Administratieve sancties: het Hof van Cassatie spreekt zich uit over verhoor van betrokkene

In 2005 oordeelde het Hof van Cassatie dat wanneer een wet stipuleert dat de ambtenaar die een administratieve sanctie moet opleggen, de overtreder kan verhoren, dit verhoor niet aan een andere persoon gedelegeerd kan worden. Deze beslissing zou logischerwijs ook toegepast moeten worden op de gemeentelijke administratieve sancties.


Het Belgische Hof van Cassatie heeft recent een arrest geveld dat, hoewel het niet rechtstreeks van toepassing is op de administratieve procedure voorzien in artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet, toch niet onbelangrijk is in deze materie.

De feiten betreffen de vervolging ingesteld op basis van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (de 'voetbalwet' - Inforum 145034). Ter herinnering: deze wet heeft de wetgever sterk geïnspireerd toen hij artikel 119bis heeft ingevoegd in de Nieuwe Gemeentewet door middel van de wet van 13 mei 1999 tot invoering van de gemeentelijke administratieve sancties (Inforum 152840); om deze redenen kunnen de rechtsleer en rechtspraak terzake elkaar mutatis mutandis aanvullen.


De onderzochte zaak

Artikel 25 van de voetbalwet stelt dat strafbare feiten (het gooien van voorwerpen naar of van het terrein, een stadion onrechtmatig betreden of proberen te betreden, het verstoren van het verloop van de wedstrijd door zijn gedrag, enz.) het voorwerp kunnen uitmaken van een sanctie opgelegd door een ambtenaar aangewezen door de Koning.

Artikel 26, § 1, 2 e lid, 2°, stelt dat de overtreder « de gelegenheid heeft om schriftelijk […] zijn verweermiddelen uiteen te zetten […] en dat hij het recht heeft om bij die gelegenheid de ambtenaar […] om een mondelinge verdediging van zijn zaak te verzoeken ».

In toepassing van deze wet bepaalt het koninklijk besluit van 11 maart 1999 tot vaststelling van de regels voor de administratieve procedure ingevoerd bij wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (B.S. 26 maart - Inforum 148098) in artikel 2 welke ambtenaren bedoeld worden:

  • de Directeur-generaal van de Algemene Directie Veiligheid- en Preventiebeleid, de ambtenaar of agent met een graad van minstens rang 13 of de houder van een mandaat N-2 die de Directeur-generaal vervangt: voor de belangrijkste sancties
  • iedere ambtenaar of agent van de Algemene Directie Veiligheid- en Preventiebeleid met een graad van minstens rang 10, aangesteld bij de 'voetbalcel': voor geldboetes die niet hoger liggen dan 247,89 euro

De wet en het besluit reppen met geen woord over de verhoorprocedure van de overtreder.

De praktijk is evenwel de volgende:

    1. voor feiten die als zwaar worden beschouwd, neemt de leidinggevende ambtenaar zelf het verhoor af
    2. voor andere feiten - het merendeel - nemen de andere ambtenaren het verhoor af

In alle gevallen wordt de beslissing formeel genomen door de gemachtigde ambtenaar, zelfs indien het voorbereidende werk (inclusief het verhoor) door één van zijn ondergeschikten uitgevoerd is.

De gestrafte persoon heeft recht op beroep voor de politierechtbank en beroep in cassatie (artikel 31 van de voetbalwet).

In 2000 heeft de politierechtbank van Mechelen een uitspraak [1] gedaan in een beroep aangetekend door een gesanctioneerde persoon. Deze persoon werd administratief vervolgd omwille van feiten begaan tijdens een voetbalwedstrijd, was verhoord door een ambtenaar van rang 10 en vervolgens gesanctioneerd door de Directeur-generaal. Bij het beroep voor de politierechtbank was de rechter van mening dat een dergelijke overdracht van de bevoegdheid om een overtreder te verhoren in strijd is met de wet. De wetgever heeft immers deze bevoegdheid gegeven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar « en aan niemand anders »[2]. Wij hebben geen melding ontvangen van een eventueel cassatieberoep tegen deze uitspraak. De opmerking die onder de uitspraak gepubliceerd werd, had evenwel strenge kritiek op de beslissing.

Hieronder wordt een arrest [3] besproken van november 2004, in cassatie uitgesproken tegen een uitspraak van de politierechtbank van Brugge op 21 juni 2001.

De feiten zijn in hoofdzaak dezelfde: een persoon wordt vervolgd wegens feiten gepleegd bij een voetbalwedstrijd die strafbaar zijn met een administratieve sanctie; omwille van de relatieve ernst van de inbreuken werd deze persoon verhoord door een lagere officier en vervolgens nam de gemachtigde ambtenaar de beslissing om een sanctie op te leggen. Net zoals zijn collega in Mechelen was de rechter van de politierechtbank van Brugge van mening dat deze overdracht van bevoegdheid een inbreuk vormde op artikel 26 van de voetbalwet en hij annuleerde dan ook de sanctie. Deze beslissing werd door de Belgische Staat betwist voor het Hof van Cassatie.

Het Hof veegt in enkele zeer korte paragrafen de argumenten van de eiser in cassatie (de Staat) van de tafel en spitst zich toe op de formulering van de tekst: aangezien de wet spreekt van « de » ambtenaar die kennis geeft van het starten van de procedure, die de overtreder verhoort en die de sanctie uitspreekt, wordt hieruit besloten dat deze verschillende handelingen uitgevoerd moeten worden door dezelfde natuurlijke persoon. Hiermee wordt dus een einde gesteld aan de opdeling van verhoren naar gelang van de ernst van de feiten!

Wij zijn verbouwereerd over deze redenering. Het is immers niet zeker dat de wetgever alle etappes in de procedure naar eenzelfde persoon wou toeschuiven. Bovendien stelt P. Lewalle, krachtens de algemene rechtsregels, dat het geen algemene vereiste is dat de persoon wordt verhoord door de autoriteit die de sanctie zal uitspreken. Behoudens tegengestelde bepaling kan het orgaan dat de beslissing moet nemen, deze bevoegdheid overdragen aan een college dat samengesteld is uit een beperkt aantal van zijn leden [4].

Het zij zo! Het Hof heeft een beslissing genomen en het zal moeilijk zijn om die rechtspraak om te keren …


Wat zijn de gevolgen voor de gemeenten?

Zoals hierboven reeds is uiteengezet, zijn de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden en artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet, op het vlak van de administratieve procedure, zodanig verwant dat de lessen van het arrest van het Hof van Cassatie van 19 november 2004 volgens ons eveneens van toepassing zijn op de gemeentelijke procedure. Op gemeentelijk vlak kan de overtreder eveneens vragen om zijn verdediging mondeling te voeren, en aangezien er geen specifieke wettelijke bepalingen zijn [5], is het in meerdere gemeenten gebruikelijk om het verhoor te laten afnemen door een agent met niveau 1 terwijl de beslissing genomen wordt door de gemeentesecretaris (of zijn plaatsvervanger).

Tot ongenoegen van de gemeentesecretarissen moet men evenwel vrezen dat dit systeem ooit het voorwerp zal uitmaken van een betwisting in beroep of cassatie, een betwisting die - behoudens een ommezwaai in de rechtspraak - zou moeten uitmonden in een arrest dat overeenkomt met het arrest dat hierboven is uiteengezet.

Een mogelijke piste: volgens het koninklijk besluit van 7 januari 2001 (zie voetnoot 5) kan de gemeenteraad, naast de gemeentesecretaris, een persoon aanduiden, met een universitair diploma van de tweede cyclus (of gelijkgesteld), als ambtenaar belast met het uitspreken van de sanctie. Deze ambtenaar [6] van niveau 1 kan een deel van de dossiers behandelen en zo de gemeentesecretaris ontlasten van een aantal tijdrovende taken zoals het verhoren van de overtreder, zonder dat hem een veroordeling door het Hof van Cassatie boven het hoofd hangt.


Nota

1. Politie Mechelen, 28 juli 2000, in Rechtskundig Weekblad, 2001-2002, 20, pag. 710712 + nota C. Idomon.
2. Politie Mechelen, 28 juli 2000, loc. cit., blz. 711.
3. Arrest C.02.0182.N van 19 november 2004, Belgische Staat vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken tegen Z. X., in Nieuw Juridisch Weekblad, 2005, 106, blz. 405.
4. P. LEWALLE, « Contentieux administratif », Rechtsfaculteit Luik, 1997, blz. 126.
5. Noch in de Nieuwe Gemeentewet zelf, noch in het koninklijk besluit van 7 januari 2001 tot vaststelling van de procedure tot aanwijzing van de ambtenaar en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet van 13 mei 1999 met betrekking tot de administratieve sancties in de gemeenten.
6. Of "Deze ambtenaren", aangezien volgens ons niets verhindert dat de raad er meerdere benoemt.


« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT
Laatste update
15-06-2005
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links