Het onderdeel mobiliteit in het Brussels regeerakkoord

Onder de titel "De stedelijke mobiliteit herzien" bundelt het aan de mobiliteit gewijde hoofdstuk van het regeerakkoord ("Een duurzame ontwikkeling van het Gewest ten dienste van de Brusselaars") een reeks maatregelen met duidelijke weerslag voor de gemeenten. Wij vestigen hier de aandacht op de voornaamste.


Hoewel in het regeerakkoord een specifiek hoofdstuk gewijd werd aan duurzame ontwikkeling, strekt de invloed ervan zich uit tot het hele gewestelijke project, aangezien het een transversale materie is. Om ons hiervan te vergewissen hoeven we enkel het hoofdstuk rond mobiliteit te bestuderen en de volgorde van voorstelling van de vervoermiddelen te bekijken. De ambitie van de projecten buiten beschouwing gelaten, wordt de duurzaamheid immers vooral op dat gebied benadrukt. Het hoofdstuk begint met de ‘zachte' vervoermiddelen, gaat verder met het openbaar vervoer en bespreekt vervolgens de gemotoriseerde voertuigen.

De voetgangers


Beginnen doen we dus met de voetgangersproblematiek, waarmee weinig rekening gehouden werd in de stedenbouw na Expo '58. Toch wordt er slechts één paragraaf aan gewijd, waarin een oproep gedaan wordt tot de gemeenten omdat de wegbeheerders aangespoord worden om de fysieke hindernissen te beperken bij de aanleg of herinrichting van wegen. In tegenstelling tot de andere vervoermiddelen en hoewel hierover nagedacht wordt in het bestuur, voorziet het akkoord vreemd genoeg niet in 'voetgangersplannen' en belooft het niet om de verplaatsing te voet te beschouwen als een belangrijk vervoermiddel dat in zijn totaliteit behandeld zou moeten worden. De voetgangers komen aan bod via de “strijd tegen iedere vorm van overlast in de openbare ruimte, die hun doortocht belemmert”, de kwaliteit van de verlichting, de signalisatie en de opvoering van de snelheidsbeperkingen. Het einde van de paragraaf kondigt toch een uitbreiding van de voetgangerszones aan, maar enkel in het centrum van Brussel.

Autoloze dagen


Vreemd genoeg belooft het akkoord in de paragraaf over de fiets, behoudens overleg met de gemeenten, een geleidelijke verhoging van het aantal autoloze zondagenvolgens veranderlijke voorwaarden”.

Net als in alle andere hoofdstukken van het akkoord wordt ook in dit onderdeel het overleg tussen Gewest en gemeenten gepromoot.

Openbaar vervoer


Zo is er de belofte van de regering om de contacten tussen de gemeenten en de MIVB te oliën, omdat de raderwerken in het verleden soms knarsten. Voorts drukt dit akkoord duidelijk zijn “constante bekommernis” uit met betrekking tot de aanleg van eigen beddingen, busstroken, begroening, ... maar steeds door de gemeenten nauw te betrekken bij de concrete uitvoering. Deze formule wordt overigens herhaald aan het einde van het hoofdstuk: “De gemeenten zullen bij deze doelstellingen betrokken worden”.

Gemotoriseerde voertuigen


Het thema van de gemotoriseerde voertuigen wordt aangevat met het parkeerprobleem. Aangezien de regionalisatie onlangs goedgekeurd werd door de ordonnantie betreffende het Gewestelijk Parkeeragentschap, schetst het akkoord er de toekomstige modaliteiten van. Buiten de harmonisatie, die al geruime tijd aangekondigd was maar uitgesteld werd door de “specifieke toestand van de verschillende gemeenten”, wijzen we erop dat de regering het aantal plaatsen voor langdurig parkeren geleidelijk wil verminderen “op grond van nog vast te leggen modaliteiten en rekening houdend met alternatieve oplossingen”, wat aansluit op het buiten de rijweg brengen van de “overtollige voertuigen die in bepaalde dichte wijken geen plaats vinden”.

Aangezien de gemeentelijke mobiliteitsplannen nu opgesteld zijn voor sommige gemeenten, kan het akkoord hiermee rekening houden om de verplichte trajecten uit te werken voor vrachtwagens. Voor de aanpak van het laden en lossen moet er eveneens samengewerkt worden met gemeenten en politiezones. De regering wil de problematiek overigens in zijn totaliteit aanpakken en belooft een “goederenplan”.

Met betrekking tot de aangekondigde strijd tegen de verkeersopstoppingen, waar onlangs nog op gewezen werd in het ontwerpplan Iris II betreffende de hertekening van het openbaar vervoernet, kondigt het akkoord een omvangrijk programma aan om het verkeer te reorganiseren, te kanaliseren en in te perken. “De gemeenten zullen ertoe aangezet worden zones met lage uitstoot in te stellen: dit is een perimeter die op grond van criteria met betrekking tot de bestemming (toegang voorbehouden voor de omwonenden, ...) of de periode (toegang voorbehouden tijdens bepaalde tijdsblokken) beperkt toegankelijk is voor wagens.”

Zie ook


Regeerakkoord 2009-2014 – hoofdstuk "Efficiënte openbare diensten in dienst van de Brusselaars”


Regeerakkoord 2009-2014 – hoofdstuk "Een duurzame ontwikkeling van het Gewest ten dienste van de Brusselaars”

Download het Regeerakkoord 2009-2014 op de website van het Gewest

« Terug

Auteur(s)

Philippe DELVAUX
Laatste update
16-11-2009
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links