Wijziging van de ordonnantie houdende organisatie van de planning en stedenbouw (III)

Op 7 augustus 2002 verscheen in het Belgisch Staatsblad de ordonnantie van 18 juli 2002 tot wijziging van die van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw. Deze nieuwe tekst brengt talrijke belangrijke wijzigingen aan, waarvan de meeste de gemeenten onmiddellijk aanbelangen.

Dit artikel behandelt de nieuwigheden op het vlak van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen die, naar het voorbeeld van het gewestelijk ontwikkelingsplan, legislatuurplannen zijn die verschillende beleidslijnen willen integreren. De ordonnantie van 18 juli 2002 wijzigt de juridische inhoud van die plannen en wijzigt tegelijk de procedure voor het opmaken ervan.


De belangrijkste bepalingen die hier worden geanalyseerd zijn de artikels 2, 3, 6, 8 tot 28, 30, 38, 39 en 55 uit de ordonnantie van 18 juli 2002 tot wijziging van de artikels 5, 9, 23, 31, 32, 35 à 46, 49, 50, 52, 53, 56 tot 61, 65ter, 67bis, 67sexies, 72, 75, 112, 116, 180 en 181 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw.

I. Slechts één oproep : vereenvoudigen !


Net als in de twee andere gewesten van het land, bestaan er in Brussel vier planningniveaus wat betreft de ruimtelijke ordening: twee niveaus van gewestelijke plannen, met het gewestelijke bestemmingsplan (GBP) en het gewestelijk ontwikkelingsplan (GOP), en twee plannen op gemeentelijk niveau met de bijzondere bestemmingsplannen (BBP) en de gemeentelijke ontwikkelingsplannen (GemOP).

Voordat de ordonnantie van 18 juli 2002 in werking was getreden, waren alle bepalingen van de bestemmingsplannen (GBP en BBP) verordenend, terwijl de meeste bepalingen uit de ontwikkelingsplannen (GOP en GemOP) indicatief waren . Enkel de GemOP’s bestonden uit nog [2] een verordenend gedeelte, wat een bijzonder kenmerk was vergeleken met Vlaanderen en Wallonië.

De veelheid van verschillende plannen en hun interactie bemoeilijkt het begrip van de toepasbare regels. De tussenkomst van de wetgever leek noodzakelijk om de rol van de bestemmingsplannen, waarvan de intentie eerder tijdsgebonden is [3], beter te onderscheiden van die van de ontwikkelingsplannen, die het ontwikkelingsbeleid van één zittingsperiode bepalen.

De procedure om een GemOP op te maken was bovendien zo lang en ingewikkeld dat slechts één gemeente (Sint-Agatha-Berchem) erin was geslaagd er een uit te werken, en dit dan nog na afloop van de termijn die door de ordonnantiewas opgelegd [4]. Ook hier werd hulp verwacht van de wetgever om het proces te verlichten dat leidt tot de feitelijke toepassing van GemOP’s.

II. De intrekking van het verordenend gedeelte


In tegenstelling tot de wetgeving van de twee andere gewesten van het land, voorzag de ordonnantie houdende organisatie van de planning en de stedenbouw dus, tot nog toe, niet twee maar drie types verordenende plannen: de GBP, de GemOP en de BBP. Er bestond echter geen enkele reden ter rechtvaardiging van het feit dat de GemOP’s een verordenend gedeelte bevatten, terwijl de GewOP volledig indicatief waren.

Het behoud van drie niveaus van verordenende plannen was bovendien niet langer beheersbaar geworden, rekening houdend met de gevolgen van de stilzwijgende opheffing. [5]. De bepalingen van de GBP die in strijd zijn met het verordenend gedeelte van de latere GemOP’s liepen het risico om de zes jaar impliciet te worden opgeheven, wat een ernstige inbreuk op de rechtszekerheid betekende [6].

De wetgever heeft derhalve besloten het verordenend gedeelte van de GemOp’s in te trekken en slechts twee niveaus van verordenende plannen over te houden (GBP en BBP). De stilzwijgende opheffing van de BBP zal daardoor dus enkel in de GBP kunnen ontstaan [7].

Merk op dat het verordenend gedeelte van de GemOP’s zou kunnen worden vervangen door een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening die het hele of een gedeelte van het gemeentelijke grondgebied dekt. Bekijken we bijvoorbeeld het basisdossier van de stad Brussel dat een programma omvat om bepaalde in de vijfhoek gelegen gebouwen te verlagen. Dat is een algemene maatregel voor een deel van het grondgebied van de stad Brussel die kan worden overgeplaatst in een stedenbouwkundige verordening. De stad Brussel heeft ervoor gekozen dat in het kader van haar GemOP te doen, maar ze had dat ook kunnen doen via een bijzondere stedenbouwkundige verordening [8].

III. Verduidelijking van de verbanden met de BBP


Naast de hierboven vermelde wijzigingen waren er, rekening houdend met de opheffing van het verordenend gedeelte van de GemOP’s, redenen om :
  • te voorzien dat, in navolging van artikel 26 van de ordonnantie betreffende het GBP en het GewOP, de BBP’s uitgaan van de richtsnoeren van het GemOP ;
  • Het mechanisme waardoor de BBP kunnen afwijken van het GemOP af te schaffen, zoals was voorzien in artikel 50 van de ordonnantie.
Deze wijzigingen werden toegevoegd aan de artikels 49 en 50 van de ordonnantie door de artikels 19 en 20 van de ordonnantie van 18 juli 2002.


IV. De vereenvoudiging van de procedure voor het opmaken


De procedure voor het opmaken van de GemOP’s was, tot nog toe, bijzonder lang en duur: de gemeente stelde een basisdossier op, vervolgens werd er een openbaar onderzoek ingesteld, een ontwerp van plan opgesteld en een tweede openbaar onderzoek ingesteld. Het artikel 35 [9] van de ordonnantie eist van de gemeenten dat ze hun GemOP goedkeuren in het jaar dat volgt op de installatie van de gemeenteraad, daarom moest een middel worden gevonden om deze procedure te verkorten. Immers, welk nut heeft het een GemOP goed te keuren een of twee jaar voor de verkiezingen? Dit politieke plan is enkel zinvol wanneer het ten uitvoer wordt gelegd door de mensen die het hebben uitgewerkt.

Voortaan is de procedure voor het opmaken van de GemOp’s een weergave van die van het gewestelijk ontwikkelingsplan: de etappe van het basisdossier werd afgeschaft [10]. De gemeenten keuren bijgevolg het ontwerp van plan [11] waaraan dezelfde gevolgen als die van het definitief plan worden toegekend, rechtstreeks goed.

De stappen van de nieuwe procedure kunnen als volgt worden samengevat


1. De gemeenteraad keurt een ontwerp goed naar het model van besluit van de regering.
2. De regering keurt het ontwerpplan goed, of weigert dit te doen, binnen de zestig dagen na ontvangst ervan. Indien de regering binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, wordt het ontwerpplan geacht te zijn goedgekeurd.
3. Na goedkeuring van het ontwerp door de Regering wordt het bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het wordt van kracht vijftien dagen na bekendmaking ervan.
4. Er wordt een openbaar onderzoek van 45 ingesteld.
5. Het dossier wordt binnen de twintig dagen na sluiting van het onderzoek aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd.
6. De regionale commissie beschikt over 60 dagen ( waarvan 30 om de besturen en organen waarvan de regering de lijst vastlegt te raadplegen) om het ontwerp na openbaar onderzoek te bestuderen. Bij ontstentenis van een advies binnen deze termijn, wordt de ze geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.
7. De gemeenteraad keurt het GemOP goed binnen 60 dagen na ontvangst van het advies van de Gewestelijke Commissie.
8. De Regering bestudeert het GemOP binnen de 2 maanden na ontvangst
9. Het besluit van de Regering wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De volledige tekst van het GemOP kan binnen drie dagen na de bekendmaking worden geraadpleegd in het gemeentehuis [12].


Opgelet

1.Het feit dat de fase van het basisdossier wordt afgeschaft, verandert niets aan de verplichting om eerst over te gaan tot de vaststelling van de feitelijke en rechtstoestand die aan een ontwikkelingsplan is aangepast [13].
2. De gemeenten die de procedure voor het opmaken van hun GemOP die werd ingeleid voor het van kracht worden van de ordonnantie van 18 juli 2002, niet wensen voort te zetten, zullen de nieuwe bepalingen kunnen genieten [14]. Dit zou nuttig kunnen zijn voor de gemeenten waarvan het basisdossier of het ontwerp van GemOP afwijkt van het nieuwe GBP of van het GewOP [15].


Nota

1 De indicatieve bepalingen gelden enkel voor de overheden die ze uitvaardigen, terwijl de verordenende bepalingen ook gelden voor derden.

2 Het verordenend gedeelte van het GBP werd geschrapt door de ordonnantie van 16 juli 1998 tot wijziging van de ordonnantie houdende organisatie van de planning en de stedenbouw (B.S., 14 augustus 1998).

3 Het GBP moest gelden voor een twintigtal jaren (Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 37).

4 Voor meer informatie over de staat van de GemOP’s voor het gelden van de ordonnantie van 18 juli 2002, zie M. CASSIERS en S. GILLIJNS, « De Gemeentelijke ontwikkelingsplannen », in Nieuwsbrief, 2002/4, pp. 12 t.e.m. 15.

5 Memorie van toelichting, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/1, p. 2.

6 Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 37.

7 Een nieuwe bepaling voorziet nochtans dat de Regering kan besluiten een BBP te wijzigen wanneer die wijziging gepland is door het GemOP. (artikel 61 van de ordonnantie, zoals gewijzigd door artikel 26 van de ordonnantie van 18 juli 2002).

8 Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 36.


9 De artikels 10 en 13 van de ordonnantie van 18 juli 2002 wijzigen de artikels 35 en 42 van de ordonnantie zo, dat de termijn waarbinnen de gemeenteraad haar GemOP moet goedkeuren voortaan gepreciseerd staat in artikel 42 van de organieke ordonnantie..

10 Volgens sommigen zou de tijdrovende procedure voor het opstellen van de GemOp’s niet het gevolg zijn van het basisdossier, maar van de eisen die het gewestbestuur stelt: « Het gewestbestuur vraagt steeds meer details. .In Schaarbeek bijvoorbeeld moet men de toestand van alle trottoirs kennen en voor ieder jaar een overzicht geven van de trottoirs die hersteld zullen worden. De gemeenten zijn ontmoedigd geraakt. Beter doordachte vereisten binnen iedere fase zouden tot meer vooruitgang leiden.» (Interventie van B. CLERFAYT tijdens de Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 24). Er moet eveneens worden benadrukt dat de achterstand die de gemeenten oplopen in de uitwerking van hun GemOp’s ook haar oorsprong vindt in de lange duur van het uitwerkingsproces van het GBP (vier jaar) en het IRIS-plan (Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 34).

11 Een besluit aangevuld met een circulaire die hierover uitleg verschaft zou binnenkort de minimuminhoud van de ontwerpen van GemOp’s en de nadere regels voor de presentatie ervan moeten bepalen (Algemene bespreking, Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 35).

12 Zie artikels 42 tot 44 van de ordonnantie, zoals gewijzigd door de artikels 13 tot 15 van de ordonnantie van 18 juli 2002.

13 Algemene bespreking, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/2, p. 35.

14 Artikels 2, 3, 6, 1°, 8 tot 20, 22 tot 28, 30, 38, 39 en55 van de ordonnantie van 18 juli 2002 zijn echter niet van toepassing op de GemOP’s waarvan het basisdossier werd goedgekeurd voor 7 augustus 2002, dag waarop de ordonnantie van 18 juli 2002 in werking trad (artikel 74, § 2, van de ordonnantie van 18 juli 2002).

15 Commentaar bij de artikelen, Parl. Doc. Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewone zitting 2001/2002, A-284/1, p. 32.

« Terug

Auteur(s)

Françoise LAMBOTTE
Laatste update
04-12-2002
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links