Brulocalis objectiveert de kost van de gemeenten en bewijst hun goed bestuur

Brulocalis heeft voor zijn politiek Bureau een studie uitgevoerd "De kosten van de 19 Brusselse gemeenten in vergelijking met de andere steden", die een vergelijking maakt die relevanter is dan de vaak gemaakte vergelijking tussen Brussel en de andere gewesten.


Geen appels met peren vergelijken

Het is niet logisch om de ontvangsten en uitgaven door zuiver stedelijke entiteiten te vergelijken met entiteiten die een combinatie vormen van plattelands- en verstedelijkte gemeenten. Plattelandsgemeenten moeten namelijk minder taken op zich nemen en de omvang van die taken is niet te vergelijken met de uitdagingen van steden in het algemeen en Brussel in het bijzonder.

Door het Brussels bestuur te vergelijken met andere vergelijkbare stedelijke entiteiten (Luik, Charleroi, Gent en Antwerpen) objectiveert Brulocalis het debat betreffende het goed beheer van het overheidsgeld door de gemeenten, met name door de Brusselse.

Rekening houdend met hun specifieke uitdagingen en eigenheden worden de Brusselse gemeenten goed bestuurd

Uit de studie blijkt dat de uitgaven per inwoner in Brussel lager liggen dan in de andere grote steden. Dat betekent enerzijds dat de Brusselaars even veel taken moeten behartigen met verhoudingsgewijs minder mindelen, wat wijst op het beter gebruik van de middelen, maar ook anderzijds het tekort aan middelen ten aanzien van de uitdagingen.

Rekening houdend met typisch Brusselse problematieken, waarmee de andere entiteiten van de vergelijking niet geconfronteerd worden, zoals specifieke uitgaven met betrekking tot de tweetaligheid, het statuut van hoofdstad, het internationale karakter, het gewicht van de 'dode hand', de verarming van de bevolking (en de uitgaven van de OCMW's die daaruit voortvloeien), de veiligheidsvereisten (en uitgaven in dat verband voor de politiezones), de breuk met het hinterland, de onbeweeglijkheid van de grenzen, ...

Enkele vaststellingen

Voor hun ontvangsten hangen de Brusselse gemeenten minder af van andere overheidsniveaus dan de vier andere steden: nauwelijks 22 % voor Brussel tegenover 49 % voor het gemiddelde van de vier andere grote steden.

De Brusselse gemeenten (voor 60 %) hangen dus meer af dan andere (nauwelijks 40 %) van inkomsten uit belastingen.

Sinds 2003 zien we dat de financiering door de andere overheidsniveaus voor Brussels verschuift van de dotatie, zijnde niet bestemde fondsen, naar meer subsidiëring, d.w.z. de koppeling aan bepaalde doelstellingen vastgelegd door andere overheidsniveaus. De contractualisering die in Brussel aan de gang is, zal die trend nog versterken. De vier andere steden behouden daarentegen eenzelfde evenwicht tussen fondsen en subsidies over de bestudeerde periode.

Naast de toenemende verschillen met de andere grote steden gaat de financiële context van de Brusselse gemeenten achteruit sinds 2003, zoals verschillende indicatoren aantonen, met name de uitgaven per inwoner, die in 15 jaar gedaald zijn als we rekening houden met een correctie bij constante prijzen.

Conclusie: een fusie is niet aangewezen

Al deze cijfers tonen aan dat de 19 Brusselse gemeenten, hoewel ze met proportioneel minder middelen meer uitdagingen moeten aangaan dan andere steden, hun verplichtingen nakomen.

Het economische argument dat sommigen aanhalen - dat de Brusselse gemeenten slecht beheerd zouden worden - die dromen van een fusie, wordt weerlegd door de helderheid en de objectiviteit van de financiële gegevens. De 19 Brusselse gemeenten kosten minder dan enkele andere vergelijkbare steden en doen hun werk met minder inkomsten.



« Terug

Auteur(s)

Philippe DELVAUX
Laatste update
16-05-2017
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links