Ukkel richt een schoonmaakterrein voor voertuigen in

Een goed voorbeeld van recuperatie en rationeel gebruik van water vanwege een gemeente.



Hoe zorgt de gemeente voor rationeel watergebruik bij de herinrichting van een schoonmaakinstallatie ?

De gemeentelijke overheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voeren zeker veel acties met het oog op een rationeel waterverbruik. Tal van gemeentelijke projecten worden verwezenlijkt zonder te weten dat ze passen in het kader van de kaderrichtlijn water. Dat is ook het geval voor dit Ukkels voorbeeld.

Dit project rond geïntegreerd waterbeleid heeft betrekking op een site naast het gemeentehuis, die tal van administratieve en technische diensten huisvest, waaronder de gemeentelijke garage. Die garage beschikt over een binnenkoer waar zich momenteel een tijdelijke installatie bevindt voor de manuele schoonmaak van voertuigen met een hogedrukreiniger. Achteraan geeft een parkeerplaats rechtstreeks uit op de weg.


Doelstellingen

De doelstellingen waren gericht op een geïntegreerd waterbeleid, waaronder:

  • een kwantitatieve verbetering (vermindering van het verbruik, gebruik van regenwater)
  • een kwalitatieve verbetering (op het vlak van natuur, belasting en watervervuiling)
  • een financiële verbetering
  • de creatie van een bufferreservoir, vereist door het waterafstotend oppervlak (ongeveer 600 m²)
  • een verbetering van de coëfficiënt afvloeiing/insijpeling, ondermeer door aanplantingen
  • een herinrichting van de installaties van de gemeentelijke garage

Iedere doelstelling kadert in een welbepaalde context:
  • de gemeente Ukkel heeft in 2000 het charter "Eco-dynamische onderneming" van het BIM onderschreven;
  • deze gemeentelijke vestiging heeft in 2002 een label van "eco-dynamische onderneming" met een ster gekregen om de kwaliteit van haar milieubeleid te bekronen;
  • er is een aanvraag ingediend voor een milieuvergunning klasse 1B;
  • een interne audit heeft een geregelde verhoging van het waterverbruik vastgesteld; het verbruik, dat in 1999 ongeveer 1.100 m³ bedroeg, stijgt met ongeveer 10 % per jaar.
Deze acties waren nodig opdat de gemeente zou blijven beantwoorden aan het charter dat ze geratificeerd had. Het hoofdstuk Water van dat charter verbindt de gemeente er immers toe een controle en een geleidelijke daling van het waterverbruik te verzekeren, door een rationeel gebruik, de bewaring, het gebruik van regenwater en installaties met spaarzaam watergebruik. Voorts dient de kwaliteit van het afvoerwater te worden verbeterd door preventieve maatregelen en een optimale behandeling, in het bijzonder met het oog op de daling van het gebruik van bepaalde schadelijke producten.


De eerste fase van het project

De "verplichte" werkzaamheden waren de asfaltering van een deel van de achterparking (de rest van het oppervlak is met beton bedekt en bestemd voor de schoonmaak van voertuigen). Beide delen zijn gescheiden door een muur van holle betonblokken gevuld met afhangende planten.

Dankzij de natuurlijke helling van het terrein kan men niet alleen het water na de schoonmaak van de voertuigen via transversale goten recupereren, maar ook het regenwater dat op de parking terechtkomt. Dat water wordt vermengd met het water dat afkomstig is van de daken van de gebouwen rond de parking. Vervolgens wordt dat water behandeld in een koolwaterstof- en een slibafscheider, alvorens gestockeerd te worden in een tank met een capaciteit van 12 m³. Dat water wordt gebruikt in de hogedrukreiniger, alsook voor de spoeling van een twaalftal toiletten via een pomp. De overloop is op de riool aangesloten.

De installatie is momenteel in werking en levert volledige voldoening.


De tweede fase van het project

Toen de schoonmaakplaats voor de voertuigen weg was, werd de binnenkoer in het voorjaar 2003 heraangelegd. De vaten van een gewezen tankstation, die niet meer werden gebruikt, werden vervangen door een regenwater-tank. Het water van de koer zal erin opgevangen worden, maar ook dat van de rest van de daken. Dat wordt toegevoegd aan de waterspoeling van de toiletten en dient voor de schoonmaak van de koer.

Volgens de interne audit kunnen we op termijn hopen op een daling met 15 à 20 % van het verbruik van leidingwater. De concretisering van deze fase zal leiden tot een geïntegreerd beheer van al het water van deze gemeentelijke vestiging.


Het prijskaartje

In dit type project dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de verplichte kosten verbonden aan het waterbeheer en de facultatieve kosten. De creatie van een bufferreservoir is in ieder geval noodzakelijk. De enige meerkost verbonden aan een geïntegreerd waterbeheer zijn de koolwaterstof- en de slibafscheider, de pomp en de leidingen naar de waterspoelingen.

De totale meerkost wordt op minder dan 10-15 % van het budget geschat. Maar is dat niet de prijs die betaald moet worden voor de bescherming van ons leefmilieu en een zo fundamentele natuurlijke rijkdom als water? Deze meerkost maakt het mogelijk het project te doen kaderen in een rationele en economisch aanvaardbare benadering van het leefmilieu.


De vorming van het personeel

Het project zou uit deze kleine aanpassingen alleen kunnen bestaan … maar zou dat niet alleen voor een goed geweten zorgen, terwijl het geheel gedoemd is te mislukken? Voor het welslagen van het project moet men ook vormingen organiseren en informatie verspreiden, zodat de inrichtingen optimaal gebruikt worden en de gebruiker de achtergrond van de ingrepen goed begrijpt. De overbrugging van de kloof van onbegrip tussen de initiatiefnemers en de consument is primordiaal.


Conclusie

Het project is nog te jong om te evalueren en er echte conclusies uit te trekken. De invoering van dit soort eenvoudige initiatieven in gemeentediensten is echter een positief en bemoedigend teken voor de toekomst, ook al blijft het jammer genoeg te zeldzaam.

De vernieuwende en originele dimensie zit daar wellicht voor veel tussen. De uitdaging werkt motiverend, maar zouden we durven klagen in het streven naar een mentaliteitsverandering en de integratie van het leefmilieu in technische en politieke keuzes?

De volgende fase heeft betrekking op de aankoop van milieuvriendelijkere schoonmaakproducten … Wordt vervolgd. En is dat niet net de filosofie van het label: streven naar permanente verbetering?

« Terug

Auteur(s)

Geoffroy MARINUS
Laatste update
02-10-2007
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links