Pensioenen: algemene principes


In België heeft iedereen recht op een wettelijk pensioen. De opbouw van dit pensioen gebeurt via een repartitiesysteem, wat betekent dat de actieve bevolking betaalt voor het pensioen van de huidige gepensioneerden.

Voor het personeel van de lokale overheden bouwt de ambtenaar geen rechten op, maar kent de gemeente een pensioen toe.

De pensioenen van de overheid worden geïndexeerd en geperequateerd.

De wet van 25 april 1933 voerde ook de omslagkas voor gemeentelijke pensioenen in. In 1986 werd die omslagkas afgeschaft en vervangen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO) en de Administratie der Pensioenen (AP). Sindsdien int de RSZPPO de bijdragen en de AP doet de berekening en de betaling van de pensioenen.

Met de wet van 24 oktober 2011 komt er echter een grondige wijziging in het pensioenstelsel voor de lokale besturen 19. Alle pools worden samengevoegd in een gesolidariseerd pensioenfonds. In principe worden alle lokale besturen automatisch en onherroepelijk aangesloten bij dit fonds. Dit nieuwe stelsel komt er als antwoord op de uitdaging van de pensioenuitgaven in de lokale sector. Het berust op twee belangrijke principes : solidariteit en responsabilisering.

De toename van het aantal gepensioneerden, in het bijzonder onder de ambtenaren, is een van de uitdagingen voor de toekomst.

Een tweede aspect betreft de financiering van het hele stelsel. De wetgever heeft een aanzet gegeven met de hervorming van de RSZPPO en het stelsel van de pools. Structureel is er echter niet nagedacht over een verdere financiering.

Zie ook


Drie uitdagingen voor de Brusselse pensioenen


« Terug

Auteur(s)

Hildegard SCHMIDT
Laatste update
21-09-2012
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links