Gedaan met radioactieve bliksemafleiders!

Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken voert het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) momenteel een campagne ter bespoediging van het opsporen, afbreken en inzamelen van illegale radioactieve bliksemafleiders. In een omzendbrief van de zomer 2003 werd de medewerking van de burgemeesters gevraagd. Reden voor ons om even te kijken naar de gemeentelijke bevoegdheid op dat vlak.


I. Wat de wet stipuleert


Tot het midden van de jaren '80 waren bliksemafleiders met een of meer radioactieve onderdelen in de handel verkrijgbaar. Het aantal van die toestellen in België wordt op enkele miljoenen geschat. Meestal staan ze op flatgebouwen of andere hoge constructies zoals kerktorens en antennemasten.

Artikel 64.1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen [1] verbiedt voortaan het gebruik van bliksemafleiders die radioactieve onderdelen bevatten. Er is slechts één uitzondering, namelijk die toestellen waarvoor de vergunning vóór 27 oktober 1985 werd afgeleverd en die regelmatig door een erkend organisme gecontroleerd werden. Het verbod is ingevoerd omdat bleek dat de toevoeging van radioactieve elementen op een bliksemafleider niet doeltreffend is.

De plaatsing van een nieuwe radioactieve bliksemafleider is dus verboden sinds 1985. De verwijdering van bestaande toestellen is verplicht, tenzij de eigenaar zich kan beroepen op een vergunning van de bestendige deputatie van de provincie en op een recent attest van de goede staat van het toestel afgeleverd door een erkend controleorganisme.

II. In de praktijk


Radioactieve bliksemafleiders zijn makkelijk te herkennen. Op de website van het FANC staat een fotogalerij met illustraties van de meest voorkomende modellen.

De verwijdering van een radioactieve bliksemafleider en de behandeling en het vervoer van de radioactieve onderdelen moeten in principe door een gespecialiseerd bedrijf gebeuren dat de veiligheidscriteria van het FANC [2] naleeft. Dat bedrijf staat in voor de opslag van het toestel in een daartoe voorziene ruimte in afwachting van de definitieve opruiming.

Toch kan het gebeuren dat de gemeente om veiligheidsredenen of met het oog op de volksgezondheid dringend moet ingrijpen en zelf overgaat tot de verwijdering van een bouwvallige bliksemafleider die bijvoorbeeld dreigt op de openbare weg neer te storten. Behalve bij uiterste dringendheid dient de gemeente vooraf het advies van het FANC in te winnen en, naar gelang het geval, de personeelsleden van het FANC in te lichten die belast zijn met het toezicht, de geneesheren van de Administratie van de Arbeidshygiëne en –geneeskunde en de Algemene Directie van de Civiele Bescherming. In geval van noodzaak kan de burgemeester ook de evacuatie van het personeel en van het publiek bevelen of de ontruiming van de buurt [3].

De radioactieve onderdelen van de bliksemafleider dienen – wat er ook van zij – aangegeven te worden als radioactief afval dat definitief vernietigd moet worden bij de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS). Die openbare instelling zorgt dan voor de afvoering van het afval naar een centrum dat gekozen wordt naar gelang van het type radioactieve stof.
Opgelet!
Radioactief afval is geen huishoudelijk afval, noch afbraakafval, noch klein chemisch afval. Enkel de opruiming door de NIRAS is toegelaten!

III. Wat kan de gemeente doen?


Buiten de reeds vermelde dringende gevallen kunnen de gemeenten bijdragen tot het welslagen van de campagne van het FANC door stelselmatig na te gaan of er radioactieve bliksemafleiders staan op gemeentegebouwen (gemeentehuis, scholen, OCMW, sportinfrastructuur, …). Als eigenaar of exploitant van die gebouwen dienen ze de afgekeurde bliksemafleiders te doen verwijderen door een gespecialiseerd bedrijf uit de lijst van het FANC.

Een andere vraag is of de gemeenten – zoals het FANC hen opdraagt – alle radioactieve bliksemafleiders op hun grondgebied moeten opsporen en de naam en adres van de eigenaar of exploitant van die gebouwen meedelen.

Hoewel artikel 79.2 van bovenvermeld KB van 20 juli 2001 als volgt luidt: "de burgemeesters laten de niet vergunde inrichtingen sluiten of treffen de gepaste maatregelen, het advies van het Agentschap volgend" en zij op dezelfde wijze handelen wanneer een bevoegde persoon hun een toestand meldt die de gezondheid of de veiligheid van de werknemers of van de bevolking in gevaar zou brengen", verplicht geen enkele beschikking de gemeenten om niet-vergunde bliksemafleiders te gaan opsporen. Die taak is voor het FANC weggelegd.

Het FANC beroept zich in deze materie op artikel 72bis van het koninklijk besluit van 20 juli 2001. Dit artikel is van toepassing op de « interventies bij langdurige blootstelling ten gevolge van de nawerkingen van een radiologische noodsituatie of van een uitoefening van een handeling of van een vroegere of oude beroepsactiviteit». Indien het besluit wordt genomen tot een dergelijke interventie, biedt het artikel 72bis de mogelijkheid om de toepassing ervan te coördineren « in overleg met de betrokken beleidsinstanties ». Volgens het FANC moeten de gemeenten die de aanwezigheid van illegale bliksemafleiders op hun grondgebied willen melden verwijzen naar dit artikel en het hiervoor vermelde artikel 79.2 [4].

Wat de wettelijke grond betreft voor de communicatie van de gemeente van namen en adressen van eigenaars van illegale bliksemafleiders. Deze zou gevonden kunnen worden, volgens het FANC, in het artikel 6 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister.

Nuttige adressen


FANC
Ravensteinstraat 36 - 1000 Brussel
Tel. 02 289 21 11
Contactpersoon: E. Goes
Zie het dossier over de radiosactieve bliksemafleiders op hun website

ONDRAF
Kunstlaan 14 - 1200 Brussel
Tel. 02 212 10 67
Contactpersoon: H. Van Ackerbroeck

Gespecialiseerde ondernemingen voor de verwijdering


L’Aigrette (nv)
Ruisbroeksesteenweg 107 - 1600 Sint-Pieters-Leeuw
Tel. 02 331 10 88
Contactpersoon: J. Van Droogenbroek

Gérard Dekoninck (nv)
Chaussée de Dinant 42, 5537 Anhee-sur-Meuse
Tel. 082 61 31 09
Contactpersoon: G. Dekoninck

Heleblitz (bvba)
Visserstraat 87 - 8340 Moerkerke-Damme
Tel. 050 50 02 14
Contactpersoon: H. Theys

VeBo Electroadvies (bvba)
Hannekensstraat 45 - 3130 Betekom
Tel. 016 47 10 44
Contactpersoon: E. Verbeeck


Nota


1. Deze beschikking bestaat sinds de inwerkingtreding, op 26.10.1985, van het artikel 3 van het koninklijk besluit van 21.08.1985 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28.02.1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van de ioniserende stralingen (BS 16.10.1985). Men verwijst momenteel naar het artikel 64.1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen (BS 30.08.2001).

2. In het Belgisch Staatsblad van 13.05.2003 vindt u de veiligheidsvoorschriften die het FANC oplegt en ook de adresgegevens van de geselecteerde bedrijven.

3. Artikel 79.1 van bovenvermeld KB van 20.07.2001. Het is dat artikel, en niet artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet, dat de juridische grondslag voor het gemeentelijk optreden vormt.

4. Deze ruime interpretatie van het koninklijk besluit van 20.07.2001 zou bekritiseerd kunnen worden ten aanzien van de wet van 15.04.1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (BS 29.07.1994), die uitdrukkelijk iedere gemeentelijke bevoegdheid uitsluit inzake bescherming tegen ioniserende stralingen.

« Terug

Auteur(s)

Françoise LAMBOTTE
Laatste update
29-08-2003
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links