Het Plan-Juncker en de ESR-normen

Op 25 juni 2015 werd de verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) goedgekeurd. Die vormt de essentie van het veelbesproken 'plan-Juncker'. In de praktijk is het echter weinig waarschijnlijk dat gemeenten aanspraak kunnen maken op die financieringen. Bovendien lost het plan de problemen rond de ESR-norm niet op, hoewel het een positief signaal geeft voor het investeringsklimaat. De VSGB en haar zusterverenigingen blijven dan ook op federaal niveau de aandacht vestigen op deze kwestie.


Wat is het plan-Juncker?



Gezien de beperkte speelruimte van de overheid is het plan bedoeld om particuliere investeerders aan te trekken aan de hand van garanties en financiële instrumenten van de Europese Investeringsbank (EIB) en globaler om de algemene investeringsvoorwaarden te verbeteren.

Het EFSI is dus geen nieuw fonds met 315 miljoen euro cash, maar wel een garantie aan de EIB op basis van het Europese budget, zodat de bank gewaagdere investeringen kan doen en toch zijn ‘triple A’ behouden. Concreet zal de Europese begroting slechts 8 miljard euro bijdragen om de EIB verliezen te dekken in geval van niet-terugbetaling van de leningen. Het EFSI wordt ook gestijfd met 5 miljard euro van de EIB en – met een eerste financiële montage die de 8 miljard omzet in 16 miljard – zal het EFSI de 21 miljard euro bereiken. Deze waarborg biedt de EIB de mogelijkheid om leningen te financieren ten belope van ongeveer 60 miljard euro. Als we daar nog de andere bijdragen van particulieren en de overheid bij tellen, zouden die leningen in de EU de komende drie jaar investeringen ter waarde van 315 miljard euro kunnen opleveren.

Maar het EFSI is niet het enige deel van het ‘investeringsplan’ dat op 3 pijlers berust:
  1. Financiering mobiliseren voor de investeringen via het EFSI
  2. Het nodige doen opdat de investeringen de reële economie bereiken door een Europees portaal te creëren voor investeringsprojecten (European Investment Project Portal - EIPP) en een investeringsadvieshub (European Investment Advisory Hub - EIAH)
  3. Het investeringsklimaat van de Unie verbeteren door structurele hervormingen door te voeren op het niveau van de lidstaten en door de interne markt uit te diepen door de Europese regels te vereenvoudigen

Kunnen de Brusselse gemeenten er aanspraak op maken?



In theorie verbiedt niets in de EFSI-verordening de gemeenten om er aanspraak op te maken:
  • Het EFSI kan projecten van allerhande grootte ondersteunen, zowel in de privé- als de overheidssector.
  • Het EFSI kan infrastructuurprojecten steunen. De verordening bepaalt dat het EFSI o.a. projecten kan steunen omtrent energie-efficiëntie en renovatie van gebouwen, intelligente en duurzame stadsmobiliteit, duurzame stadsontwikkeling, bevordering van het menselijk kapitaal, in het bijzonder via educatie en vorming en sociale infrastructuren.
  • Het criterium ‘Europese toegevoegde waarde’ wordt gedefinieerd als compatibel met het beleid van de Unie, met name met de doelstellingen van intelligente, duurzame en inclusieve groei, creatie van degelijke tewerkstelling, en economische, sociale en territoriale cohesie. Het gaat dus niet uitsluitend om projecten met transnationale dimensie of die kaderen in een trans-Europees energie- of transportnetwerk (zoals dat het geval is voor het Europees interconnexion-mechanisme dat veeleer het federaal en regionaal niveau in België aanbelangt).
  • De Europese investeringsadvieshub en het Europees portaal voor investeringsprojecten zijn ook toegankelijk voor territoriale overheden.
Initiatiefnemers kunnen rechtstreeks contact opnemen met de EIB (cf. infra), want het EFSI werkt noch met nationale toekenning, noch met een einddatum voor projectoproepen. De lijst met projecten die de lidstaten in december 2014 indienden, is niet langer up-to-date. De EIB zal overigens leningen toekennen in functie van de kwaliteit van de aanvragen van de projectdragers, los van de politieke overheid.

In de praktijk dreigen er echter gemeenteprojecten uit de boot te vallen, omdat ze niet de vereiste omvang en het risicoprofiel hebben om in aanmerking te komen voor een lening bij de EIB.
  • De EIB financiert normaal gezien immers overheidsprojecten ter waarde van meer dan 50 miljoen euro. Voor kleinere projecten verstrekt de EIB doorgaans leningen aan financiële tussenpersonen, zoals Belfius bij het programma 'Smart Cities & Sustainable Development' dat specifiek tot de gemeenten gericht is.
  • Een mogelijkheid zou zijn soortgelijke projecten van Brusselse of zelfs Belgische gemeenten te groeperen. De EFSI-verordening bepaalt overigens de oprichting van een investeringsplatform op transnationaal, nationaal of gewestelijk niveau. Tijdens een conferentie in juni 2015 wees Didier Reynders erop dat hij spoedig een investeringsplatform wil creëren voor België, om de Europese, federale en regionale financieringsmogelijkheden te groeperen.
  • Bovendien – zoals Europees commissaris Jyrki Katainen op 15 juni 2015 onderstreepte in de Senaat – kunnen overheidsinvesteringen voor 100 % geen aanspraak maken op EFSI-steun: ze kunnen gebruik maken van de 70 miljard euro die jaarlijks voorzien wordt door de EIB. Het doel van het EFSI is immers de privé-investeringen aan te trekken, dus geeft het de voorkeur aan publiek-private samenwerking en andere vormen van risicodeling (bv. derde investeerders voor zonnepanelen).
Onder voorbehoud van de door het Gewest gekozen beschikkingen kunnen de gemeenten ook aanspraak maken op de ‘innoverende financiële instrumenten’ in het kader van het operationeel programma EFRO van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 10 % van het EFRO-budget werd immers toegekend aan dergelijke instrumenten, met name 3,78 miljoen euro in as 3, met name ter bevordering van de energie-efficiëntie en de hernieuwbare energiebronnen in overheidsgebouwen. Het Gewest is de analyse ‘ex ante’ aan het uitvoeren, op vraag van de Europese Commissie, alvorens instrumenten in te voeren die zo goed mogelijk aan de gewestelijke behoeften beantwoorden. Maar het gaat opnieuw om leningsmechanismen die de vraag doen rijzen over het boeken van investeringen in de gemeentebegrotingen en de beruchte ESR-norm.

Verband met de ESR-norm ?


Deze Europese boekhoudnorm houdt namelijk geen rekening met de reserves of de leningen die nodig zijn om investeringen te financieren en evenmin met de afschrijving ervan.

In het kader van het investeringsplan publiceerde de Europese Commissie op 13 januari 2015 een mededeling met als titel: 'Optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact'. Daarin stelt ze voor om flexibiliteit aan de dag te leggen door de bijdragen van de lidstaten aan het Junckerfonds te neutraliseren en door de mogelijkheid te bieden om bepaalde cofinancieringen voor het structuur- en cohesiebeleid (EFRO en ESF) te neutraliseren, zij het onder bijzonder strenge voorwaarden. Op 24 juni 2015 verklaarde de Commissie dat ze die flexibiliteit zou uitbreiden naar de bijdragen van de lidstaten voor de thematische of meerlandeninvesteringsplatformen – die opgericht zouden kunnen worden om de EFSI-projecten te groeperen – of voor de nationale stimuleringsbanken (de investeringsmaatschappijen in België). In de Belgische institutionele context zijn die opties echter moeilijk te benutten.

Ze bieden dus geen bevredigend antwoord op de problematiek die de Belgische gemeenten hebben aangekaart omtrent de impact van de ESR-norm op de gemeentelijke investeringen. België blijft in dit dossier op Europees niveau alleen staan en het bestaan van bijkomende regels in Wallonië (investeringsbakens voor de gemeenteboekhouding) maakt de analyse nog ingewikkelder. Het debat kent een eerste bescheiden doorbraak bij de Europese Commissie, in die zin dat men zich bewust wordt van het probleem en de politieke aspecten ervan, maar ook van de moeilijkheden om er op Europees niveau een oplossing voor te vinden. De antwoorden in de Belgische Senaat van de commissarissen J. Katainen en M. Thyssen op 15 juni jl. zijn veelzeggend op dat vlak.

Door het plan-Juncker goed te keuren heeft de Commissie toch een belangrijk signaal gegeven waarmee ze het belang erkent van overheidsinvesteringen om de economie weer aan te zwengelen. De OESO keurde ook een “aanbeveling betreffende doeltreffende overheidsinvestering onder overheidsniveaus” goed, waarin gepleit wordt voor meer aandacht voor het investeringsbeleid van de verschillende overheidsniveaus.

Op 21 mei 2015 schreven de drie verenigingen van Belgische lokale besturen (VSGB, VVSG, UVCW) in die geest premier Charles Michel aan. Aangezien de Europese boekhoudnorm ESR niet aangepast is aan de investeringen, vroegen de drie verenigingen om met die investerings-prorata rekening te houden bij de vaststelling van de bijdrage van de lokale besturen aan het begrotingstraject van België. In zijn antwoord van 4 juni liet minister van Begroting Hervé Jamar ons weten dat hij een interfederale werkgroep heeft opgericht om de problematiek te onderzoeken. Tijdens de ontmoeting met minister van Financiën Johan van Overtveldt hebben de verenigingen van lokale besturen bovendien gevraagd om een vertegenwoordiger te mogen afvaardigen naar de Hoge Raad van Financiën, die het voorbereidende programma uitwerkt met het oog op de opstelling van het traject van het stabiliteitsprogramma. De Vereniging zal u uiteraard op de hoogte houden van de toekomstige ontwikkelingen.

Meer info



« Terug

Auteur(s)

Camille LEPINAY
Laatste update
29-09-2015
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links