Tijdelijke politieverordeningen: overdreven snelheid van de wetgever

Voortaan is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om tijdelijke politieverordeningen voor het wegverkeer goed te keuren, terwijl dat vroeger de gemeenteraad was. Het college kan echter geen sancties koppelen aan deze politieverordeningen.


De Kamers hebben onlangs, in bijna algemene onverschilligheid en zonder de kwestie grondig te bespreken, een wijziging van de Nieuwe Gemeentewet aangenomen: de wet van 12 januari 2006 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet wat betreft de bevoegdheid voor tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer [1]. Deze wet is niet revolutionair, maar wijzigt niettemin alle bevoegdheden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen inzake bestuurlijke politie. Deze wijziging kan ook kwalijke gevolgen hebben voor een aantal vaak voorkomende situaties …


De wettekst

De aangenomen wet is zeer kort en telt slechts twee artikelen met een materiële inhoud:

  • In de Nieuwe Gemeentewet wordt een artikel 130bis ingevoegd, luidende « Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer »
  • Het tweede artikel vult artikel 119, lid 1 van de Nieuwe Gemeentewet als volgt aan: « met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis »
De wet zorgt dus voor een bevoegdheidsverschuiving tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen inzake tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.


De tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer

Iedereen kent de aanvullende reglementen over de openbare wegen (of aanvullende reglementen op het wegverkeer) en de politieverordeningen (doorgaans politiereglementen genoemd); de politiebesluiten hebben ook nauwelijks nog geheimen [2]. De « tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer » zijn wellicht minder goed gekend.

We moeten herhalen dat de aanvullende reglementen over de openbare wegen enkel kunnen worden aangenomen om blijvende of periodieke toestanden te regelen (artikel 10 van de gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer en artikel 135, § 2, lid 2, 1°, van de Nieuwe Gemeentewet). Indien de toestand niet blijvend of periodiek is, kan deze niet het voorwerp uitmaken van een aanvullend reglement, maar moet de gemeenteraad een politieverordening aannemen [3].

Dit type toestand is eenvoudig uit te leggen met een voorbeeld: de autoloze zondag is een evenement dat niet blijvend of periodiek is. Het wegverkeer wordt bijgevolg gereglementeerd met een politieverordening van de gemeenteraad.

Een ander type toestand kan wel aanleiding geven tot een tijdelijke politieverordening: de politieverordeningen aangenomen om een reglementering te testen, indien de gemeentelijke overheid een blijvende reglementering betreffende het wegverkeer wil instellen, maar vooraf het ontwerp wil testen met een tijdelijke maatregel. Uit de observatieresultaten kan een eventuele wijziging (of afschaffing) van de reglementering voortvloeien. Omdat de beoogde situatie omwille van diens aard tijdelijk is, en niet blijvend (!) of periodiek, kan de gemeenteraad geen tijdelijk reglement aannemen, maar wel een politieverordening op basis van de artikelen 117, 119 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet [4]. Op het einde van de testperiode moet uiteraard een aanvullend reglement worden aangenomen aangezien de te regelen toestand blijvend of periodiek wordt.


Opmerkingen over de nieuwe wettelijke bepalingen

De auteurs van het wetsvoorstel stellen vast [5] dat evenementen die de goedkeuring van een tijdelijke reglementering rechtvaardigen vaak van zeer korte duur zijn (maximaal twee of drie dagen) en dat de gemeentelijke overheden slechts korte tijd voor deze evenementen hiervan in kennis zijn gesteld [6]. De procedure voor de gemeenteraad is soms traag, zodat het evenement waarvoor de verordening moet worden aangenomen verplaatst of geannuleerd dient te worden. De goedkeuring van een politieverordening door de burgemeester wordt zelden wettelijk gerechtvaardigd. Vandaar de noodzaak om een snellere procedure te creëren.

Hoewel de vaststelling van de auteurs van het voorstel correct is, lijken ze evenwel te vergeten dat er reeds een oplossing bestaat: de burgemeester kan, door middel van een besluit, het verkeer in een straat of een wijk tijdelijk reglementeren om de openbare orde te herstellen of te bewaren. Een politieverordening is in principe niet nodig om een straat gedurende enkele uren af te sluiten voor het verkeer, om een parkeerverbod in te stellen op een openbare plaats voor een korte duur, enz.[7] De voordelen van een dergelijk politiebesluit zijn de soepelheid en snelheid, maar een besluit kan geen sancties opleggen bij inbreuken, wat deze uiteraard verzwakt [8]. Enkel een politieverordening kan immers dergelijke sancties opleggen.

Het was dus belangrijk om een snelle en soepele procedure uit te werken om een politieverordening aan te nemen. Welnu

… het nieuwe artikel 130bis van de Nieuwe Gemeentewet staat het college niet toe om sancties op te leggen bij een schending van de politieverordening. Het is evenmin mogelijk om te stellen dat artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet per definitie van toepassing is op verordeningen aangenomen door het college van burgemeester en schepenen, aangezien dit artikel verduidelijkt dat enkel bij politieverordeningen van de gemeenteraad sancties opgelegd kunnen worden. En aangezien het nieuwe artikel 119, lid 1, van de Nieuwe Gemeentewet de tijdelijke politieverordeningen onttrekt aan de bevoegdheid van de gemeenteraad…

Bovendien zullen er altijd gevallen blijven bestaan waarbij de burgemeester politieverordeningen dient aan te nemen in toepassing van artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet. De nieuwe bevoegdheid van het college kan eventueel interfereren met deze bevoegdheid van de burgemeester en leiden tot gevallen waarin de wettelijkheid van de handeling van de burgemeester betwist wordt.

Tot slot mogen we niet vergeten dat bepaalde politieverordeningen, niet beoogd door de auteurs van het wetsvoorstel, ook een tijdelijke duur hebben: de bovenvernoemde politieverordeningen voor het testen van een reglementering. We besluiten uit de redactie van artikel 130bis van de Nieuwe Gemeentewet dat het college van burgemeester en schepenen voortaan bevoegd is om in dit geval politieverordeningen aan te nemen, terwijl niets dit feitelijk motiveert (er is geen bijzondere dringendheid). We herhalen eveneens dat deze politieverordeningen van het college niet gesanctioneerd kunnen worden bij inbreuken [9] !

Tot slot moeten we opmerken dat, verbazend genoeg, de auteurs van het voorstel de mening zijn toegedaan dat « Binnen het schepencollege er zonodig nog voldoende mogelijkheid bestaat om het voorgestelde reglement aan een democratische toetsing te onderwerpen »[10]… terwijl de vergaderingen van het college in principe achter gesloten deuren plaatsvinden!

De Verenigingen van Steden en Gemeenten willen de Minister van Binnenlandse Zaken in deze materie interpelleren en hem vragen de wet te wijzigen, zodat het college in staat is om sancties te treffen bij inbreuken op de politieverordeningen die het aanneemt. Laten we hopen dat er gehoor wordt gegeven aan onze oproep.



Nota

1. De tekst aangenomen door de Kamer (de Senaat heeft zich niet uitgesproken) is op 12 januari 2006 afgekondigd (B.S. 31 januari 2007, err. 2 februari).

2. En als er nog onduidelijkheden zouden zijn, verwijzen we naar onze studie « De politiebevoegdheden van de burgemeester »

3. Of indien de wettelijke voorwaarden van artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet aanwezig zijn (dringendheid, risico op ernstig gevaar, enz.), door de burgemeester.

4. In deze zin, zie: P. GOFFAUX, « La réglementation à l'essai de la circulation routière : réflexions à propos d'une question parlementaire », in Mouv. Comm., 4/1993, pag. 209-212, Inforum nr. 59.120, en N. FRASELLE en S. SMOOS, « Les compétences des communes en matière de circulation routière », in Mouv. Comm., 5/2005, pag. 240-245, Inforum nr. 203444.

5. Wetsvoorstel tot wijziging van de nieuwe gemeentewet wat betreft de bevoegdheid voor tijdelijke politieverordeningen, Parl. Stukken Kamer, G.Z. 2005-2006, nr. 2022/001, pag. 3.

6. Bijvoorbeeld omdat de organisator zijn aanvraag te laat heeft ingediend.

7. Cf. V. RAMELOT, « Een tweede blik op de politiebevoegdheden van de burgemeester », Nieuwsbrief-Brussel, 2003/02, pag. 6-7, Inforum nr. 183896, en J. ROBERT, « Police administrative – Compétences respectives du bourgmestre et du conseil communal » , in Mouv. Comm., 1999/2, pag. 115-117, Inforum nr. 147079.

8. Een mogelijke oplossing is in het algemene politiereglement opnemen dat het op straffe van sanctie verboden is om de bevelen gegeven door de burgemeester door middel van besluit niet na te leven, maar we moeten erkennen dat dit de zaak ingewikkeld maakt en weinig duidelijkheid biedt.

9. Ga het niet rondbazuinen, maar men zou dus niet gestraft kunnen worden voor het negeren van een eenrichtingsstraat die een verordening van het college bij wijze van test oplegt!

10. Wetsvoorstel tot wijziging van de nieuwe gemeentewet wat betreft de bevoegdheid voor tijdelijke politieverordeningen, Parl. Stukken Kamer, G.Z. 2005-2006, nr. 2022/001 , pag. 4.


« Terug

Auteur(s)

Vincent RAMELOT
Laatste update
15-03-2006
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links