Titel VIII van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening : een nieuw instrument om de verkeersdrukte te beperken

Na heel wat verwikkelingen is de nieuwe Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening (GSV) in werking getreden op 29.12.2006 . Deze nieuwe versie bevat een belangrijke vernieuwing: er werd een titel VIII ingevoegd betreffende de parkeernormen buiten de openbare weg.


Het doel is een reglementaire basis te verschaffen voor de voorschriften die voorheen via omzendbrief opgelegd werden.

De regelgeving aangaande het aantal parkeerplaatsen vormt een belangrijk instrument voor de mobiliteit: ze maakt het mogelijk om het autoverkeer binnen de perken te houden, de zachte mobiliteit te bevorderen en zo de aantrekkingskracht van de stad te verhogen. De beschikking voor een parkeerplaats vormt immers een sterke aansporing voor het gebruik van de auto. Bovendien brengt de verkeersdrukte in de stad, samen met de algemene achteruitgang van de kwaliteit van de stadsomgeving, een exodus teweeg van mensen die op zoek zijn naar een betere leefomgeving, wat de pendeltijd naar het werk verhoogt. Met andere woorden, de leegloop van de stad draagt bij tot de verslechtering van het leven in de stad. De Regering wou die vicieuze cirkel van stadsverval doorbreken. Dat initiatief kadert in de doelstellingen van het gewestelijk ontwikkelingsplan (GewOP), die streven naar een vermindering van de CO2-uitstoot, met name dankzij een daling van het verkeer in het Brussels Gewest met 20 % tegen 2010 ten opzichte van het referentiejaar 1999 (Prioriteit nr. 9 van het GewOP  - zie www.gewop.irisnet.be).

Volgens artikel 88 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) is één van de doelstellingen van stedenbouwkundige verordeningen "de inrichting van ruimten ten behoeve van het verkeer en het parkeren van voertuigen buiten de openbare weg". Deze materie moest dus door de GSV behandeld worden. Voor de goedkeuring van Titel VIII was de materie echter geregeld door omzendbrief nr. 18 van 12 december 2002 betreffende de beperking van het aantal parkeerplaatsen. De opname ervan in de GSV geeft een reglementair karakter en dus een degelijkere juridische basis dan een gewone omzendbrief. We stippen tevens aan dat deze wijziging de rechtszekerheid hersteld heeft in de mate dat de wettigheid van omzendbrief nr. 18 betwist was; deze was immers uiteindelijk vernietigd door de Raad van State (R.v.S. nr. 164.853, 16.11.2006, UEB).


Wat staat er in de nieuwe Titel VIII?

De regering heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de tekst te vereenvoudigen om de toepassing te vergemakkelijken. De nieuwe tekst bevat tevens de regels betreffende de plaatsen voor fietsen.

De nieuwe normen zijn van toepassing op privéparkings voor wagens, die gelegen zijn buiten de openbare weg en horen bij de hoofdbestemming van een gebouw. Ze zijn enkel van toepassing op de aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen die ingediend zijn na hun inwerkingtreding. Dus niet alleen de handelingen en werken die onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning krachtens het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening of een stedenbouwkundige verordening, maar ook de handelingen en werken die omwille van hun geringe omvang vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning.

Titel VIII legt twee basisprincipes vast :

  1. Parkings worden zodanig ontworpen, gebouwd en uitgerust dat de veiligheids- en verkeerscondities van alle parking- en weggebruikers te allen tijde gewaarborgd zijn.
  2. De parkeerplaatsen zijn in principe overdekt, behalve voor de uitzonderingen volgens de voorwaarden die vastgelegd zijn in Titel I van de GSV, een bijzonder bestemmingsplan of een verkavelingsvergunning.

De verordening onderscheidt 3 categorieën gebouwen.

1. Gebouwen met meerdere woningen

Voor deze categorie gebouwen moet er minimum één parkeerplaats per woning en hoogstens twee plaatsen per woning zijn.

Deze regels zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken, of het nu gaat om een renovatie of een transformatie, een verandering van de bestemming of van het aantal woningen.

We stippen tevens aan dat de nieuwe gebouwen met meerdere woningen over een lokaal dienen te beschikken waar fietsen en kinderwagens geplaatst kunnen worden (voor meer details, zie artikel 17 van Titel II betreffende de bewoonbaarheidsnormen van de woningen).

2. Kantoren, activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen en voor hoogtechnologie

Voor deze bestemmingen stelt Titel VIII geen minimumaantal vast, maar enkel een maximum aantal plaatsen naar gelang van de zone waarin het gebouw in kwestie zich bevindt. Er zijn drie toegankelijkheidszones (A, B en C) vastgelegd op grond van de bereikbaarheid van het openbaar vervoer op wandelafstand, maar ook volgens de frequentie van de treinen, trams, metro en premetro (voor de duidelijkheid heeft het Gewest een toegankelijkheidskaart opgesteld, die online geraadpleegd kan worden):
  1. in zone A: 2 plaatsen voor de eerste schijf van 250 m² en 1 plaats per bijkomende schijf van 100 m²
  2. in zone B: 1 plaats per schijf van 100 m²
  3. in zone C: 1 plaats per schijf van 60 m²

Bovendien bevat ieder nieuw gebouwd of heropgebouwd gebouw minstens één parkeerplaats voor fietsen per 200 m² vloeroppervlakte, met een minimum van twee parkeerplaatsen voor fietsen per gebouw.

3. Ambachts- en nijverheidsactiviteiten, handelszaken, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten en hotelinrichtingen, …

Voor deze activiteiten wordt het aantal parkeerplaatsen bepaald op basis van een gemotiveerd voorstel van de aanvrager. De motivering heeft met name betrekking op de kenmerken van het parkeren langs de weg, de bereikbaarheid van het goed met het openbaar vervoer, het soort activiteiten, de kenmerken van de onderneming en, desgevallend, het mobiliteitsprofiel van de bezoekers of van de klanten.
Bij bouw of heropbouw wordt het aantal parkeerplaatsen voor fietsen vastgelegd op basis van een gemotiveerd voorstel van de aanvrager, met een minimum van twee parkeerplaatsen voor fietsen per gebouw.

Naar gelang van het type gebouw legt de verordening bovendien de inrichting op van een leveringsplaats buiten de weg die toegankelijk is voor vracht- en bestelwagens.


Volledige tekst van de nieuwe GSV

Het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21.11.2006 tot goedkeuring van de Titels I tot VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, van toepassing op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BS 19.12.2006), aangevuld met commentaar en illustraties, kan geraadpleegd worden op www.gsv.irisnet.be.


Zie F. LAMBOTTE, “De feniks herrijst uit zijn as – Nieuwe GSV maakt komaf met de rechtsonzekerheid”, Nieuwsbrief-Brussel, 2003/5, blz. 18 en 19.

« Terug

Auteur(s)

Olivier EVRARD
Laatste update
07-02-2008
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links