Alleen presentiegelden zijn cumuleerbaar met een werkloosheidsuitkering

Werkloze mandatarissen behouden hun werkloosheidsuitkering enkel voor het presentiegeld dat rechtstreeks voortvloeit uit hun lokaal mandaat. Voor het presentiegeld dat afkomstig was uit andere organismen waarin ze zetelden, verliezen ze een deel van hun uitkeringen. Zij kunnen dan een compensatie vragen aan hun lokaal bestuur voor het verlies van deze uitkeringen.


Een arrest van het Hof van Cassatie van 10 september 2007 maakt definitief een einde aan twijfel over de interpretatie omtrent de soort presentiegelden die mogen worden gecumuleerd met de werkloosheidsuitkering.

Problematiek


De wet schrijft voor dat de werkloze, om uitkeringen te kunnen genieten, wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon moet zijn. Daarop wordt evenwel een uitzondering voorzien: de werkloze die een politiek mandaat of een mandaat van ocmw-voorzitter uitoefent, kan toch de uitkeringen blijven genieten.


Vroeger: rechtspraak gunstig voor werkloos raadslid


Lange tijd was er twijfel over de interpretatie van die uitzondering. Om welke politieke mandaten ging het?

In een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 19 oktober 2006 werd nog beslist dat werkloze raadsleden de presentiegelden die ze ontvangen omdat ze hun gemeente vertegenwoordigen in andere organisaties (openbare vastgoedmaatschappijen, autonome gemeentebedrijven, …) mogen cumuleren met werkloosheidsuitkering, zonder dat hun werkloosheidsuitkering wordt verminderd. Het werkloze raadslid moet zijn politiek mandaat aangeven bij de RVA, maar mag onbeperkt die presentiegelden ontvangen.

Volgens de RVA moest de uitzondering strikt worden geïnterpreteerd. Alleen de rechtstreekse presentiegelden mogen worden ontvangen, de rest moet als loon worden beschouwd.

Het Hof van Beroep volgde de redenering van het raadslid dat stelde dat het die bijkomende presentiegelden enkel ontving omwille van zijn mandaat als raadslid. Zonder zijn mandaat van gemeente- of ocmw-raadslid zou hij niet in die andere "afgeleide" raden van bestuur zetelen. Hij vertegenwoordigde als zodanig de gemeente of het ocmw. Om die reden moeten alle presentiegelden onder die uitzondering worden gecatalogeerd. De wet zou geen onderscheid maken tussen rechtstreekse en onrechtstreekse inkomsten en dus mocht de RVA de werkloosheidsuitkering niet verminderen.

Ommezwaai in de rechtspraak


Het Hof van Cassatie volgt nu toch de redenering van de RVA en maakt daarmee ook definitief een einde aan de verschillende interpretaties. Enkel de inkomsten voortvloeiend uit een mandaat van lid van gemeente- of ocmw-raad worden niet als loon beschouwd.

Welke inkomsten doen de uitkering niet verliezen?


Het enige criterium is de wet zelf, namelijk de mandaten of functies die opgesomd worden in artikel 46, § 3 van het KB van 25 november 1991 en niet de eventuele inkomsten die de mandaten zouden opleveren.

Kan het werkloze raadslid compensatie vragen voor wat hij aan uitkeringen verliest?


Raadsleden moeten dus terugvallen op de regeling van art.12, § 1bis van de Nieuwe Gemeentewet, waarbij ze voor het verlies van de uitkeringen een compensatie vragen aan hun lokaal bestuur.

« Terug

Auteur(s)

Hildegard SCHMIDT
Laatste update
10-12-2009
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links