Nieuwe GSV maakt komaf met de rechtsonzekerheid

De GSV van 3 juni 1999 is dood. Leve de GSV van 11 april 2003! Flash-back en toelichting.


Opgelet : het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 11 april 2003 werd vervangd door het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21.11.2006 tot goedkeuring van de Titels I tot VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening [GSV], van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

I. Achteruitblik


Met het besluit van 3 juni 1999 heeft de Regering de Titels I t/m VII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) goedgekeurd. Sinds de inwerkingtreding van die beschikkingen op 1 januari 2000 [1], vormt de GSV een van de voornaamste instrumenten van het stedenbouwkundig beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Naast de territoriale planning, die door het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) ten uitvoer wordt gelegd, bepaalt het immers alle regels aangaande stedenbouw in het Gewest. De criteria "gezondheid", "stevigheid", "bewoonbaarheid" en "veiligheid" die het definieert, zijn essentieel om de doelstellingen van de ordonnantie houdende planning en stedenbouw (OPS) te verzekeren.

Artikel 2 van het besluit van 3 juni 1999 preciseerde dat de gemeenteraden de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen binnen de drie jaar na de inwerkingtreding moesten aanpassen aan de beschikkingen van de GSV. Het ging echter niet om een dwingende termijn [2]. Tot nog toe is bijgevolg nog geen enkele gemeente aan die zware opgave begonnen. In afwachting werden de niet-conforme gemeentelijke beschikkingen beschouwd als stilzwijgend opgeheven.[3]

II. Het probleem


Alles had goed kunnen verlopen als de maatschappij Rossel Outdoor geen vordering tot nietigverklaring bij de Raad van State had ingediend tegen een van artikel van Titel VI "Reclame en uithangborden" van het besluit van 3 juni 1999. Toen is gebleken dat deze beschikkingen geannuleerd moesten worden wegens een reden die toegepast kon worden op de hele GSV. In zijn besluit nr. 101.557 van 6 december 2001 heeft de Raad van State de betwiste bepalingen immers nietig verklaard omdat "het ontwerp dat het besluit van 3 juni 1999 geworden is, niet opnieuw voor advies aan de afdeling wetgeving van de Raad van State voorgelegd werd, na volledige vervulling van de voorafgaande formaliteiten" [4].

Uit deze rechtspraak volgt dat iedere beslissing die op de GSV gebaseerd is, door de Raad van State gesanctioneerd kan worden. Die rechtsonzekerheid versterkt nog omdat de administratieve overheden (met inbegrip van de gemeentelijke overheden) zich niet op die onwettigheid mogen beroepen om te weigeren de GSV toe te passen [5]. Zo komen we tot de absurde situatie dat de gemeenten en het Gewest verplicht zijn de GSV toe te passen, terwijl die toepassing door eender welke burger betwist kan worden voor alle gerechtshoven van het land.

Bij die onzekerheid komt nog het ontbreken van voorspelbaarheid voor derden. Zoals iedere andere betrokkene kan de vergunningaanvrager niet weten of de administratie de GSV gaat toepassen of de voorkeur zal geven aan het criterium van de goede ordening. Hij kan niet weten of hij in voorkomend geval aanvragen om afwijkingen moet indienen en nog minder volgens welke criteria zijn dossier behandeld zal worden.

De bescherming van de inwoners van het Gewest door de normen van de GSV inzake stevigheid, veiligheid, gezondheid of bewoonbaarheid van de woningen, verzwakt nog door de mogelijkheid om op ieder moment de onwettigheid van de vergunningen in te roepen.

III. De oplossing


Om komaf te maken met dat gebrek aan rechtszekerheid wijzigt een ordonnantie van 13 maart 2003 artikel 207 van de OPS: de Regering is voortaan gemachtigd om de op 3 juni 1999 goedgekeurde GSV onmiddellijk en identiek goed te keuren, zonder een nieuw openbaar onderzoek te moeten verrichten. De nieuwe beschikking stipuleert bovendien dat die GSV zal ophouden gevolg te hebben op het ogenblik van de goedkeuring van een nieuw GSV volgens de onder artikel 165 voorziene modaliteiten en uiterlijk binnen de drie jaar na de inwerkingtreding van deze ordonnantie.

Bij toepassing van die beschikkingen heeft de Regering zopas dringend de GSV opnieuw goedgekeurd. Het besluit van 11 april 2003 is in werking getreden op 15 mei 2003, de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Het heft het besluit van 3 juni 1999 op en vervangt het identiek en zonder terugwerkende kracht, zodat de gemeenten opnieuw over een termijn van drie jaar beschikken om hun gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen aan de bepalingen van de gewestelijke verordening aan te passen.

Binnen de drie jaar zal bovendien een openbaar onderzoek verricht worden en zal er volgens de gebruikelijke procedure een nieuw ontwerp van GSV opgesteld worden.

IV. Kritiek


Hoewel de GSV nu zonder betwisting van toepassing is [6] verandert de door de Regering gekozen oplossing om komaf te maken met de rechtsonzekerheid veroorzaakt door voorvermeld arrest van de Raad van State, niets aan het verleden. Van 1 januari 2001 [7] tot 15 mei 2003 [8], blijft het probleem bestaan. Alle beslissingen die in die periode op basis van de GSV genomen worden, blijven vatbaar voor sancties.

Zoals de Staatssecretaris belast met Ruimtelijke Ordening onderstreepte: "Ik heb voor een tijdelijke oplossing gekozen, waarschijnlijk de enige mogelijke pragmatische oplossing die mogelijk was"[9].



Wat is de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening?


Het recht i.v.m. stedenbouw in Brussel berust op verschillende pijlers: de plannen voor ruimtelijke ordening (GewOP, GBP, GemOP, BBP), de gemeentelijke en gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen (GSV) en de vergunningen (attesten en bouw- en verkavelingsvergunningen).

De GSV is van toepassing op heel het gewestelijk grondgebied. Ze omvat alle regelgevingen op het vlak van stedenbouw. De normen die erin vervat zijn, gaan boven die van de gemeentelijke verordeningen. Ze hebben de meeste bepalingen van de algemene bouwverordening van de Brusselse agglomeratievan 1975 opgeheven en vervangen [10].

De GSV is vergelijkbaar met een "memento van goede gebruiken op het vlak van architectuur" en vaardigt tal van regels uit die nageleefd dienen te worden voor de vestiging en het bouwprofiel van gebouwen, de bewoonbaarheid van de woningen, bouwplaatsen, de toegankelijkheid van gebouwen door mindervaliden, warmte-isolatie van gebouwen, reclame, uithangborden en wegen.



Nota

1 Uitgezonderd de Titel betreffende de werken, die sinds 1 juli 1999 van toepassing is.

2 Wat wil zeggen dat de overschrijding geen bijzonder gevolg met zich meebrengt.

3 Krachtens artikel 171 van de OPS, dat stipuleert dat als de beschikkingen niet expliciet opgeheven zijn, ze minstens impliciet opgeheven zijn.

4 De Regering was van oordeel dat het advies van de Raad van State van 26 mei 1999 volstond.

5 De Raad van State heeft er immers meermaals op gewezen dat artikel 159 van de Grondwet, op basis waarvan de rechtsprekende overheden de toepassing van een onwettig reglement kunnen weigeren, niet door de administratieve overheden mag worden ingeroepen (R.v.S. nr. 65.974 van 22 april 1997, nr. 71.040 van 22 januari 1998 en nr. 74.131 van 2 juli 1998).

6 De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft in ieder geval geen bezwaar gemaakt bij het gebruikte procédé…

7 Datum van de inwerkingtreding van de meeste beschikkingen van de GSV van 3 juni 1999 (cf. supra).

8 Datum van de inwerkingtreding van de GSV van 11 april 2003 (cf. supra).

9 Brusselse Hoofdstedelijke Raad, Beknopt verslag (2002-2003), nr. 20, plenaire zitting van 21 februari 2003, blz. 6.

10 Met de notabele uitzondering van Titel XIII betreffende de preventiemaatregelen tegen brand.

« Terug

Auteur(s)

Françoise LAMBOTTE
Laatste update
04-06-2003
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links