Nietigverklaring van het besluit ivm stedenbouwkundige lasten

Gevolgen voor de gemeenten?


Het besluit van de Brusselse regering van 12 juni 2003 betreffende de stedenbouwkundige lasten werd nietig verklaard door het arrest van de Raad van State van 15 juni 2009 (RvS nr. 194.193 van 15 juni 2009, inforum nr. 239331). Ondanks de pessimistische berichtgeving in de pers moeten de gevolgen van deze nietigverklaring echter gerelativeerd worden. Maar de kans op geschillen met betrekking tot de terugbetaling van de stedenbouwkundige lasten is wel reëel.


Waarom werd het besluit "lasten" nietig verklaard?


De Raad van State oordeelde dat de Regering de wettelijke habilitering overschreden had die vastgelegd is in de artikelen 86 en 97 van de ordonnantie betreffende de planning en de stedenbouw (OPS) (nu art. 100 en 112 BWRO) die van kracht waren op het moment dat het besluit goedgekeurd werd. Deze artikelen boden de uitvoerende macht niet de mogelijkheid om te oordelen over het belang en de aard van de verplichte lasten of het bedrag van de financiële waarborgen te bepalen, bij voorbeeld, maar enkel de criteria die de afleverende overheid die een vergunning aflevert, in staat stelt deze elementen te bepalen.

Het hoge rechtscollege besluit dat de te vernietigen artikelen een coherent geheel vormden met de andere beschikkingen van het aangevallen besluit. Daarom annuleren ze het besluit van 12 juni 2003 en het wijzigingsbesluit van 18 december 2003.


Juridische aard van de stedenbouwkundige lasten: stedenbouwkundige lasten zijn geen belastingen


De eisers beweerden dat de financiële lasten belastingen waren waarvan de grondslag, het percentage en de vrijstellingen enkel vastgelegd konden worden aan de hand van een ordonnantie, overeenkomstig artikel 170 en 172 van de Grondwet.

Het arrest onderstreept dat het opleggen van de lasten 'in geld' beschouwd kan worden als een retributie in de zin van artikel 173 van de Grondwet: het is in dit geval slechts wettelijk op voorwaarde dat het geïnde bedrag in verhouding staat tot de geleverde prestatie, d.w.z. tot de kostprijs van de werken die opgelegd kunnen worden als stedenbouwkundige lasten. Volgens die zienswijze hebben de artikelen 86 en 97 van de ordonnantie (thans art. 100 en 112 BWRO) geen betrekking op 'belastingen' in de zin van artikel 170 en 172 van de Grondwet.

Zo veegt de Raad van State een argument van tafel dat vaak ingeroepen wordt om stedenbouw-kundige lasten te betwisten.

Bij toepassing van artikel 173 van de Grondwet kunnen de wet, het decreet of de ordonnantie (hier art. 100 en 112 BWRO) de Regering of de gemeenten immers geldig machtigen om de grondslag of het percentage van een retributie te bepalen.


De effecten van het vernietigingsarrest


1. Het principe van de nietigverklaring


De vernietigde handeling wordt verondersteld nooit te hebben bestaan, en dit ten aanzien van allen. De toepassing van verschillende rechtsbeginselen maakt het evenwel niet mogelijk om alle logische gevolgen te trekken uit de nietigverklaring van een regelgevende handeling op de individuele administratieve handelingen die er toepassing van gemaakt hebben.

2. Worden de stedenbouwkundige vergunningen die lasten opleggen op basis van het regeringsbesluit nietig verklaard?


Voor de hangende procedures

Ja. De stedenbouwkundige vergunningen die zelf het voorwerp uitmaken van een vordering tot nietigverklaring verliezen hun rechtsgrond ingevolge de vernietiging van het regeringsbesluit. Dit middel is van openbare orde en kan ambtshalve ingeroepen worden door de Raad van State.

Voor de definitieve vergunningen

Neen. Volgens een dominerende rechtspraak van de Raad van State leidt de vernietiging van een regelgevende handeling niet tot de impliciete vernietiging van de niet uitdrukkelijk aangevallen afgeleide individuele handelingen die hun grondslag vinden in de vernietigde handeling.

De stedenbouwkundige vergunningen blijven gelden ondanks de onwettigheid van het besluit. Het gaat om het merendeel van de stedenbouwkundige vergunningen.

3. Moeten de gemeenten de lasten terugbetalen?


Neen. De nietigverklaring van het besluit leidt niet automatisch tot de verplichting om de lasten terug te betalen.

De betrokken promotoren zouden echter een vordering kunnen instellen tot aansprakelijkheid van de administratie op basis van de door de Raad van State vastgestelde overschrijding van macht. De afloop van een dergelijke procedure blijft heel onzeker.

Wat de burgerlijke aansprakelijkheid van de gemeenten betreft, zullen de gemeenten moeilijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Ten eerste kan aan de gemeenten geen enkele fout toegeschreven worden, omdat zij de verplichting hadden een hogere norm toe te passen zonder daar de wettelijkheid van te kunnen beoordelen. Ten tweede is de geleden schade hypothetisch, want zelfs in afwezigheid van enig besluit hadden de colleges van burgemeester en schepenen rechtsgeldig stedenbouwkundige lasten kunnen opleggen voor een bedrag dat de rechter niet zou kunnen beoordelen zonder in de plaats van de administratieve overheid te oordelen. En ten derde wordt het oorzakelijk verband tussen de aangevoerde fout en de veronderstelde schade verstoord indien binnen de termijnen van openbare orde geen beroep ingesteld werd.

Indien binnen de termijnen van openbare orde geen beroep ingesteld werd, kan niet op indirecte wijze teruggekomen worden op de vergunningen aangezien ze een eigen rechtsgrond van de betaling van de stedenbouwkundige lasten vormen. De terugbetaling van de lasten in speciën kan dus niet meer gevraagd worden bij toepassing van de mechanismen van de terugvordering van het onverschuldigde of de verrijking zonder oorzaak in te roepen.

4. Kunnen de gemeenten stedenbouwkundige lasten opleggen bij ontstentenis van een regeringsbesluit?


Ja. In afwachting van een nieuw besluit krijgen de gemeenten hun beoordelingsbevoegdheid terug om stedenbouwkundige lasten op te leggen.

Het BWRO omvat immers verscheidene bepalingen die de afwezigheid van een besluit van de Brusselse regering kunnen opvangen.

Het College van Burgemeester en Schepenen kan nog steeds stedenbouwkundige lasten opleggen overeenkomstig artikel 100 van het BWRO, weliswaar binnen de grenzen van het proportionaliteitsbeginsel.

De gemeenten konden ook de voorwaarden en de waarde van de lasten bepalen in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) of in een bijzonder bestemmingsplan (BBP). Deze reglementaire handelingen kunnen niet betwist worden en moeten nageleefd worden door de administratieve overheid die een stedenbouwkundige vergunning verleent, ongeacht of het daarbij gaat om het college van burgemeester en schepenen, de afgevaardigde ambtenaar of de Brusselse regering.

Ten slotte wijzen we erop dat artikel 192 van het BWRO bepaalt dat een stedenbouwkundige vergunning kan voorzien in een planning van de werking, inclusief stedenbouwkundige lasten. De naleving van de planning kan gewaarborgd worden door financiële waarborgen.


En hoe ziet de toekomst eruit?


Hoewel de gevolgen dus niet zo erg zullen zijn als aanvankelijk gevreesd werd, zijn de risico's op geschillen toch reëel en blijft de afloop ervan onzeker.

De bestaande gemeentereglementen zullen wellicht aangepast moeten worden als er een nieuw regeringsbesluit goedgekeurd wordt of als het BWRO aangepast wordt.

Het Brussels Wetboek van de Ruimtelijke Ordening (BWRO) biedt de stedenbouwkundige overheden de mogelijkheid om de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning te koppelen aan lasten, die met name de aanleg van wegen, groene ruimten, openbare uitrustingen en huisvesting omvatten. De lasten kunnen ook geïnd worden in de vorm van een geldsom.

Het vernietigde besluit bepaalde de omstandigheden waarin de lasten verplicht waren, alsook het minimumbedrag, en somde de handelingen en werken op, die vrijgesteld zijn van lasten. Bovendien werden de termijn voor de realisatie en de modaliteiten van de financiële waarborgen erin vastgelegd.


Meer info


De volledige versie van dit artikel, met juridische uitbreidingen en referenties, is beschikbaar voor onze leden, op aanvraag bij de Vereniging.

« Terug

Auteur(s)

Olivier EVRARD
Laatste update
08-09-2009
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links