSGB heeft een model van belastingreglement opgesteld betreffende graffiti en andere vervuiling. Dit model betrekt de burger bij de uitvoering van de taken die betrekking hebben op het behoud van de openbare netheid. Het doel ervan is oude reglementen te moderniseren door een belastingreglement aan te nemen.


Door de naderende invoering van de euro zijn verschillende gemeentereglementen tot invoering van belastingen of retributies aan een herziening toe. Sommige zijn bovendien ietwat verouderd en kunnen een opfrissing gebruiken. Tot slot is er een zekere vraag naar uniformisering of tenminste homogenisering van de reglementen binnen eenzelfde politiezone, of zelfs in het hele Gewest.

Daarom heeft de Vereniging op verzoek van verscheidene milieuambtenaren een werkgroep opgericht die een model heeft opgesteld van een gemeentereglement tot invoering van een belasting inzake openbare netheid. Onderhavig artikel heeft tot doel dit model voor te stellen en te becommentariëren.

1. Belasting, retributie, sanctie?

Als we bepaalde reglementen inzake openbare netheid lezen, zouden we gaan denken dat ze twijfelen aan hun aard: hun doel is duidelijk bepaalde vervuilende handelingen te verbieden, door er geld voor te doen betalen, op grond van de dienst die de gemeente levert aan de persoon die de openbare weg heeft vervuild (men oordeelt dat deze dienst impliciet gevraagd is …). Hoewel ze op het eerste zicht verleidelijk klinkt, is die redenering juridisch gezien jammer genoeg weinig betrouwbaar! Een reglement kan niet tegelijk fiscaal, burgerlijk en politioneel zijn. Het is dus nuttig te beginnen met een schets van enkele concepten.

Een sanctie heeft betrekking op een gedrag dat de gemeenteraad als onwenselijk beschouwd heeft en waar bijgevolg een overtreding van gemaakt werd (voornamelijk via het algemeen politiereglement). De sanctie kan hetzij strafrechtelijk zijn (politiestraffen), hetzij (sinds de hervorming van 13 mei 1999) administratief. Ze geeft aanleiding tot een specifieke procedure, hetzij voor de strafrechtelijke jurisdicties als de raad de keuze van de strafrechtelijke sanctie heeft gemaakt, hetzij voor de daartoe aangestelde ambtenaar als de raad het stelsel van de administratieve sanctie heeft gekozen.

De macht om sancties goed te keuren is vervat in artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet.

Een belasting heeft een heel ander doel: het gaat er voor de gemeente om geld te eisen naar aanleiding van een reeks precieze feiten die ze beschreven heeft in haar belastingreglement, dit met het oog op de vervulling van de algemene taken van de gemeente. Er wordt op geen enkele wijze geëist dat deze feiten een overtreding vormen: het kan gaan om volkomen wettige feiten (belasting op gemeubelde woningen, op kantoren, parkeerbelasting, …) of onwettige (belasting op vervuilende handelingen, …). Maar de belasting kan nooit de vorm van een sanctie aannemen: een belasting die enkel op feiten zou slaan die door een andere wetgever als overtreding worden beschouwd, zou als een verhulde sanctie kunnen overkomen en dus geannuleerd worden door de Raad van State [1]. Eenzelfde feit kan daarentegen bestraft worden door de gemeente en dus gepaard gaan met een sanctie, en tegelijk het voorwerp uitmaken van een belasting.

De grondwettelijke basis van de fiscale bevoegdheid van de gemeenten is artikel 170 van de Grondwet en de wettelijke basis is de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.

Een retributie tot slot is de vergoeding voor een openbare dienst die de overheid heeft verleend aan een persoon in het bijzonder, op zijn verzoek. Deze beoogt de opdrachten die niet ambtshalve door de gemeente verricht worden, maar "à la carte" op verzoek van de burger. Het gaat dus niet om de algemene financiering van taken van algemeen belang maar om de terugbetaling van kosten die gedaan worden op verzoek van en voor de specifieke behoeften van iemand. Het bedrag van de retributie moet overeenstemmen met de door de gemeente gedane kosten.

De bevoegdheid om retributies goed te keuren is vervat in artikel 173 van de Grondwet. Krachtens dit artikel moet er voor iedere retributie een wet (of een ordonnantie) zijn die de gemeenten speciaal de machtiging verleent om er in te voeren: dat is het geval voor de retributies voor parkeren. Er is daarentegen meer dan een retributiereglement dat een wettelijke basis mist…

Voor de voordelen van een belasting ten opzichte van een retributie verwijzen we de lezer naar ons artikel in de Nieuwsbrief van januari 2001 [2].


2. Commentaar bij het model

Tijdens de vergaderingen van de werkgroep werd resoluut geopteerd voor de goedkeuring van een belasting, veeleer dan een retributie, en dit omwille van de redenen waarnaar we hoger verwijzen. Daardoor werd iedere verwijzing naar een geleverde dienst vermeden, en de bekommernis was niet een zekere verhouding vast te leggen tussen het feit, het schoonmaken van de openbare weg [3] en het bedrag van de heffing. Het visum verwijst bijgevolg naar de relevante grondwettelijke en wetsteksten, en de consideransen voorkomen iedere verwijzing naar een aan de vervuiler verleende dienst.

Als men iedere wijziging aan het visum wil vermijden in geval van wijziging van de federale regelgeving, is het ook mogelijk een visum "passe-partout" te voorzien, zoals dat als optie voorgesteld [4].

Het eerste artikel stipuleert dat de vormen van vervuiling die in het tweede lid omschreven worden, belast worden. Bij de opstelling van deze definitie was de bekommernis de feiten te beogen die ten eerste vallen onder het begrip afvalstoffen in de zin van de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, ten tweede onder het begrip huisvuil (en met huisvuil gelijkgesteld afval) in de zin van het agglomeratiereglement van 15 juli 1993 betreffende de verwijdering van afval door middel van ophalingen, en ten derde onder het begrip handelingen van openbare vervuiling [5]. De belasting is dus verschuldigd, of men nu te maken heeft met sluikstorting, een vuilniszak die buiten de ophalingstijdstippen of op een niet daartoe voorziene plaats achtergelaten werd, een bananenschil of hondenuitwerpsel op het trottoir [6], of nog bepaalde bijzondere feiten zoals tagging, clandestiene aanplakking, …

Nog een opmerking bij dit artikel 1: het gebruik wil dat men de datum van de inwerkingtreding en van de beëindiging van het reglement vermeldt; maar die laatste vermelding is niet vereist, aangezien een gemeenteraad per definitie op elk moment kan beslissen om een door hen goedgekeurd reglement te wijzigen of op te heffen – a fortiori als de politieke samenstelling van de raad veranderd is. Het gaat dus om een gebruik, geenszins om een verplichting.

Artikel 2 preciseert wie de belasting verschuldigd is. We hebben getracht alle mogelijke gevallen te voorzien door de structuur van artikel 1 over te nemen: zo is het in geval van sluikstorting de dader die de belasting verschuldigd is, maar ook wanneer het op een privaat terrein gebeurt, de oorspronkelijke houder van het voorwerp (en niet de eigenaar van de afval, aangezien achtergelaten voorwerpen per definitie geen eigenaar meer hebben!) en de bezetter van het terrein waarop het afval achtergelaten is. Deze laatste bepaling is geïnspireerd op artikel 9, § 2 van de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, die de kosten voor de verwijdering van de sluikstorting door het Agentschap Net Brussel voor rekening brengt van de eigenaar van het terrein.

Wanneer de vervuiling veroorzaakt is door een ontoerekeningsvatbaar persoon, een zaak of een dier, is het de persoon die er de hoede over heeft, die de belasting verschuldigd is.

Het derde punt legt de betaling van de belasting ook op aan de verantwoordelijke uitgever van de affiche of de zelfklever die clandestien geplakt is, alsook aan de persoon die de affiche of zelfklever heeft doen aanbrengen: zo wordt de "opdrachtgever" enigszins verantwoordelijk gesteld.

Punt 4 omschrijft een residuaire categorie van belastingplichtigen.

Voor het gemak van de invordering worden de diverse belastingplichtigen solidair behandeld.

De uitzonderingen vermeld in artikel 3 spreken voor zich en vereisen geen specifiek commentaar.

De logica die tot artikel 4 geleid heeft, was in de mate van het mogelijke in een forfait te voorzien (per zak, per kubieke meter) en de beoogde feiten zo min mogelijk te individualiseren; met als gevolg specifieke tarieven voor specifieke vervuilingen (tagging, affiches, …). De laatste categorie ("andere vervuiling") slaat op klein afval zoals bananenschillen, geledigde asbakken of hondenuitwerpselen, die per hypothese niet tot de drie eerste behoren.

Tot slot dienen de voorgestelde bedragen slechts ter informatie.

Artikel 5 e.v. zijn rechtstreeks uit de wet van 24 december 1996 gehaald.


Nota

1 Zie bijvoorbeeld Raad van State, arrest nr. 44.939 van 18 november 1993, in Droit communal, 1994, 2, blz. 128 e.v.
2 RAMELOT V., "Is een heffing voor het parkeren op de openbare weg een belasting of een retributie?", in Nieuwsbrief-Brussel, 2001/01, blz. 15-17.
3 Wat in bepaalde gevallen overigens niet gebeurt: wanneer het sluikstorten op een privaat terrein plaatsvindt, bij voorbeeld.
4 We herinneren eraan dat de visa en de consideransen formeel niet noodzakelijk zijn: ze dienen enkel om de intentie van de auteur van het reglement aan te duiden.
5 Voor meer details over deze begrippen, cf. ons artikel, loc.cit., blz 12-15.
6 We stippen aan dat het achterlaten van voedsel voor zwervende dieren beschouwd moet worden als een handeling die de openbare netheid schendt, en als dusdanig het voorwerp van de belasting kan uitmaken.


« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT, Eric VANHAM
Laatste update
23-12-2001
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links