Belasting op ongeadresseerd drukwerk : een arrest dat knopen doorhakt

Volgens de Raad van State is een belasting op ongeadresseerd drukwerk geen octrooi, aangezien ze niet van toepassing is op producten maar op een dienst. Ze vormt geen schending van de vrijheid van handel en nijverheid, noch van een productnorm en schendt niet het principe "non bis in idem".


In 2003 hebben we commentaar gegeven bij een arrest van het Hof van Luik dat de toekenning van een belasting op ongeadresseerd drukwerk als een octrooi bestempelde. Wij waren verbijsterd van dat arrest en nu zijn we verheugd de materie te zien evolueren via preciseringen van de Raad van State (zie op deze website "Gedaan met de belasting op ongeadresseerd drukwerk?" en "Belasting op ongeadresseerd drukwerk : de rechtspraak maakt het er niet duidelijker op".


De afdeling administratie van de Raad van State heeft in juni dit jaar een arrest geveld dat orde op zaken moest stellen na alles wat het dossier in Luik meegemaakt heeft.

Ter herinnering: het Luikse Hof van Beroep stelde in februari 2002 dat een gemeentebelasting op ongeadresseerd drukwerk in werkelijkheid een octrooi was en dus onwettig was volgens de wet van 18 juli 1860 tot afschaffing van de gemeentelijke octrooien . De zaak werd voor het Hof van Cassatie gebracht, maar dat heeft het beroep verworpen om redenen die geen verband hielden met het debat over de aard van de belasting. Octrooi of niet? In dat opzicht bleven de zaken definitief bij het oude.

Toch had de belastingplichtige (die inmiddels een slag binnengehaald had voor de burgerlijke rechtbank) ook vernietigingsberoep tegen het belastingsreglement ingesteld bij de Raad van State. Die heeft zopas zijn arrest geveld en dat is duidelijk: Neen, in geen enkel geval kan een belasting op de verzending van ongeadresseerd reclamedrukwerk als een octrooi beschouwd worden, aangezien het niet slaat op de voedingsmiddelen of de goederen die er het voorwerp van uitmaken - en zo bovenop de prijs komt - maar een dienst vertegenwoordigd door de gratis huis-aan-huisverdeling van het drukwerk, los van het feit of het drukwerk en de kranten al dan niet gelezen worden. Het is niet het drukwerk dat belast wordt, maar de verdeling ervan in bepaalde omstandigheden.

In hetzelfde arrest beantwoordt de Raad van State ook andere vragen:

- de belasting op ongeadresseerd drukwerk vormt geen schending van de vrijheid van handel en nijverheid, vastgelegd in het decreet van Allarde, aangezien het de belastingsbevoegdheid van de gemeenten niet schaadt, voor zover zij binnen de grenzen van hun bevoegdheden blijven en er een band bestaat tussen het beoogde doel, de in aanmerking genomen uitgaven en de belasting (wat de eisers trachten vast te stellen);

- de belasting op ongeadresseerd drukwerk is geen productnorm (federale bevoegdheid); dergelijke normen zijn immers gedefinieerd als regels die de voorwaarden vastleggen waaraan een product moet voldoen, ondermeer op het vlak van de milieubescherming, om op de markt gebracht te kunnen worden (definitie van het Arbitragehof), wat hier duidelijk niet het geval is;

- de belasting op ongeadresseerd drukwerk vormt geen schending van het beginsel "non bis in idem", gezien ze bestaat naast de eco-taksen en de belasting op de afvalverwijdering; naast het feit dat deze uitspraak geen algemeen rechtsbeginsel is dat van toepassing is en dus niet in strijd is met de co-existentie van twee vergelijkbare belastingen waarvan de aanleiding verschillend is en die geheven worden door verschillende overheden, op federaal en lokaal niveau, hebben de eco-taksen, de belasting op de afvalophaling en de belasting op ongeadresseerd drukwerk noch dezelfde basis, noch hetzelfde doel.

Dit zou een einde moeten maken aan het debat.

« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT
Laatste update
23-09-2004
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links