De avatar van de veiligheidscontracten

De dienst "buurtjustitie" kadert in de veiligheidscontracten waar de Brusselse gemeenten gebruik van maken. Die gecontractualiseerde aanpak van preventie werd in het leven geroepen in 1992 en is in de loop der jaren sterk ontwikkeld, waarbij een aantal nieuwe concepten gecreëerd werden. Wij komen hier terug op de grote etappes in de evolutie.


AVATAR? Als we er het woordenboek op naslaan, zien we dat de drie definities van de term op de veiligheidscontracten van toepassing zijn: net als de vleeswording van de hindoe-god Visjnoe in verschillende vormen die "avatar" genoemd werden, hebben de veiligheids(- en preventie)contracten in de loop der jaren verschillende toepassingen teweeggebracht; vervolgens heeft avatar de betekenis gekregen van transformatie, zoals die van het veiligheidscontract, dat herdoopt werd in "veiligheids- en samenlevingscontract" alvorens te veranderen in "veiligheids- en preventiecontract"; tot slot, in de bekritiseerde betekenis van wederwaardigheid, heeft het betrekking op de lotgevallen van een contract dat vaak herwerkt wordt en soms overhaast afgesloten.

Als we alle betrokkenen bij het preventiebeleid die min of meer met de veiligheidscontracten te maken hebben, willen opsommen, zitten we snel met een schijnbaar onontwarbaar kluwen: de preventieraad, de gesubsidieerde contractuelen (Gesco's), de stadswachten, het bureau voor slachtofferbejegening, de juridische dienst voor eerstelijnsbijstand, de begeleidingsdienst voor alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de preventieambtenaar, de interne evaluator, de technische-preventie-adviseur, de coördinatie drugverslaving, de gemeentelijke [sociale] ombudsman, de schoolbemiddelaar, de parkwachters, de straatwerkers, de overlegassistenten, en noem maar op (dat alles zonder rekening te houden met de gevolgen op lokaal niveau (positieve of negatieve, daar gaat het niet om) van de politiehervorming).

Het onderscheid tussen al die actoren, hun respectieve rol, interactie en samenwerking is niet eenvoudig.

Om te trachten duidelijker te zien stellen we hier een chronologie op van de eerste jaren van de veiligheidscontracten, de periode waarin alle concepten die we opgesomd hebben, in de praktijk omgezet werden.

In de achteruitkijkspiegel

  •  12 november 1990: ministeriële omzendbrief houdende oproep tot de geïnteresseerde gemeenten om voorstellen in te dienen voor gesubsidieerde projecten, voor preventie van de criminaliteit op lokaal niveau (…). 27 testprojecten voor de preventie van misdaad worden geselecteerd en leiden tot de aanwerving van gesubsidieerde contractuelen.


  •  23 mei 1991: als reactie op de rellen van die maand beslist de executieve van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 8 gemeentelijke ombudsmannen ter beschikking te stellen [1]. Die worden vanaf 1992 opgenomen in het onderdeel preventie van de veiligheidscontracten [2].


  •  Diezelfde gemeenten krijgen overlegassistenten, aanvankelijk met het oog op de verbetering van de betrekkingen tussen de allochtone bevolking en de politie. Het initiatief kwam dit keer van de federale regering. Zij worden vrij snel opgenomen in het onderdeel preventie van de veiligheidscontracten.


  •  Augustus 1991: oprichting van het impulsfonds voor het immigratiebeleid voor de financiering van de projecten in het kader van het beleid voor jongeren van vreemde nationaliteit of origine. De projecten berusten niet op de gemeenten maar op "prioritaire actiezones" en kunnen betrekking hebben op de openbare ruimte, inwijding in het burgerschap, huisvesting en sensibilisering van de betrokkenen. In 1993 komt er een onderdeel "veiligheid en preventie van drugverslaving" bij.


  •  Na de verkiezingen van november 1991 komt de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten met het voorstel om het preventiebeleid in contracten te gieten. Dat concept, de voorloper van de veiligheidscontracten, komt in de nota van de informateur en leidt tot de volgende fase …


  •  … 19 juni 1992: geboorte van de veiligheidscontracten met de goedkeuring door de Belgische regering van de beleidsnota "Veiligheid van de burger: politie en veiligheid". De lokale aanpak leidt tot de oprichting van een preventieraad en de aanwerving van een preventieambtenaar. De contracten worden afgesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de gemeenten, en omvatten een onderdeel politie en een onderdeel preventie (of een sociaal deel). De financiële inbreng van het Gewest wordt met de federale bijdrage in een gezamenlijke pot gestort. In Brussel verplichten de contracten de gemeenten om de overlegambtenaren te behouden.


  •  September 1992: 8 van de 12 eerste veiligheidscontracten zijn Brussels: Anderlecht, Brussel-Stad, Elsene, Schaarbeek, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node en Vorst.


  •  1994: Koekelberg en Etterbeek ondertekenen een veiligheidscontract.


  •  De omzendbrief van augustus 1994 [3] stelt nieuwe doelstellingen voor betreffende bij voorbeeld de begeleiding van de alternatieve strafrechtelijke maatregelen of de preventie en de opvang inzake drugverslaving, gefinancierd door het ministerie van Justitie en dat van Binnenlandse Zaken.


  •  Nog in 1994 worden aan de veiligheidscontracten de maatregelen tegen schoolverzuim toegevoegd, gefinancierd door het ministerie van Binnenlandse Zaken voor het onderdeel politie en door het Brussels Gewest voor het onderdeel preventie. De functie van schoolbemiddelaar wordt in het leven geroepen. Die initiatieven werden echter reeds genomen in 1993; toen werden ze gefinancierd door het impulsfonds immigratiebeleid.


  •  1995: de veiligheids- en preventiewerkers worden aan het arsenaal van de veiligheidscontracten toegevoegd [4]. het doel is het subjectief onveiligheidsgevoel weg te werken door initiatieven te nemen die bijdragen tot het welzijn van de inwoners.


  •  1996: het ministerie van Binnenlandse Zaken vraagt de gemeenten de toepassing van hun contract aan een interne evaluatie te onderwerpen.


  •  In 1996 worden de contracten omgedoopt tot "contracten voor veiligheid en samenleving" en wordt bij sommige een onderdeel "stadsvernieuwing" toegevoegd met vijf krachtlijnen: de strijd tegen de armoede, de verbetering van het stedelijk milieu en de levensomstandigheden in de buurten, een versterkte aanwezigheid van de politie, een geïntegreerde sociale ontwikkeling en tot slot de oprichting van justitie-antennes.


  •  In 1998 wordt het onderdeel "professioneel doorstromingscontract" toegevoegd.


  •  Eind 2001 wordt het mechanisme voor de selectie van de steden en de verdeling van de budgetten herzien. Voortaan worden de contracten voor twee jaar afgesloten. Naar aanleiding van de politiehervorming wordt het onderdeel politie uit de veiligheids- en samenlevingscontracten gehaald, die "veiligheids- en preventiecontracten" worden en dus enkel het onderdeel preventie behouden.


  •  Voor de periode 2002-2003 hebben niet minder dan 73 Belgische steden en gemeenten een veiligheids- en preventiecontract.

Het thema is complex om verschillende redenen.
  1. Primo is het begrip contract zelf in de loop der tijd geëvolueerd.
  2. Secundo zijn er verschillende machtsniveaus bij betrokken (federaal, regionaal en lokaal).
  3. Tertio laten de teksten soms een interpretatieruimte.
  4. Quarto werd het contract op een moment rond twee assen gestructureerd: preventief en repressief.
  5. En tot slot komen de contracten niet ex nihilo op gemeentelijk niveau, maar kaderen ze – naast het strikt veiligheidsdomein – in het sociaal beleid, welzijn, diensten, relatie burger/instellingen.
De problematiek wordt dus door een hele reeks dimensies doorkruist.

Het onderdeel preventie wordt opgedeeld in de preventie van misdaad (o.a. technische preventie of drugverslaving) en die in verband met de kwaliteit van het sociaal leven, die de sociale banden wil aanhalen en een ontbrekende dialoog herstellen (sociaal bemiddelaar, strijd tegen schoolverzuim, straathoekwerkers, …).

Om te lezen

- Philippe MARY, Dix ans de contrats de sécurité. Évaluation et actualité, Bruylant, Bruxelles, 2003, 368 p., ISBN 2-8027-1764-2
- Cédric STREBELLE, Les contrats de sécurité. Évaluation des politiques de prévention en Belgique, Bruylant, Bruxelles, 2002, 253 p., ISBN 2-8027-1614-X




1. De beslissing van 23 mei wordt geconcretiseerd in de omzendbrief van 11 juni 1991 betreffende maatregelen ter verbetering van het veiligheidsklimaat en de sociale omkadering in bepaalde gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

2. Via de ministeriële omzendbrief van 14 december 1992 betreffende de veiligheidscontracten afgesloten tussen de Staat, het Gewest en 8 Brusselse gemeenten.

3. Omzendbrief van 17 augustus 1994 betreffende de aanwerving van personeel voor de criminaliteitspreventie de opvang inzake drugverslaving binnen het globaal plan voor tewerkstelling, competitiviteit en sociale zekerheid, B.S. 16.9.1994. Zie ook KB van 12.8.1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de gemeenten financiële hulp kunnen genieten voor de aanwerving van bijkomend burgerpersoneel belast met de begeleiding van alternatieve strafrechtelijke maatregelen, de criminaliteitspreventie en de opvang inzake drugverslaving, B.S. 16.9.1994.

4. Omzendbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid i.v.m. de s

« Terug

Auteur(s)

Philippe DELVAUX
Laatste update
25-01-2008
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links