Nieuwe regels inzake betalingsachterstand

De algemene aannemingsvoorwaarden werden in 2003 aangepast om het principe van de betaling binnen de 60 dagen vast te leggen (voor opdrachten voor werken) en ook om de intrestvoet van de Europese Centrale Bank toe te passen bij betalingsachterstand.


Op 21 december 2002 verscheen in het Belgisch Staatsblad een koninklijk besluit [1] tot wijziging van de Belgische regelgeving op het vlak van overheidsopdrachten, teneinde die aan te passen aan richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.

De wijzigingen in kwestie zijn aangebracht in het KB van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en diens bijlage (de algemene aannemingsvoorwaarden).

In grote lijnen [2], ging het erom :

1. in de regelgeving de regel op te nemen dat de betaling binnen een termijn van zestig dagen dient te gebeuren, zoniet beginnen de intresten te lopen.

Opgelet, deze bepalingen betreffen enkel de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken!

Voor een enige betaling of de betaling van het saldo van werken is de bepaling die stelt dat de aannemer over een termijn van negentig dagen beschikt om te betalen (art. 15, par. 1, 3°, tweede lid) opgeheven, net als het derde lid van diezelfde bepaling. De nieuwe leden ter vervanging van de opgeheven leden nemen de bepalingen in feite over, maar formuleren ze anders: voortaan beschikt de aanbestedende overheid in geval van betaling van het saldo of enige betaling over dertig dagen om de in par. 1, 2°, beoogde verificaties uit te voeren; na afloop van die dertig dagen begint de termijn van zestig dagen te lopen voor de uitvoering van de betaling. Dertig + zestig dus i.p.v. negentig.

Om te voorkomen dat het bijzonder lastenboek in langere betalingstermijnen voorziet dan die welke in artikel 15 van het algemeen lastenboek vastgelegd zijn, werd artikel 3, par. 1 en 2, van het KB gewijzigd met de volgende toevoeging: "Welke de opdracht ook moge zijn, de termijnen waarbinnen volgens artikel 15 van de algemene aannemingsvoorwaarden de betalingen worden geregeld, kunnen in geen geval door het bestek worden verlengd. Elke tegengestelde bepaling in het bestek wordt voor niet geschreven gehouden." Aangezien het bestek enkel van toepassing is op de aanneming van werken boven de 5.500 euro (BTW niet inbegrepen), geldt deze bepaling daar niet voor (artikel 3, par. 3, van het besluit).


2. de berekeningswijze van de verwijlintresten te wijzigen

Een heel nieuw artikel 15, par. 4 van het bestek wordt ingevoegd. Voortaan is de intrestvoet van de verwijlintresten die welke de Europese Centrale Bank toepast "voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie vóór de eerste kalenderdag van het semester in kwestie wanneer de betrokken transactie werd uitgevoerd door middel van een vaste-rentetender."[3] » De intrestvoet wordt vermeerderd met 7 % en afgerond tot het hogere halve procentpunt.

Er blijft een mogelijkheid tot vermindering: de aanbestedende overheid dient dan aan te tonen in het bestek of in de contractuele documenten dat er objectieve redenen zijn op basis waarvan men kan beschouwen dat de vermindering geen duidelijk misbruik vormt ten aanzien van de aannemer.

Tot slot is de verwijlintrest niet verschuldigd wanneer hij lager is dan 5 euro per betaling (i.p.v. de huidige 55 euro).

Laatste opmerking: het koninklijk besluit is in werking getreden op 8 augustus 2002 (datum waarop de richtlijn omgezet moest zijn); de opdrachten die vóór die datum afgesloten waren, blijven dus onderworpen aan de vroegere wetgevende bepalingen.


Nota

1. Koninklijk besluit van 17 december 2002 tot wijziging, wat de bestrijding van betalingsachterstand bij overheidsopdrachten en concessies voor openbare werken betreft, van het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, inforum 181.804.

2. Voor nadere inlichtingen, zie S. POURVOYEUR, « Retard de paiements: principes pour les marchés publics de travaux », in Construction, 16-29 jan. 2003, (1), blz. 12-13.

3. Als het om een variabele-rentetender gaat, is de referentie-intrestvoet de uit deze tender voortvloeiende marginale intrestvoet.


« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT
Laatste update
01-03-2003
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links