Het onderdeel duurzame ontwikkeling in het Brussels regeerakkoord

Het Brussels regeerakkoord 2009-2014 schenkt ruime aandacht aan de duurzame ontwikkeling, meer bepaald in het hoofdstuk "Een duurzame en solidaire ontwikkeling". Wij belichten hier de voornaamste elementen voor de gemeenten.


In de meeste hoofdstukken van het akkoord wordt de nadruk gelegd op duurzaamheid. Een van de opmerkelijkste wijzigingen is de vervanging van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) door de nieuwe benaming “Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling” opdat alle aspecten goed aan bod zouden komen. De problematiek drukt echter misschien nog het best het gewestelijk project uit in een hoofdstuk dat specifiek gewijd is aan duurzaamheid en dat de politieke prioriteiten van de meerderheid syncretisch concretiseert: ‘een duurzame en solidaire ontwikkeling’. In dit hoofdstuk worden twee hoofdlijnen uitvoerig besproken: energie en stedelijk leefmilieu.

Energie


Wat het Brusselse vastgoed betreft, concentreren de inspanningen zich uiteraard vooral op renovatie. Het Brussels Gewest zal dan ook de oprichting aanmoedigen van een onderneming die energiediensten moet verlenen, in de eerste plaats voor gebouwen van de gemeentelijke en gewestelijke overheden.

Voor de begeleiding van de gezinnen op het gebied van energie wil het Gewest een Huis van het Duurzaam Bouwen en Energie oprichten, dat niet in concurrentie treedt met maar veeleer een aanvulling vormt op de bestaande structuren, zoals de OCMW's. “Er zullen integendeel samenwerkingsverbanden op het getouw worden gezet om hen te helpen energie-efficiëntie te integreren in hun eigen verwerkingsproces ten dienste van de gezinnen.”

Het Gewest wil het Brusselse vastgoed als voorbeeld laten fungeren. “Ook de publieke of daarmee gelijkgestelde entiteiten die van het Gewest financiële middelen krijgen om investeringen in vastgoed, uitgezonderd woningen, te verrichten moeten zich houden aan de passiefstandaard voor nieuwe gebouwen en aan de lage energiestandaard bij renovaties. Er zal een planning opgesteld worden van de energiebesparende werken in openbare gebouwen, en in het bijzonder in sociale woningen.”

Ook voor de openbare ruimte wordt dezelfde bezorgdheid geuit: “Op het vlak van openbare verlichting zal voor alle nieuwe constructies, zowel de publieke als de private, de 'lage energiestandaard' aangemoedigd worden.” Het blijft hier dus bij een aanmoediging. “Er zullen systematisch energieprestatiecontracten gesloten worden (daarin begrepen de onderhoudskwesties) en in de bestekken voor renovaties en/of constructies zullen 'energieclausules' opgenomen worden. De Regering zal Sibelga opdragen een algemeen plan op te stellen om de lichtefficiëntie van het volledige Brusselse lampenpark te verbeteren.

En wat het type te gebruiken energie betreft, zal de Brusselse overheid er “geleidelijk toe verplicht worden voor 30 % van het energieverbruik van de […] openbare gebouwen een beroep te doen op groene energieproductie”. Het minpunt is echter dat deze verplichting beperkt zal zijn tot de nieuw gebouwde gebouwen.

Wat verder in het document, in het deel over het stedelijk leefmilieu, is er nog een passage die betrekking heeft op de energie in het gemeentelijk vastgoedbestand: “Er zal op toegezien worden dat alle scholen voortaan, naast de vrijwillige inspanningen die zij leveren, betrokken zijn bij een plan voor energiebesparingen.”

Kwalitatief hoogstaand stedelijk leefmilieu


De Regering zal voor de meeste overheidsopdrachten die het Gewest (mede) financiert, opteren voor een duurzame invulling, door het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alle ION’s, de gemeenten en de OCMW's op te roepen zich te scharen achter plannen voor duurzame aankopen. Zij zal de bestaande instrumenten – onder meer de omzendbrieven – rationaliseren en moderniseren door bij het begin van de legislatuur een ordonnantie over de milieu-, sociale en ethische clausules in te dienen. Er zal een opleiding verstrekt worden aan de ambtenaren die binnen elk bestuur moeten instaan voor de opvolging van de duurzame overheidsopdrachten. Tot slot zal, telkens dat mogelijk is, de voorkeur gegeven worden aan gegroepeerde aankopen van goederen en diensten.

Er zal een gewestelijke aankoopcentrale worden opgericht voor de gewestelijke benodigdheden, die tevens toegankelijk zal zijn voor de gemeenten en die erop zal toezien de aankoop van duurzame producten te optimaliseren.

De begeleiding die het Gewest biedt bij de uitvoering van de lokale plannen voor duurzame ontwikkeling (Agenda Iris 21) zal uitgebreid worden, zodat alle gemeenten en OCMW’s in ons Gewest projecten kunnen indienen
.” Twaalf gemeenten en vier OCMW’s zijn reeds actief in het kader van dit initiatief dat de actieve steun van onze Vereniging geniet.

Meer anekdotisch wil de Regering het aandeel aan duurzame voedingsmiddelen (biologische, lokale en seizoensproducten, fair-trade, ...) in de refters van de gemeentescholen optrekken en ook in de kantines van de instellingen waarop het Gewest toezicht uitoefent.

Het akkoord bespreekt eveneens de bestrijding van alle vormen van vervuiling en kondigt aan dat het een reeks positieve maatregelen zal promoten “die ertoe strekken de zachte mobiliteit aan te moedigen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de gemeenten niet alleen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan.” Een van de punten heeft betrekking op de pollutiepieken, een dossier dat de Vereniging momenteel behandelt, met name via workshops die georganiseerd worden om de maatregelen te coördineren.

Het laatste thema van dit uitgebreide hoofdstuk betreft het afval. Met in het achterhoofd de Europese doelstelling om 50 % van het afval te recycleren tegen 2020, kondigt het Gewest aan om de selectieve inzameling van groen afval uit te breiden tot alle gemeenten, maar ook om – in overleg met de gemeenten – de subsidiëringsregels voor gemeentelijke containerparken aan te passen en intergemeentelijke partnerschappen te steunen om de ontwikkeling hiervan aan te moedigen en te zorgen voor een betere scheiding van het afval aan de bron.

Ten slotte zal het Gewest "ernaar streven de resultaten van de selectieve inzamelingen te verbeteren, onder meer door een beroep te doen op de gemeenten en de buurtactoren om de informatie over het sorteren te verspreiden, verscheidenheid te brengen in de inzamelingswijzen, het netwerk van glasbollen uit te bouwen en geleidelijk aan de installatie van ondergrondse bollen te bevorderen en de openbare vuilnisbakken te vervangen door sorteervuilnisbakken.

Met de (ambitieuze) doelstelling om van Brussel een toonbeeld van openbare netheid te maken, zal het Agentschap Net Brussel “een structurele cel oprichten die de dialoog moet verzorgen tussen de overheidsinstanties en de wijken, zodat de wijken informatie en hun behoeften makkelijker kenbaar kunnen maken aan de gewestelijke overheid en aan de gemeenten, zo daartoe aanleiding bestaat. Ook de samenwerking tussen het Gewest, de gemeenten en de politiediensten moet versterkt worden, zowel voor wat betreft de repressie van overlast als voor wat betreft de communicatie en sensibilisering rond netheid.” We zullen de uitvoering van deze passage, waarvan de grote lijnen nog wat vaag zijn, aandachtig volgen: ‘wijken’ die in discussie treden met overheidsinstanties.

Het Gewest en de gemeenten zullen op het vlak van openbare netheid evenwel nauwer gaan samenwerken. Een alomvattend, nauwgezet en evenwichtig repressiebeleid berust op de samenwerking tussen het Gewest en de gemeenten, die beschikken over onderling aanvullende prerogatieven. De gemeenten die zich scharen achter de lokale dynamiek om repressief op te treden tegen inbreuken op de openbare netheid, krijgen in het kader van de netheidscontracten bijkomende financiële ondersteuning.”


Zie ook


Regeerakkoord 2009-2014 – hoofdstuk "Efficiënte openbare diensten in dienst van de Brusselaars”


Regeerakkoord 2009-2014 – hoofdstuk "De stedelijke mobiliteit herzien”

Download het Regeerakkoord 2009-2014 op de website van het Gewest

« Terug

Auteur(s)

Philippe DELVAUX
Laatste update
16-11-2009
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links