Rolverdeling tussen gemeente, politiezone en andere actoren die betrokken zijn bij de verwijdering en de hoede over dieren die op de openbare weg aangetroffen worden

De maatregelen die genomen moeten worden als er dieren op de openbare weg lopen, zijn verdeeld onder de politiezone, de gemeentelijke overheid en de erkende opvangplaatsen voor dieren. De kosten variëren ook naar gelang van de aard van de maatregel die toegepast wordt.


Vaak stellen de gemeenten ons vragen over de verdeling van de rollen tussen de gemeente, de politiezone en in voorkomend geval een andere betrokken partij, met betrekking tot de verwijdering van en de hoede over dieren die op de openbare weg aangetroffen worden. En dergelijke vragen zullen nog vaak gesteld worden, aangezien de regelgeving onvolledig is. Daarom vinden wij het nuttig een overzicht te maken van de elementen waarmee rekening moet worden gehouden om dit kluwen te ontwarren.

Een beetje geschiedenis. Tot 1998 omvatte de Nieuwe Gemeentewet een artikel 223bis dat de gemeente de mogelijkheid bood een reglement aan te nemen dat een retributie vaststelde voor bijzondere opdrachten van bestuurlijke politie die voor particulieren uitgevoerd worden. De uitoefening van die bevoegdheid moest echter door de Koning geregeld worden via een in Ministerraad overlegd besluit. Dat is inmiddels gebeurd, met de goedkeuring van het KB van 14 september 1997 tot vaststelling van de nadere regels betreffende de door de gemeentepolitie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie waarvoor een vergoeding kan worden geïnd.

Bij de politiehervorming en de opheffing van de gemeentepolitie werd dat artikel 223bis logischerwijs opgeheven. Een sterk vergelijkbare beschikking staat nu in artikel 90 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus (WGP):
" De gemeenteraad of de politieraad kan een reglement vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie.
De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden en de nadere regels van deze inning.
"

De gemeenteraad kan die bevoegdheid uiteraard enkel uitvoeren als de politiezone een eengemeentezone is.

Maar zeven jaar na de bekendmaking van de wet is het nog steeds wachten op het KB. Toen de minister van Binnenlandse Zaken daaromtrent geïnterpelleerd werd, wees hij erop dat in afwachting mutatis mutandis het KB van 14 september 1997 [1] diende te worden toegepast. Maar naast het feit dat de wettelijkheid van die aanpak niet zeker is, heeft het KB een vrij beperkt object en voorziet het in zijn toepassingsgevallen niet in de verwijdering van en bewaking van rondzwervende dieren [2]. Het is dus van geen enkel nut in deze gevallen.

Onderhavige analyse heeft dus maar een voorlopige geldigheid … een voorlopigheid die maar blijft duren.

Bovendien moeten wij een onderscheid maken tussen de verwijdering en de bewaking van rondzwervende en niet-begeleide dieren, en de verwijdering van dode dieren. Dierenkadavers zijn immers afval in de zin van de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, en de manieren om ze te verwijderen en te vernietigen worden behandeld in een specifieke regelgeving [3].

Na deze overdenkingen roept de analyse van de materie verschillende vragen op.


Wat zijn de respectieve bevoegdheden van de gemeenten en politiezones terzake?

De bevoegdheden van gemeenten en politie vinden hun basis in drie wetten: de Nieuwe Gemeentewet (NGW), de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren en de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

Artikel 135, § 2, 2 e lid, NGW luidt als volgt: "[D]e volgende zaken van politie [worden] aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: (…) 6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven".

De gemeente moet dus de gepaste maatregelen nemen om het rondzwerven van dieren te verhinderen, hetzij algemene maatregelen (een politieverordening die de eigenaar bestraft die zijn dier op de openbare weg laat rondzwerven, …) of bijzondere maatregelen (een besluit van de burgemeester dat een eigenaar gebiedt zijn dieren in een afgesloten ruimte te zetten, …).

Bovendien heeft de gemeente als handhaver van de openbare orde een algemene verantwoordelijkheid ten aanzien van rondzwervende dieren, wat betekent dat zij behoudens lex specialis de nodige maatregelen moet nemen om het rondzwerven van dieren te voorkomen of te stoppen en daar de kosten van moet dragen.

Artikel 24 van de wet op het politieambt stipuleert: "De politiediensten nemen ten aanzien van de gevaarlijke of verlaten dieren alle nodige beveiligingsmaatregelen om een einde te maken aan hun rondzwerven." Die beveiligingsmaatregelen vallen in twee groepen uiteen: de plaatsing in een dierenasiel of, in geval van overmacht of noodzaak, de doding [4].

Deze bepaling kent de politie de materiële opdracht toe om een einde te maken aan het rondzwerven, maar geeft de zone geen enkele regelgevende noch retributieve macht.

Artikel 9, § 1, 3 e lid, van de wet van 14 augustus 1986 luidt als volgt: "Het gemeentebestuur kan een dierenasiel aanwijzen, waaraan de dieren rechtstreeks kunnen worden toevertrouwd door hen die ze hebben opgevangen. Aan de in het eerste lid gestelde verplichting is voldaan wanneer het dier aan een door het gemeentebestuur aangewezen dierenasiel wordt toevertrouwd."

Datzelfde artikel, § 2, 4 e lid, preciseert: "De eigenaar van een zwervend, verloren of achtergelaten dier is vergoeding verschuldigd voor de opname, de verzorgings- en de hoedekosten ongeacht of de eigenaar het dier al of niet terugeist. De kosten worden teruggevorderd door het dierenasiel bedoeld in artikel 9, § 1, derde lid. Als het dier door de gemeente geplaatst werd bij een persoon, in een dierentuin of een ander asiel dan dat of die bedoeld in artikel 9, § 1, derde lid, dan zullen de kosten voor hun rekening worden teruggevorderd door het gemeentebestuur."

Deze twee beschikkingen vullen artikel 135, § 2, 2 e lid, 6°, NGW aan wat de uitvoering betreft: de gemeente moet rondzwervende dieren opvangen, maar mag de hoede aan een gespecialiseerd asiel toevertrouwen [5].


Mag men via een overheidsopdracht de verwijdering en de bewaring van rondzwervende dieren aan een privé-firma toevertrouwen?

De verwijdering van rondzwervende dieren is een politieopdracht die wettelijk aan de politiediensten toevertrouwd is. Het lijkt ons dus uitgesloten die taak aan een privé-onderneming toe te vertrouwen. Bovendien moeten de politiediensten, zoals hierboven gepreciseerd, alle nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan het rondzwerven, wat in bepaalde geval het doden van het dier kan inhouden. Het zou moeilijk zijn die beslissings- en uitvoeringsbevoegdheid aan een privé-onderneming toe te vertrouwen.

Wat de hoede over dieren betreft, staan de zaken echter anders. De hoede over dieren is immers geen politieopdracht (de gemeente moet gewoon "hinderlijke voorvallen verhelpen"). Bovendien biedt de wet van 14 augustus 1986 de mogelijkheid om het dier in een asiel onder te brengen.

Volgens ons is het dus raadzaam dat de gemeente een overheidsopdracht afsluit om een asiel aan te stellen dat de door de politie verwijderde dieren moet opvangen. Een dergelijke opdracht kan uiteraard afgesloten worden – en dat is zelfs aanbevelenswaardig – in naam van alle gemeenten die deel uitmaken van de politiezone.


Hoe worden de kosten verdeeld?

De kosten voor de verwijdering van het dier door de politiediensten maken deel uit van de algemene kosten die de politiediensten doen voor de uitoefening van hun opdracht. De politiezone beschikt over geen enkele wettelijke basis om die kosten bij de eigenaar van het dier terug te vorderen. Ze kan zich ook nergens op baseren om de kosten bij de gemeente terug te vorderen.

De hoedekosten daarentegen zijn voor de rekening van de eigenaar wanneer het dier in het door de gemeente aangeduid asiel ondergebracht wordt, ook al gebeurde dat op initiatief van een privé-persoon. Als het dier in een ander asiel geplaatst wordt, vraagt dit asiel de terugbetaling van de kosten aan de gemeente (aangezien het om een wettelijke taak van de gemeente gaat), die zich tegen de eigenaar van het dier kan keren (artikel 9, § 2, 4 e lid, van de wet van 14 augustus 1986).

De enige hypothese waarin de gemeente zelf de hoedekosten moet dragen, is als zij zelf het dier bijhoudt indien er geen asiel aangeduid is. Maar wij zien niet goed in dat zij geen gebruik zou maken van de mogelijkheid die artikel 9, § 1, 3 e lid, in fine, van de wet van 14 augustus 1986 biedt ("Aan de in het eerste lid gestelde verplichting is voldaan wanneer het dier aan een door het gemeentebestuur aangewezen dierenasiel wordt toevertrouwd.").

4. Kan men de niet terugvorderbare kosten ten laste van de privé-firma laten?

Als de terugbetaling door het asiel vervolgd wordt, zouden de niet terugvorderbare kosten logischerwijs voor diens rekening moeten zijn. Als de betaling van de kosten door de gemeente vervolgd wordt nadat ze het asiel vergoed heeft, is het de gemeente die de niet terugvorderbare kosten zou moeten dragen.

Dat is althans wat de wet zegt. Het lijkt ons niet contra legem om in een overeenkomst te stipuleren dat zelfs in die laatste hypothese de kosten door het asiel moeten worden gedragen.


Samengevat

Zolang het uitvoeringsbesluit van artikel 90 van de WGP niet in werking getreden is:

  • zorgen de politiediensten voor de verwijdering van het dier of nemen zij iedere andere nuttige maatregel;
  • moet de hoede over het dier verzekerd worden door de gemeente of door een asiel dat de gemeente aangeduid heeft;
  • zijn de kosten door de eigenaar verschuldigd aan de gemeente of aan het asiel.

Wanneer het uitvoeringsbesluit in werking getreden zal zijn:
  • zou er niets moeten veranderen voor de verantwoordelijkheid voor de hoede over het dier, noch voor het dragen van de kosten;
  • kan de politiezone een reglement goedkeuren dat voorziet in de terugvordering van de kosten van de verwijdering (of de andere kosten teweeggebracht bij het vervullen van de opdracht) bij de eigenaar van het dier.

Dat brengt ons opnieuw bij de vraag waarom de Koning de procedure voor de goedkeuring van het uitvoeringsbesluit onderbroken heeft. Hij heeft ons immers meermaals aangekondigd dat het er bijna was …


Nota

1.
Ministeriële omzendbrief PLP 28 van 9 november 2002 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2003 ten behoeve van de politiezone, artikel 2.7.
2. Het ontwerp van KB tot uitvoering van artikel 90 van de WGP zou daarentegen wel in dit geval voorzien. Cf. N. FRASELLE, "Garde d'animaux errants", in Mouv. Comm., 12/2003, blz. 469.
3. Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 28 november 2002 betreffende de verwijdering van dierlijk afval en betreffende de inrichtingen voor de verwerking van dierlijk afval.
4. Parl. Vraag nr. 122 van 4 februari 2000 van mevr. Claudine DRION, "Houden van gevaarlijke dieren", in Vragen en Antwoorden, Kamer, 3 april 2000, G.Z. 1999-2000, blz. 2862-2863.
5. Zij vormen dus de voorvermelde lex specialis.


« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT
Laatste update
15-10-2005
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links